(Novum) - Banken die informatie over betalingsverkeer van hun klanten doorspelen aan opsporingsdiensten in de Verenigde Staten en hen daarvan niet op voorhand en op individuele basis over inlichten, kunnen rekenen op boetes van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). Dat heeft CBP-voorzitter Jacob Kohnstamm zaterdag gezegd op BNR Nieuwsradio.
Vorige week werd gemeld dat Amerikaanse opsporingsdiensten met succes betalingsgegevens opvragen van Nederlandse klanten. De diensten willen die gegevens gebruiken in de strijd tegen terrorisme. Deze gegevens blijken tot onvrede van het CBP ook te worden verstrekt, onder meer via Swift, de instantie in Brussel die internationale overboekingen verzorgt.
Het CBP wijst erop dat de banken de privacywetgeving overtreden als ze gegevens afstaan zonder hun klanten daarover in te lichten. Minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) heeft deze week laten weten een onderzoek in te stellen. Daarmee moet duidelijk worden hoe en in welke mate de gegevens precies worden verstrekt.
Vrijdag kondigden de banken een campagne aan om klanten ervan op de hoogte te stellen 'dat de Amerikanen mee kunnen kijken'. Kohnstamm vindt dat op zich goed, maar vreest dat de banken zo'n campagne voldoende vinden, wat het volgens hem niet is. Het informeren van klanten moet op individuele basis en op voorhand gebeuren, en niet via een massamediale campagne. "Als dit de reactie van de banken wordt, handelen ze nog steeds in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens", zegt Kohnstamm. "Dan kan ik niet nalaten om actie te ondernemen en boetes op te leggen. Een campagne is totaal bezijden het doel, namelijk dat er integer -conform de wet- gehandeld wordt door de Nederlandse banken."
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.