*

 

Slachtofferfeminisme is een doodlopende weg

Casper Schoemaker − 17/11/07, 01:15

De documentaire ’Beperkt houdbaar’ van Sunny Bergman was het begin van een juridische actie tegen de schoonheidsindustrie. Die zou medeverantwoordelijk zijn voor het ’negatieve zelfbeeld’ van talloze vrouwen. De film had grote impact, ook op beleidsmakers. Maar de poging tot een rechtszaak strandde. Niet tot verbazing van psycholoog Casper Schoemaker, die zelf een boek schreef over de anorexia-hype.

Aan het einde van haar fascinerende documentaire ’Beperkt houdbaar’ deed Sunny Bergman een oproep aan vrouwen om samen een rechtszaak te beginnen tegen de cosmetische industrie. Ze wilde de gezondheidsproblemen van moderne vrouwen, zoals depressie en anorexia nervosa, verhalen op de veroorzakers ervan. Haar in september uitgezonden vervolgdocumentaire was voor een groot deel gewijd aan deze actie. Zo zagen we hoe ze met zes vrouwen een vergadering belegde om met advocaat Martin de Witte de juridische mogelijkheden door te nemen.

Op dat moment leek die rechtszaak er nog wel te komen. Bergman had op haar website www.beperkthoudbaar.info een oproep geplaatst. En van de negenhonderd vrouwen die de vragenlijst hadden ingevuld, wilden zo’n 170 meedoen. Eenderde van deze vrouwen zei daadwerkelijk psychische of lichamelijke schade te lijden die samenhing met cosmetische producten en het schoonheidsideaal. Ongeveer 15 procent meldde depressies te hebben, zes procent leed aan anorexia en 16 procent had last van seksuele remmingen. Met deze slachtoffers zou Bergman procederen, zo eindigde ze haar tweede documentaire.

Het vervolg van de actie is sindsdien goed te volgen op de website. In de weken na de uitzending nam Bergman contact op met al haar potentiële medestanders. Van de vrouwen die nog steeds een rechtszaak wilden, bleek uiteindelijk maar een enkeling echt ernstige lichamelijke of psychische schade te hebben opgelopen. De actie is daarmee definitief van de baan – een ontwikkeling waaraan geen ruchtbaarheid is gegeven. Het enige dat advocaat De Witte nog zal doen is enkele multinationals vragen stellen over het wetenschappelijke bewijs voor de werkzaamheid van hun antirimpelcrèmes.

Dat is wel een heel slap aftreksel van de historische rechtszaak die Bergman voor ogen had toen ze de tekst ’The people vs. the beauty industry’ op elke pagina van haar website zette. Daarbij is dat vragenstellen nogal overbodig. Het punt is al vele malen eerder gemaakt door de Consumentenbond.

Bergman betoont zich nogal teleurgesteld over het gebrek aan solidariteit en strijdvaardigheid van haar medestanders. Op haar website schrijft ze: „Blijkbaar durfden vrouwen die eerder hadden aangegeven depressie of anorexia te hebben ten gevolge van de schoonheidsindustrie het niet aan juridische stappen te ondernemen met ons.” Die teleurstelling is goed voorstelbaar, zeker als je de voorgeschiedenis van deze twee documentaires en de juridische actie kent.

Het begon zo’n vijftien jaar geleden, toen Bergman stopte met haar modellenwerk en filosofie ging studeren in Engeland. Daar kreeg ze interesse voor feministische theorieën. Het boek ’The Beauty Myth’ (1990) van de Amerikaanse feministische schrijfster Naomi Wolf vormde destijds, en nu nog steeds, haar grote inspiratiebron. Ze studeerde zelfs af op het boek.

In een interview zei Bergman: „Sinds ik het boek van Naomi Wolf heb gelezen, heb ik altijd gedacht dat ik hier iets mee moest gaan doen. Maar, het bleek om de één of andere reden moeilijk te verkopen bij eindredacteuren, die vaak man zijn. En die vinden vrouwenissues niet echt cool, die vinden het eerder gezeur. Op dat idee zijn ze nu trouwens wel teruggekomen.”

En niet alleen de mannelijke eindredacteuren zijn van gedachte veranderd. De documentaire ’Beperkt houdbaar’ heeft een enorme impact gehad, ook buiten de eigen feministische kring. De scène waarin Bergman zich laat onderzoeken door een Amerikaanse plastisch chirurg is nu al klassiek. En de film heeft verschillende nationale en internationale prijzen gewonnen.

Belangrijker nog: binnen een half jaar zijn de ideeën van Bergman en haar medestanders doorgedrongen tot allerlei officiële publicaties, zoals het WRR-rapport over de Nederlandse identiteit, en de Emancipatienota van minister Plasterk. En het manifest ’Sex moet weer haute couture worden’, dat ze samen met enkele anderen schreef, is inmiddels door zo’n 10.000 mensen ondertekend, onder wie opvallend veel mannen.

