*

 

Brown scoort, maar waarom?

Henriëtte Lakmaker − 16/07/07, 22:43

Gordon Brown is amper twee weken premier en zijn partij heeft al de grootste voorsprong van de laatste twee jaar op de Conservatieven. Wat maakt hem zo snel zo succesvol?

Er bestaat kennelijk een Brown-effect. Labour staat ineens op 40 procent tegen 33 procent voor de Conservatieven, meldt The Sunday Telegraph. Brown is een betere premier dan Tory-leider David Cameron zou zijn, tekent The News of the World op uit de mond van 53 procent van de ondervraagden. Dat kan iets zeggen over Cameron, maar het zegt zeker iets over Brown.

Aan zijn uiterlijk zal het niet liggen – hij scoort vooral goed onder de mannen. Is het dan de serene kalmte die hij toonde na de mislukte aanslagen in Londen en Glasgow, dan wel zijn troost voor de slachtoffers van de overstromingen in Noord-Engeland, eind juni? Of de voortvarendheid waarmee hij de plannen van zijn kabinet uiteenzette op het gebied van woningbouw, veiligheid en gezondheidszorg? Hij brak zelfs met de traditie die plannen pas dit najaar door de koningin te laten voorlezen.

Misschien zijn de Britten vooral tevreden over de afstand die hij neemt tot het Irak-beleid van Blair (zie kader). Of geven ze Brown simpelweg het voordeel van de twijfel, die er toch volop was voordat hij op 24 juni tot Labourleider werd gekozen.

Het is lastig genoeg om de opvolger van Tony Blair te zijn. Brown moet waken over diens erfgoed en tegelijkertijd tonen dat hij geen Blair II is. Gisteren plukte hij de vruchten van Blairs vredeswerk in Noord-Ierland, tijdens een top in Belfast geleid door de huidige Noord-Ierse premier Ian Paisley en vice-premier Martin McGuinness. Daarna vloog hij naar Berlijn voor een ontmoeting met bondskanselier Angela Merkel, om met haar zaken te bespreken als klimaatverandering, terrorismedreiging en economische hervormingen in de EU. Het zijn Browns eerste officiële stappen in de internationale politiek, dat altijd het terrein van Blair was. Hoeveel hij zal afwijken van de gebaande paden moet nog blijken.

De media zitten in ieder geval op het vinkentouw, zoals bleek toen leden van Browns kabinet zich onlangs uitlieten over de relatie tussen Brown en Bush. „Brown wordt geen bedpartner van Bush”, zei staatssecretaris Lord Malloch Brown weinig subtiel. Het is uit, concludeerden de kranten – waarna minister van buitenlandse zaken David Miliband opmerkte dat „mensen altijd op zoek zijn naar scheuren in een relatie”. „Er is niets veranderd”, zei Miliband. „De VS zijn onze belangrijkste bilaterale partner.” Dat kan zijn, maar de spijt die Brown vorige week betuigde over de gebrekkige opbouw in Irak, spreekt andere taal.

Het binnenland is vertrouwder terrein voor Brown. Daar laat hij zich zien als de Labourman die de arbeidersklasse weer in het vizier heeft. Zo breidt hij het woningbouwplan van Blair uit, schaft bestuurlijke tussenlagen af en legt de verantwoordelijkheid weer bij de gemeenteraden – dus dichter bij de burger. Spraakmakend was zijn verwerping van het supercasino in Manchester, een project dat paste in Blairs flirt met glitter en goud. Er zijn betere manieren om economische groei te stimuleren, merkte Brown op.

Met zijn anti-terreurplannen blijft hij dicht bij de harde maatregelen van Blair, maar de presentatie is anders. Hij verwees na ’Glasgow’ en ’Londen’ nuchter naar de behandeling van de terreurwet in het Lagerhuis binnenkort.

Peilingen zijn maar peilingen. Hoe goed de pudding is, weet je pas als je ’m proeft. En dat is al snel: overmorgen zijn er tussentijdse lokale verkiezingen, onder meer in het kiesdistrict van Tony Blair.

mailIcon print |