De PvdA bespreekt vandaag het rapport van de commissie-Vreeman over de verloren Kamerverkiezingen. De VVD buigt zich over de bevindingen van de commissie-Dekker, die het verlies bij de liberalen onderzocht.
Leren van de gemaakte fouten. Vooruitkijken. Maar vooral een dikke streep onder het verleden zetten. Dat wil zowel de PvdA als de VVD. Natuurlijk, ze hebben een dreun gehad. Maar ze gaan door, als een bokser die na het incasseren van een goed geplaatste directe even wankelt, maar vervolgens het hoofd schudt en snuivend de partij voortzet.
Verder boksen, dat willen PvdA en VVD. Beide onderzoekscommissies hebben bij het bedenken van een titel voor hun rapport dan ook gezocht naar een formulering die dat uitdrukt. ’Kiezen voor een nieuw liberaal elan’ luidt het opschrift waaronder de commissie-Dekker haar werkstuk heeft gepubliceerd. En ’De scherven opgeveegd’ is de titel waarvan de commissie-Vreeman haar rapport heeft voorzien.
Vreeman en zijn club borduren daarmee voort op de titel van een geruchtmakend PvdA-rapport dat verscheen in 2002, het jaar van Pim Fortuyn, van de val van Paars en van een verpletterend verlies van de PvdA (van 45 zetels naar 23). Onder de titel ’De kaasstolp aan diggelen’ velde een partijcommissie onder leiding van oud-minister Margreet de Boer een hard oordeel over de wijze waarop de sociaal-democraten zich vooral tijdens de paarse jaren doof hadden gehouden voor geluiden uit de samenleving, en regeringsmacht als een vanzelfsprekendheid waren gaan beschouwen.
Daarin mag inmiddels verandering zijn gekomen, de kiezers keerden in november bepaald 2006 niet massaal terug bij de PvdA. Integendeel, de partij leverde 9 van de 42 zetels in en verloor daarmee de race om de positie van grootste partij en om het premierschap van het CDA. Ruud Vreeman, burgemeester van Tilburg met een lange staat van dienst in de PvdA, moest in kaart brengen waardoor de winst van Wouter Bos (2003) deels weer verloren was gegaan.
Oud-minister Sybilla Dekker kreeg van haar partij eenzelfde opdracht. Ook de liberalen kregen in 2002 een dreun. Ze duikelden van 38 naar 24 zetels. In 2003 boekten ze een plusje van 4, maar in november leverden de liberalen weer 6 zetels in.
Partijen leren graag van elkaar. Zo heeft het rapport-De Boer op tafel gelegen bij de commissie-Dekker. En de commissie-Vreeman heeft haar licht opgestoken bij campagneleiders van andere partijen: Hans Hoogervorst (VVD) en Jack de Vries (CDA). Vooral het gesprek met De Vries was leerzaam. Maar hoe professioneel de christen-democraten campagne voerden, was de PvdA eigenlijk al in november duidelijk. Tegen de geoliede, bijna Amerikaans-hard gevoerde campagne van het CDA bleek de PvdA niet opgewassen.
Het CDA bracht daarmee beter dan de sociaal-democraten in praktijk wat vandaag de dag geldt bij verkiezingen: campagnes zijn steeds belangrijker geworden. Steun van kiezers voor een bepaalde partij is steeds minder vanzelfsprekend. Het electoraat toont zich steeds grilliger. Bij iedere verkiezing opnieuw moeten de stemmen zwaar worden bevochten. Maar de VVD (zegt Dekker) en de PvdA (zegt Vreeman) hebben vorig jaar november een rammelende Kamercampagne neergezet.
Bij de PvdA draaide alles om Wouter Bos. Vanaf het moment dat hij Jan Peter Balkenende uitdaagde door zich op te werpen als kandidaat-premier, en vooral na de succesvol verlopen gemeenteraadsverkiezingen in maart 2006, werd de PvdA-voorman door het CDA dan ook hard aangepakt.
De PvdA had daar geen antwoord op. Te veel mensen in de partij waren bezig met de campagne zonder dat ze van elkaar wisten wat ze deden. Zo brainstormde Bos op gezette tijden met een clubje vertrouwenspersonen, dat onbekend was bij anderen in de partij. Zelfs de campagneleider, partijvoorzitter Michiel van Hulten, wist aanvankelijk niet van het bestaan. De regie was zoek, mensen werkten elkaar tegen. Het partijbestuur, dat orde in de chaos had moeten scheppen, was verlamd door interne conflicten. Het heeft het verschijnen van het rapport niet afgewacht en is eind april afgetreden.