Deze warme ontvangst steekt schril af tegen de zure, ronduit vijandige reacties op het boek van Naomi Wolf destijds. Is de wereld veranderd, of is de film in dit geval beter dan het boek?

Naomi Wolf schreef ’The Beauty Myth’ eind jaren tachtig in Engeland. Na haar afstuderen aan Yale was ze met een studiebeurs naar Oxford vertrokken. Als een van de weinige studentes toonde ze zich geïnteresseerd in de geschiedenis van de vrouwenbeweging. Actievoeren voor vrouwenrechten was achterhaald, zo meenden haar vrouwelijke medestudenten. Alles was immers al bereikt. Speciaal voor haar medestudentes – onder wie dus enkele jaren later Sunny Bergman – schreef ze ’The Beauty Myth’, een politiek pamflet bedoeld om jonge, hoog opgeleide vrouwen ervan te overtuigen dat de emancipatie nog steeds niet was geslaagd. Een bloedserieus boek waarin geen ruimte was voor nuances, twijfel of zelfrelativering.

Volgens Wolf werden vrouwen in 1990 nog altijd onderbetaald en niet beoordeeld op de kwaliteit van hun werk, maar op hun uiterlijk. Ze werden mishandeld en misbruikt, niet alleen door vreemden maar ook door bekenden en familieleden. Zelfs binnen relaties was geweld aan de orde van de dag. Daarnaast kregen vrijwel alle hoog opgeleide vrouwen eetstoornissen als anorexia en boulimia nervosa. De enkeling die niet lijnde, stak al haar geld in cosmetische chirurgie, voor een nieuwe neus of grotere borsten. En dat allemaal dankzij de Beauty Myth.

Deze schoonheidsmythe moest volgens Wolf vooral worden gezien als een Reactie (met hoofdletter) van de mannelijke machthebbers op het succes van de Tweede Feministische Golf. In de jaren tachtig traden vrouwen massaal toe tot de arbeidsmarkt. Daarmee vormden ze „een bedreiging voor de bestaande economische verhoudingen”. De schoonheidsmythe, verspreid door „slankheidpropaganda in de advertenties van de dieetindustrie”, had tot doel de maatschappelijke opmars van vrouwen te stoppen. Ze leidde enerzijds tot ziektes, vermoeidheid en een lage eigendunk bij vrouwen en anderzijds tot hoge winsten voor bedrijven (voor mannen dus). De kernfunctie van de mythe was het zaaien van verdeeldheid, waardoor ’de vrouwelijke onderklasse’ in toom kon worden gehouden.

Om haar verhaal kracht bij te zetten lardeerde ze het met feiten en cijfers, waaruit zou blijken dat typische vrouwenziekten als anorexia nervosa de laatste decennia enorm waren toegenomen. In mijn boek ’Anorexia bestaat niet ’ (Archipel, 2002) heb ik al laten zien dat het grootste deel van Wolfs cijfers niet deugt. Sterker nog: een anorexiacijfer van Naomi Wolf moet je gemiddeld door 8 delen om in de buurt te komen van het werkelijke getal. Eerder had ook de Amerikaanse filosofe Christina Hoff Sommers andere gegevens van Wolf – bijvoorbeeld over huiselijk geweld – nagetrokken en doorgeprikt.

In Nederland ontving Naomi Wolf alleen bijval in het feministische maandblad Opzij. Daarbuiten kreeg ze uiteraard de voorspelbare mannenreacties. „Nou maakt dat meisje Wolf het natuurlijk wel erg bont”, bromde columnist Jan Blokker, „vrouw, mooi, welbespraakt en ook nog onzin verkondigen.” Maar er was ook serieuze kritiek, zoals van Beatrijs Ritsema in NRC Handelsblad. Zij had het gevoel dat Naomi Wolf „vrouwen wel heel erg in de richting schuift van willoze slachtlammeren van een gewetenloze grootmacht”. En: „ Als vrouwen zich echt in zulke grote aantallen zo stom zouden gedragen, had ik weinig hoop voor de toekomst van het feminisme.”

Geïnspireerd door haar grote voorbeelden Marx en Engels had Naomi Wolf zich bij het schrijven twee doelen gesteld: de vrouwelijke onderklasse bewust maken van haar ondergeschikte maatschappelijke positie, om ze vervolgens enthousiast te maken voor de Grote Feministische Omwenteling. Aan het slot van haar boek beschreef ze een Feministische Heilstaat, die uiteraard onbereikbaar was „zolang we ons niet aaneensluiten voor de volgende stap voorwaarts”.

