(Novum/AP) - (Update van eerder artikel. Meer informatie toegevoegd.)
Japan gaat voor het eerst in 44 jaar weer op bultruggen jagen. Vier schepen vertrekken zondag uit de haven van Shimonoseki naar het zuiden van de Stille Oceaan, met de bedoeling daar maximaal vijftig exemplaren van deze walvissoort te vangen. Sinds 1963, toen de dieren bijna waren uitgestorven, geldt er een moratorium op de jacht op bultruggen. Milieuorganisaties als Greenpeace reageerden verontwaardigd op de bekendmaking, die zaterdag werd gedaan door de Japanse visserijdienst.
Behalve bultruggen zullen de schepen ook 935 dwergvinvissen en vijftig vinvissen proberen te vangen. Nooit eerder joeg Japan in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan zo uitgebreid op walvissen. Zoals gewoonlijk zegt Japan de walvissen voor wetenschappelijke doeleinden te vangen. De walvisjacht is sinds 1986 verboden, maar Japan mag voor wetenschappelijke doeleinden jaarlijks een beperkt aantal walvissen vangen. Volgens tegenstanders van de jacht spelen er wel degelijk commerciële belangen mee, omdat het vlees van de gedode dieren wordt verkocht. Walvisvlees geldt in Japan als een delicatesse.
Onder het in 1963 ingestelde moratorium mogen alleen Groenland en het Caribische land Saint Vincent en de Grenadines elk jaar een klein aantal bultruggen vangen. Volgens de Internationale Walvisvaartcommissie vingen beide landen er vorig jaar één. Tot 1973 joeg de toenmalige Sovjet-Unie ondanks het verbod ook op bultruggen, maar het is niet duidelijk op welke schaal.
Bultruggen gelden als intelligente dieren. Ze communiceren met elkaar door middel van complexe melodieën, zijn zeer acrobatisch, worden tussen de twaalf en vijftien meter lang en tussen de 25 en 40 ton zwaar.
Het Amerikaanse Walvisgenootschap schat het aantal bultruggen op dertig- tot veertigduizend. Ze gelden daarmee als een kwetsbare diersoort. Volgens de Japanse visserijdienst kan het voor de bultruggenstand geen kwaad om er vijftig te vangen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.