*

 

slingerland / Dat ik daar nog eens jaloers op zou worden...

Monic Slingerland − 16/07/07, 21:45

Wat vroeger om te gapen was, is nu iets bijzonders. Want wie haalt dat nu nog: het vijfentwintigjarige huwelijksfeest? Dat zijn zo’n 9132 dagen en nachten (schrikkeljaren ruwweg meegerekend), samen doorgebracht, aaneengeklonken door een huwelijkscontract.

Voor de duidelijkheid: het gaat om het huwelijk met een en dezelfde persoon. Wie een paar huwelijken bij elkaar moet optellen om tot die kwarteeuw te komen, telt niet mee.

In de grote gereformeerde familie waar ik vandaan kom, was de 25-jarige bruiloft een veel voorkomend verschijnsel. Het vieren ervan was verplicht, ook als het geluk was omgeslagen in grimmigheid. Cynisch nodigde een oom ons uit voor het feest van zijn ’vechtvereniging’, zoals hij het toen noemde.

Voor ons, neefjes en nichtjes die opgroeiden in de jaren zestig, was het duidelijk dat het geen pretje was, zo lang getrouwd te zijn. Ooms wierpen elkaar veelbetekenende blikken toe: ja jongen, het is wat, altijd hetzelfde wijf om je heen. Tantes glimlachten maar wat. Vreemd genoeg deden de ooms en tantes die nog niet getrouwd waren, toch flink hun best om wel zo ver te komen. En dat terwijl ze aan de oude rotten konden merken dat het niet alle dagen feest was. En vooral dat je eeuwig tot het getrouwd zijn veroordeeld was, als je eenmaal in die fuik was gezwommen. Verwarrende bijeenkomsten waren het. Mijn broers en ik zwoeren onderling dat we het nooit, nooit zo ver zouden laten komen en altijd bij elkaar zouden blijven wonen in een klein huisje met een weiland voor een paard (voor mij) en een start- en landingsbaan voor een vliegtuig (voor de ene broer). Er was heel veel om over te dromen in de jaren zestig, maar het zilveren huwelijksfeest zat daar niet bij.

In mijn vriendenclub was het dit weekeinde raak. Tijdens het feest was op een dvd te zien hoe het jonge stel een kwarteeuw geleden aan dit avontuur begon. Ik zag mezelf op die dvd terug als bruiloftsgast. Dat was al een verschil met de zilveren huwelijksfeesten van vroeger: toen werd er niet teruggekeken op dvd’s. Ook niet op andere manieren trouwens. Te pijnlijk misschien? Of was er toen niet zo’n behoefte om de balans op te maken, zoals die nu overdadig aanwezig is. Of men nu veertig, vijftig of zestig wordt, of voor de eerste, tweede of derde keer trouwt, er wordt een balans opgemaakt van wat het leven heeft opgeleverd, en wat het gekost heeft. De economisering is tot de levensfeesten doorgedrongen en we doen er allemaal aan mee.

Ook de feestgangers maken de balans op. Bij ons aan tafel was het al snel duidelijk. Als we alle huwelijken bij elkaar optelden kwamen we tot een gemiddelde van iets meer dan twee per persoon. Mensen die twee, drie keer getrouwd waren, die had je vroeger niet, bij de vechtverenigingfeesten in mijn familie tenminste. Nu is dat niets bijzonders. Een familierechtadvocate vroeg langs haar neus weg of men een vierde huwelijk ook nog aan zou durven. Er kwamen verhalen los over de club van de foute Harry’s, destijds opgericht door een paar vrouwen die allemaal via een scheidingsadvocaat van een andere Harry probeerden af te komen. Dat soort clubs hadden mijn tantes niet, voor zover ik me kan herinneren.

Er is veel veranderd, sinds de jaren zestig. Nooit gedacht dat ik nog eens jaloers zou worden op mensen die 25 jaar getrouwd zijn.

mailIcon print |