Die Feministische Heilstaat is er, zoals bekend, nooit gekomen. Al tijdens de wereldtournee om haar boek te promoten, ging het mis. In haar tweede boek beschrijft ze openhartig hoe ze na afloop van haar flamboyante optredens in de armen van haar vriend lag te huilen. Ze voelde zich schuldig. De belangrijkste boodschap van ’The Beauty Myth’ luidde dat vrouwelijkheid en succes niet samengaan, en nog geen jaar later vormde haar eigen succes de uitzondering op die theorie. Ze was de zwarte zwaan van haar eigen schoonheidsmythe. En het ergste was nog wel dat ze haar succes mede te danken had aan haar uiterlijk.

Sindsdien heeft Wolf definitief afstand genomen van het complotdenken waarin mannen potentiële verkrachters zijn en vrouwen willoze slachtoffers. Haar toon is in de loop der jaren een stuk milder geworden. Ze gebruikt ook minder cijfers, en schrijft essayistischer, met persoonlijke anekdotes en praktijkvoorbeelden. En met zelfspot, waardoor het effect van haar woorden veel groter is. Binnen de Democratische Partij is ze inmiddels een invloedrijk adviseur, eerst bij de presidentscampagne van Al Gore, en nu achter de schermen bij Hillary Clinton.

Ook in Nederland wordt er nu naar haar geluisterd. Haar artikel ’The Porn Myth’, in 2003 verschenen in New York Magazine, wordt aangehaald in het eerdergenoemde WRR-rapport. Het behandelt de invloed van internetporno op de seksuele omgang tussen jongens en meisjes. In ’The Beauty Myth’ had dit pornobombardement vast en zeker geleid tot een epidemie van verkrachtingen. Nu ziet ze het tegenovergestelde gebeuren. Ze waarschuwt dat jongemannen onzeker worden in het bijzijn van echte vrouwen en meisjes. Porno doodt het mannelijke libido, volgens Wolf. In ’The Porn Myth’ zijn mannen geen daders meer, maar slachtoffers.

Voor mijzelf was het fascinerende aan ’Beperkt houdbaar’ dat Sunny Bergman de drammerige, eendimensionale ideeën uit ’The Beauty Myth’ vertaalde in beelden van interessante en authentieke mensen. Terwijl alles in mij zich altijd heeft verzet tegen deze ideeën, vond ik ze in de documentaire ineens niet storend meer. Dat zegt, denk ik, vooral iets over het vakmanschap van Bergman.

En er zijn meer verschillen met Wolfs boek. Zo is ’Beperkt Houdbaar’ géén aanval op mannen. Bergman erkent bijvoorbeeld dat het vooral vrouwen zijn die de glossy’s volschrijven. Haar eigen partner komt kort in beeld, waarin hij niet als vijand maar als medestander wordt neergezet. Hij zegt wat veel mannen tevergeefs tegen hun vrouw zeggen: dat hij haar mooi vindt zoals ze is. En in het manifest ’Sex moet weer haute couture worden’ richten Bergman en haar medestanders zich rechtstreeks tot de eigen achterban: „Laten we elkaar eens wat minder scherp en venijnig beoordelen en categoriseren. Het man versus vrouw-denken van weleer is achterhaald; we dragen zelf ook bij aan de creatie en instandhouding van mythische schoonheidsidealen.”

Dit zal er zeker toe hebben bijgedragen dat zoveel mannen de film zagen en het manifest ondertekenden. Zelfs Jan Blokker was positief over de documentaire.

In ’Beperkt houdbaar’ maakt Bergman overigens dankbaar gebruik van de schoonheidsindustrie, waartegen ze zich zo hevig keert.

Unilever-dochter Dove, producent van antirimpelcrèmes, voert al jaren een internationale campagne, waarin ze het irreële schoonheidsideaal in de media aanpakt. Niet alleen door in reclame-uitingen alleen nog modellen met normale afmetingen te gebruiken, maar ook door allerlei korte internetfilmpjes, en de website www.tijdvoorechteschoonheid.nl. Het begin van Bergmans documentaire is een exacte kopie van het schokkende Dove-filmpje ’Evolution’ over photoshoppen.

Verderop in de documentaire laat Bergman de Amerikaanse onderzoekster Nancy Etcoff enkele percentages op een flap-over schrijven. Etcoff citeert daarbij uit een internationaal onderzoek dat werd opgezet en gefinancierd door Dove.

Beide keren noemt Bergman de Unilever-dochter niet. Mogelijk dacht ze dat een expliciete verwijzing naar een campagne van de tegenpartij haar eigen juridische positie zou ondermijnen.

