*

 

Voetbal / Oranje kan niet terugvallen op vaste lijn

Henk Hoijtink − 17/11/07, 00:07

Oranje kan zich vanavond in de Rotterdamse Kuip tegen Luxemburg plaatsen voor de tweede eindronde op rij. De vooruitzichten zijn niet anders dan vóór het mislukte WK van 2006.

Het Nederlands elftal heeft wel degelijk stapjes voorwaarts gemaakt, maar die zijn slechts voor direct betrokkenen voelbaar. Dat althans betoogt aanvoerder Van der Sar aan de vooravond van de kwalificatie voor het EK 2008. Dat zó vermeende progressie onder woorden moet worden gebracht, is veelzeggend voor de ontwikkeling van het team – of voor, gemeten naar wat de buitenwacht te zien krijgt, het gebrek daaraan.

Evenals in de WK-kwalificatiereeks zijn de cijfers acceptabel. In zijn verweer tegen de desondanks toenemende kritiek zocht bondscoach Van Basten zijn toevlucht tot een interview in Voetbal International met Leo Beenhakker. „Ik hoor vaak een soort misplaatste arrogantie’’, zegt de ervaren coach daarin. „Schotland is niet kansloos in Frankrijk en Albanië is niet kansloos tegen Holland. Als al die wijsneuzen dat nou ook eens in de gaten krijgen.”

De meeste zeges van Oranje op de vele kleine landen in groep G mogen dor zijn geweest, maar grote uitslagen worden in het internationale voetbal steeds zeldzamer. De kleintjes kunnen zich wapenen, is de boodschap, en dat is natuurlijk ook zo. Nog een gelouterde collega nam het voor Van Basten op. Zijn weggehoonde voorganger Dick Advocaat was zo grootmoedig om te wijzen op de flatteuze statistieken die over Van Basten als bondscoach kunnen worden opgemaakt.

Maar wat bij voortduring wrikt is niet in de eerste plaats dat er ook in de huidige cyclus nooit eens in vloeiende stijl kon worden uitgehaald. Het is veeleer het gebrek aan houvast, aan structuur, aan een vaste lijn waarop spelers kunnen terugvallen en waarmee een al te groot verval zou kunnen worden voorkomen. En wat misschien nog wel meer wrikt is dat hetzelfde al halverwege Van Bastens vierjarige contractperiode kon worden geconstateerd – vóór het WK toen nog, dat niet voor niets op een mislukking uitliep.

Niet dat Van Basten niet heeft gepoogd een lijn aan te brengen. Zo heeft hij uiteindelijk na alle aanvankelijke experimenten een tamelijk vaste selectie samengesteld. Dat de kwaliteiten daarin onevenwichtig zijn verdeeld, ten nadele van de verdedigende, kan hem in beginsel niet worden aangerekend. Zo is momenteel nu eenmaal het Nederlandse aanbod. Wél kon Van Basten ook in het achterliggende jaar worden verweten dat hij ondanks de beperkingen daarin spelers heeft overschat, waarmee hij voor een deel de warrigheid in de hand heeft gewerkt.

Dat hij dacht in Huntelaar en Kuijt al waardige alternatieven voor de na het WK afgedankte Van Nistelrooij te hebben, was zijn voornaamste inschattingsfout. De gelouterde topspits is er nu weer bij, en eerder werd ook de lang verstoten Seedorf weer opgenomen. Er zitten geen ’vreemde elementen’ meer in de selectie, zoals Van der Sar subtiel stelde.

Maar de situatie van Seedorf bewijst dat Oranje er nog niet is. De meest gelauwerde veldspeler wordt niet op zijn sterkste punten benut, maar ter verdediging van Van Basten zij gesteld dat hij het veelzijdige materiaal van Seedorfs club AC Milan ook niet heeft. De oeverloze discussie over systemen kan mede aan de hand van dit voorbeeld tot één zin worden teruggebracht: Oranje mist de bouwstenen voor een werkelijk stevig middenveld (4-4-2) en met 4-3-3 weet iedereen, inclusief tegenstander, het nu wel. En ook dat was vóór het jongste WK al niet anders.

mailIcon print |