*

 

Kosovo / Een nieuwe patstelling dreigt

Van onze redactie buitenland − 17/11/07, 00:06

Vandaag zijn er verkiezingen in de Servische provincie Kosovo. Maar waar het vooral om draait is de toekomstige status van de provincie.

De internationale gemeenschap zit klem in de zaak-Kosovo. Al jaren wordt er gepraat, maar er is geen enkel zicht op dat Servië en zijn opstandige provincie Kosovo overeenstemming kunnen bereiken. De 1,8 miljoen Albanezen in Kosovo – 90 procent van de bevolking – willen niets anders dan volledige, internationaal erkende onafhankelijkheid. De Serviërs zijn daar mordicus op tegen. Die willen inmiddels wel ’maximale autonomie’ toestaan, maar nooit opgave van de provincie.

Dit voorjaar produceerde de Finse bemiddelaar Martti Ahtisaari een plan om de patstelling te doorbreken. Hij vindt dat de regio inderdaad onafhankelijk moet worden, „in eerste instantie onder internationale supervisie” – met name van de Europese Unie. Volgens Ahtisaari is dat de enige duurzame oplossing, en is er geen alternatief voor het opleggen van een oplossing nu de partijen er zelf niet uitkomen. Reïntegratie in Servië is geen optie, omdat Belgrado „zijn autoriteit niet kan herwinnen zonder gewelddadige oppositie op te roepen”, aldus Ahtisaari.

Het voorstel voegt de beladen term onafhankelijkheid toe, maar bestendigt de huidige praktijk: Belgrado heeft in de praktijk weinig meer over zijn provincie te vertellen sinds 1999. Toen bombardeerde de Navo het bewind van Slobodan Milosevic, dat bloedige etnische zuiveringen in de provincie had doorgevoerd, weg. Sindsdien ziet de VN-missie Unmik toe op het gekozen bestuur van de provincie, en garandeert de Navo-missie KFOR de veiligheid. En door het voortdurende toezicht kunnen de rechten van de Servische minderheid worden gegarandeerd, is de gedachte.

Maar ondersteuning door de VN-veiligheidsraad van dat plan stuit op een veto van Rusland. Dat vindt verdere fragmentatie van de Balkan onwenselijk en vreest dat andere opstandige regio’s in Europa het voorbeeld van Kosovo willen volgen. Zelf kampt het bijvoorbeeld in Tsjetsjenië met een opstand, ook al is die tijdelijk wat uitgewoed. En Rusland ziet in zijn steun aan Servië bovendien een middel om zijn invloed Zuidoost-Europa te behouden.

Deze week opperde EU-gezant Wolfgang Ischinger, die samen met de VS en Rusland het overleg op gang probeert te houden, om dan toch maar een deal te sluiten zonder de gewraakte term ’onafhankelijkheid’.

Er zou een akkoord kunnen komen met allerlei economische en sociale afspraken, maar zonder expliciete teksten over de status van de provincie. Dat is voor de Kosovo-Albanezen weer onaanvaardbaar.

Pristina dreigt 10 december alsnog zelf de onafhankelijkheid uit te roepen. Het rekent op steun van de VS, dat bij monde van onderminister Nicholas Burns zei dan inderdaad ’verantwoordelijkheid’ te zullen nemen. Pristina rekent ook op de EU, maar die is verdeeld – enkele landen hebben eigen minderheden die ze niet op ideeën willen brengen, of zijn om andere redenen tegen. Bovendien blijft bij eenzijdige onafhankelijkheid het probleem bestaan van erkenning door de VN, waar Rusland met zijn veto kan zwaaien.

Veel waarnemers vrezen dan een nieuwe patstelling, maar een die omlijst wordt door nieuw geweld in Kosovo tussen woedende Serviërs (in en buiten Kosovo) en gefrustreerde Albanezen. Zeker in het noorden van Kosovo, waar de Serviërs in de meerderheid zijn, zouden de rapen gaar zijn. Bovendien zou de spanning dan kunnen overslaan naar bijvoorbeeld Bosnië, waar de Serviërs in Srpska nog steeds weinig gelukkig zijn met de afgedwongen samenwerking met de moslims en Kroaten.

mailIcon print |