Zo fascinerend als ik de eerste documentaire vond, zo vervelend was in mijn ogen de tweede. Dat begon eigenlijk al met de introductie van de zes medestanders, in korte filmpjes in een roze lijstje. Ik weet zeker dat deze vrouwen oprecht ongerust zijn, en dat ze een authentiek verhaal te vertellen hebben, maar Bergman geeft de kijker niet de gelegenheid daarnaar te luisteren. In plaats daarvan mochten ze zich kort voorstellen aan de hand van een door Bergman opgezette enquête. Geperst in dit keurslijf, zeiden ze heel veel, maar niets nieuws.

Alles wat de eerste documentaire zo fascinerend maakte, en vooral de zelfspot, is hier pijnlijk afwezig. Bergman ontpopt zich als een nogal drammerige actievoerder, die uiteindelijk ook gaat lobbyen bij enkele leden van de Tweede Kamer. Die horen haar beleefd aan, maar zij willen wel eerst harde bewijzen zien. Bergman weet zeker dat ze sterk staat, want ze biedt de Kamerleden een gifgroen mapje aan met naar eigen zeggen al het wetenschappelijk materiaal dat ze heeft gevonden.

Wat er precies in dat mapje zit, zien we niet, maar op de website is het meeste wel te downloaden. Daaruit blijkt dat al dat ’wetenschappelijk bewijs’ voor de negatieve gezondheidseffecten van de schoonheidsmythe bestaat uit een handjevol kranten- en webartikelen.

Slechts in één daarvan wordt een wetenschappelijk rapport over dit effect aangehaald: van de Amerikaanse vereniging van psychologen APA uit 2007, over de invloed van de seksualisering in de media op de geestelijke ontwikkeling van meisjes. Maar de onderbouwing van dit rapport, ook aangehaald in de Emancipatienota en op Bergmans website, is bij nader inzien niet erg sterk.

Zo citeren de auteurs zeer selectief uit epidemiologisch onderzoek en halen ze onderzoek aan waarin alleen een statistische correlatie is gevonden tussen televisiekijken en ideeën over eten en lijngedrag onder meisjes. Wetenschappelijk gezien is dat laatste een zwaktebod, zoals psychologe Liesbeth Woertman uitlegt, op Bergmans eigen website notabene. Immers: dergelijk correlationeel onderzoek geeft geen antwoord op de vraag of onzekere vrouwen meer televisiekijken, of dat televisiekijken leidt tot meer onzekerheid. Of dat het allebei waar is.

Van die actie met die mapjes begrijp ik niets. Hoe kun je nu voortdurend hameren op het belang van goed wetenschappelijk bewijs, en de Kamerleden vervolgens afschepen met krantenstukjes?

Of zat er wellicht nog meer in het mapje? Bijvoorbeeld het bekende rapport van de Britse artsenorganisatie BMA? De auteurs zochten naar wetenschappelijk bewijs voor de stelling dat het schoonheidsideaal in de media eetstoornissen veroorzaakt. Al in 2000 concludeerde de BMA „dat er veel theorievorming en mediakritiek is te vinden, maar veel te weinig systematisch onderzoek”.

Er bestaat nog wel meer onderzoek op dit terrein. Maar welke studie je ook aanhaalt, het idee dat het schoonheidsideaal anorexia nervosa veroorzaakt, blijft vooralsnog onbewezen. Het zal ook niet makkelijk te bewijzen zijn. Want als het verband echt zo simpel was, waarom lijden dan niet veel méér Nederlandse vrouwen aan deze afschuwelijke eetstoornis? En waarom neemt hun aantal de laatste twintig jaar niet enorm toe?

Eén vraag blijft tot nu toe onbeantwoord. Was er bij de VPRO dan echt geen eindredacteur die Bergman de actie uit het hoofd had kunnen praten? Die haar duidelijk had kunnen maken dat het slachtofferfeminisme een doodlopende weg is?

Of, zoals Naomi Wolf schreef in haar tweede boek: „Het slachtofferfeminisme heeft de vooruitgang van vrouwen geremd, hun zelfkennis geblokkeerd, en is oorzaak van de meest onlogische, negatieve, zelfs chauvinistische voorbeelden van regressief denken, waardoor veel vrouwen (en mannen) van de beweging zijn vervreemd.”

Bergman zou, net als Wolf zelf al veel eerder deed, ’The Beauty Myth’ met een grote klap moeten dichtslaan, om er nooit meer in te kijken. Dan kan ze doorgaan met waar ze goed in is: documentaires maken.

Dr. Casper Schoemaker is psycholoog. Zijn boek ’Anorexia bestaat niet. Het beeld van anorexia nervosa in de media’ verscheen in 2002 bij uitgeverij Archipel. Op dit moment is hij als senior onderzoeker verbonden aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

mailIcon print |