De PvdA markeert dat nu als het dieptepunt, vanwaaraf de weg weer omhoogvoert. Volgens de commissie moet de partij uitdragen dat ze trots is op haar beginselen en zich profileren met de trefwoorden sterk, sociaal, groen en internationaal. Ook het clubgevoel binnen de PvdA moet worden versterkt. De passie moet terugkeren. Campagnes moeten strakker worden georganiseerd. En tussen de verkiezingen door moet de PvdA met een permanente campagne laten zien dat ze er is en waar ze voor staat.
Tot soortgelijke aanbevelingen is de commissie-Dekker gekomen. De VVD moet trots zijn op haar beginselen. Ook de liberalen moeten permanent campagne voeren. De VVD moet worden neergezet als een sterk merk. En natuurlijk moet het hoofdbestuur van de partij zichtbaarder sturing geven dan het heeft gedaan tijdens de laatste campagne.
In tegenstelling tot de PvdA (waar alles draaide om Bos) voerde de VVD een campagne op meer fronten. Aan de ene kant was er Mark Rutte, de door de leden gekozen lijsttrekker. Hij was de eerst aangewezene om de slag aan te gaan met concurrenten als Bos en Balkenende. Dat ging hem maar matig af. In de strijd tussen de premierskandidaten kwam hij er vaak moeilijk tussen.
Aan de andere kant was er Rita Verdonk. De geprofileerde minister voor vreemdelingenzaken en integratie uit Balkenende’s kabinet had de strijd om het VVD-lijsttrekkerschap weliswaar met gering verschil van Rutte verloren, maar de nummer 2 wist dat ze populair was bij het VVD-electoraat. Verdonk kreeg de ruimte om een eigen campagne te voeren. De VVD hoopte zo de rechtervleugel, waar Geert Wilders een electorale bedreiging vormde, af te dekken.
Het ontaardde in een tweestrijd tussen de Rutte-aanhangers en de Verdonk-vleugel. Over en weer ging het er soms zo onvriendelijk aan toe, dat Rutte en Verdonk meer te lijden hadden van aanvallen van partijgenoten dan van ’vijandelijke vuur’. Volgens de commissie-Dekker heeft die aanpak kiezers afgeschrikt en verdient ze dan ook geen herhaling.
Verder moet buiten kijf staan dat de partijleider de koers bepaalt en dat hij daarvoor de volle ondersteuning dient te krijgen, aldus Dekker. Voor sluimerende ambities van anderen om zijn plaats in te nemen is geen ruimte. Daarvoor is pas weer gelegenheid bij een volgende lijsttrekkersverkiezing. Het onlangs opgelaaide conflict tussen Rutte en Verdonk lijkt daarmee voorlopig beslecht in het voordeel van Rutte.
Alsof daarmee een last van hem afgevallen is, maakte hij afgelopen week tijdens het Kamerdebat over het beleidsprogramma van het CDA-PvdA-ChristenUnie-kabinet een sterke, zelfverzekerde indruk. Maar het blijft de vraag hoe lang Verdonk de verleiding kan weerstaan om het gegeven uit te spelen dat zij bij de laatste verkiezingen meer stemmen achter haar naam kreeg dan de lijstaanvoerder. Ze moet weliswaar voorlopig terughoudend zijn in het uiten van haar politieke ambities, opgegeven heeft ze die allerminst. Daarmee blijft de dreiging van een opnieuw oplaaiende richtingenstrijd in de VVD bestaan.
Van zo’n ’clear and present danger’ in de eigen gelederen heeft PvdA-leider Bos minder te duchten dan Rutte. Bij de verkiezingen is niemand van de andere PvdA-kandidaten qua aantal stemmen ook maar in de buurt gekomen. In de PvdA bestaat op dit moment geen alternatief voor Bos. De partij zal bij het opvolgen van de aanbevelingen van de commissie-Vreeman de mensen die de natuurlijke achterban vormen van de sociaal-democraten in het achterhoofd moeten houden. Maar vooral dat het er de komende jaren op aankomt dat Bos als vice-premier en minister van financiĆ«n kan laten zien dat het er wel degelijk toe doet dat de PvdA weer meeregeert. En daarbij past geen revolutie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.