Het stikt nog van de mensen met idealen. Maar wie zich stort op een gouden idee, ondervindt vaak weerstand. Die wordt voor te eigenwijs versleten.
Veel mensen lopen rond met een ideaal. Ze willen graag iets betekenen voor een ander of voor het milieu, zo blijkt uit een onderzoek van Trouw. Natuurlijk zit er een groot verschil tussen wat mensen zeggen en wat ze dóen. Voor de meesten blijft het bij goede voornemens. Toch zijn er ook eenlingen die doorzetten.
Neem de 47-jarige Arjan Dekker, die net als vele anderen iedere dag in de file stond. Peinzend staarde hij naar de andere rijstrook, waar het verkeer óók stil stond. Stel nou, dacht hij, dat al deze mensen visitekaartjes uit zouden kunnen wisselen. Wellicht kunnen veel van hen zo van baan ruilen.
Zo enthousiast was hij over het idee, dat hij zijn eigen baan opzegde om het plan vorm te geven. Op de website www.werkdichterbijhuis.nl, die nog maar net in de lucht is, kunnen mensen zich aanmelden om van baan te ruilen.
Inmiddels hebben grote vacaturebanken en de werkgeversorganisatie VNO-NCW hun namen aan de site verbonden. „Het moet nog gaan lopen, maar ik hoop er ooit wel geld mee te verdienen. Werkgevers moeten er aan wennen. Maar als ik het uitleg, zien ze het idee wel zitten. Het scheelt hen ook in kosten als mensen zelf een goede opvolger zoeken. Het is beter voor het milieu, voor de economie en voor het welzijn van de werknemer.”
Rinske van Noortwijk van de stichting Greenwish ondersteunt mensen met een plan voor een duurzame wereld. Vanuit een kantoortje in een Utrechts bedrijvencomplex lobbyen zij en haar collega er op los om overheden en grote goede doelenorganisaties ervan te doordringen dat dergelijke burgerinitiatieven – ook wel bottom-upinitiatieven genoemd – zinvol zijn. „Individuele burgers komen met ideeën die bedrijven of beleidsmakers niet bedenken. Omdat ze bijvoorbeeld niet direct geld opleveren, zoals werkdichterbijhuis.nl, of niet meteen effect hebben. We hebben deze creativiteit en denkkracht hard nodig om de vraagstukken van vandaag aan te pakken – zoals het fileprobleem.”
Vanuit die gedachte helpt Greenwish mensen met het schrijven van plannen, aanvragen van subsidie. De stichting zelf draait op geld uit verschillende fondsen.
Van Noortwijk denkt dat de energie die mensen zeggen bereid zijn te steken in een betere wereld, efficiënter kan worden ingezet. „Beleidsmakers komen vaak niet verder dan rolstoelen duwen en koffie schenken. Maar alle mensen dragen een ideaal bij zich. Je moet doorvragen want als je die creativiteit en drive aanboort, verandert er echt iets in de wereld.”
Grote goede doelenorganisaties weten niet goed raad met mensen die binnenkomen met een eigen idee. En ook de overheid vindt het vaak maar lastige mensen. „Helemaal uit de lucht gegrepen is dat niet. Want om echt te gaan voor wat je wilt, daar is moed voor nodig. Deze mensen zijn niet alleen gedreven, maar vaak ook eigenwijs en koppig.”
Het zijn soms ook gewoon kleine ondernemers met een duurzaam product die zich melden bij Greenwish. En soms zijn die kleine initiatieven heel succesvol, zoals bijvoorbeeld het bedrijf Greenwheels, dat een systeem bedacht waardoor buurtgenoten samen een auto kunnen delen.
De meeste idealisten zijn zo overtuigd van hun plan, dat de inzet grenzeloos is. Of ze er geld mee kunnen verdienen, is dan een tweede, weet Van Noortwijk. „Nu de babyboom-generatie de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, komt er een overschot aan vitale ouderen met alle tijd en geld van de wereld. Ik voorspel dat daarmee het aantal gedreven idealisten gaat groeien.”
Van Noortwijk weet uit eigen ervaring hoe moeilijk het kan zijn. Zelf werkte ze mee aan een experiment om oudere mensen in een verzorgingshuis dagelijks in contact te brengen met de natuur. Ze konden in de tuin werken, eigen groente kweken, dieren verzorgen, planten op hun balkon.
„Die mensen fleurden helemaal op. We lieten het project evalueren en daaruit bleek dat het een succes was. Het aantal uren zorg dat deze mensen nodig hadden daalde zichtbaar. Je zou zeggen dat de directies van de verzorgingshuizen dolblij zouden zijn. Integendeel: ze zagen ons liever gaan. We kwamen nergens binnen.”
Achteraf begreep Van Noortwijk waarom: minder uren zorg betekent ook minder inkomsten voor de tehuizen. „We konden er niet tegenop.”
Industrieel ontwerpster Simone Maase verzamelde voor haar promotie-onderzoek aan de technische universiteit Eindhoven zo’n dertig burgerinitiatieven – voor een deel via Greenwish. Ze bestudeert hoe een initiatief zich ontwikkelt. Soms gaat het ten onder aan geldgebrek of hangt het succes af van de persoonlijkheid van mensen. „In de meeste gevallen komt de samenwerking met andere partijen moeizaam op gang.”
Maase is net terug van een groot congres in Parijs waar wetenschappers zich onder de noemer ’Score!’ bogen over hoe je mensen kunt bewegen om zich milieubewuster te gedragen. „Beleidsmakers vragen om resultaten. Als je een belastingverhoging invoert, bijvoorbeeld op benzine, is het effect op het rijgedrag van mensen te voorspellen. Dat zijn de grote stappen.”
Maar ideeën van burgers vragen een beetje geduld. „Ook wetenschappers zouden open moeten staan voor deze creatievere oplossingen. Als je deze initiatieven beschouwt als experimenten, kunnen ze bijdragen aan een oplossing voor complexe problemen als klimaatverandering”, denkt Maase.
Op het congres presenteerde zij de website werkdichterbijhuis.nl als voorbeeld. „Ik merkte dat de milieuspecialisten niet goed weten wat ze met zoiets aan moeten. Ze kunnen er weinig mee, omdat het effect marginaal is. In hoeverre daalt de uitstoot van CO2 door deze website? Nu natuurlijk nog helemaal niet. Maar de site trekt veel bezoekers en op z’n minst denken die weer eens over het onderwerp na: is het wel zo gewoon dat ik elke dag moet reizen naar mijn werk?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.