Sven Kramer is niet te stuiten. Na zijn winst op de 1500 en 5000 meter leidde hij Nederland indrukwekkend naar de triomf in de ploegenachtervolging.
Statistieken zijn voor statistici. Sven Kramer zegt zich niet bezig te houden met al die records waarmee hij wordt geconfronteerd. Nergens is het gegoochel met cijfers en nutteloze feitjes zo erg als bij schaatsen.
Kramer viel op de laaglandbaan van Heerenveen niet op door een virtuoos wereldrecord op de vijf kilometer, zoals een maand geleden op hoogte in Calgary. Maar dat op hem geen maat staat, bewees de Fries door te triomferen op zowel de 1500 als de 5000 meter. Waarna zaterdag de huiskamervraag volgde: wie ging Kramer als laatste voor als winnaar van die twee afstanden tijdens één wereldbeker?
De oppermachtige schaatser lacht eens als hij hoort dat het antwoord Rintje Ritsma is, in 1999. „Dat is geen slechte schaatser om op te volgen.”
Vervolgens wordt het fenomeen met profetische precisie gevraagd hoe het zou zijn als hij zondag na de ploegenachtervolging de eerste schaatser is met drie zeges op een wereldbeker. „Dat zou gaaf zijn. Het geeft iets aan over het niveau waarop ik momenteel acteer, de vorm waarin ik steek. Maar verder houd ik me daar niet mee bezig. Het is leuk voor degenen die dit soort dingen bijhouden.”
De 21-jarige schaatser maalt er niet om dat in het gecombineerde wereldbekerklassement over vijf en tien kilometer de Noor Havard Bükko hem voor gaat. Kramer verkoos vorige week een herstelweek onder de zon van Cyprus boven de wereldbekerwedstrijden in Rusland.
„Ik had die break niet nodig om te rusten, maar om nog beter te worden. Het heeft me mentaal goed gedaan. Er is altijd een hoop stress en drukte rond mijn persoon, daar was het rustig.” Het scheelt maar een paar procenten, maar Kramer zegt niet in topvorm te steken. „Het is ook niet de bedoeling om nu al in grootse vorm te steken. De grote doelen moeten nog komen.”
„Het verschil met de absolute topvorm is héél klein. Ik merk het aan de trainingen, de tijd waarin ik herstel en de laatste paar ronden. Straks op de allround toernooien moet ik verder zijn om vier afstanden in twee dagen door te komen.”
In het tweede weekeinde van 2008 verdedigt Kramer in het Russische Kolomna zijn Europese titel. Niemand twijfelt eraan dat hij het allround schaatsen zal domineren. Zeker na zijn imposante wereldbekeroverwinning op de 1500 meter van vrijdag.
Toch noemt hij Enrico Fabris als een gevaarlijke opponent, net als Davis tijdens de wereldkampioenschappen in februari. De Italiaan ontnam hem begin november even het wereldrecord op de vijf kilometer, Kramer gebruikt die waarschuwing om op zijn hoede te blijven. Want waar routine en het gevoel van onaantastbaarheid ontstaan, treedt de verzwakking in.
De pupil van Gerard Kemkers wees zelf op het grote verschil tussen het rijden van de 5000 en 1500 meter. „De vijf kilometer is er helemaal ingesleten. De wijze van voorbereiden en het beleven van de wedstrijd gaan automatisch, veel relaxeter dan voor de 1500 meter die minder mijn terrein is.”
Vrijdag moest Kramer voor zijn stunt op de 1500 meter dieper gaan dan tijdens het spel dat hij een dag later op de vijf kilometer speelde. Bükko had hem met 6.18,35 een prikkelende uitdaging voorgezet, die hij spelenderwijs met 6.15,26 beantwoordde.
„Ik sta natuurlijk het liefst bovenaan, maar mensen die me bedreigen maken het schaatsen juist mooi. Fabris is het gevaarlijkst maar Bükko komt er zeker aan. We reden als junior al tegen elkaar. Ik boekte op jongere leeftijd met grotere stappen progressie. Hij doet het in kleinere stappen, maar komt er uiteindelijk ook.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.