*

 

Justitie mag verdachte testen op hiv, hepatitis

Van onze redactie politiek − 09/10/07, 01:38

Er is een wet in de maak die verdachten van misdrijven verplicht om mee te werken aan een test op hiv of hepatitis B of C.

Justitie mag verdachten voortaan verplichten om bloed af te staan voor een hiv-test. Als justitie zo’n test niet nodig vindt, mag een slachtoffer van een misdrijf daarom vragen.

Minister Hirsch Ballin (CDA) van justitie heeft een wetsvoorstel daartoe ingediend bij de Tweede Kamer. In zijn voorstel laat de minister de rechten van het slachtoffer van een misdrijf zwaarder wegen dan de rechten van de verdachte. Het slachtoffer, redeneert de minister, heeft er recht op om te weten of de kans bestaat dat de verdachte door zijn daad een besmettelijke ernstige ziekte als hiv, of hepatitis B of C heeft overgebracht.

Het voorstel van Hirsch Ballin is in lijn met een uitspraak van de Hoge Raad uit 1993 naar aanleiding van de zogenoemde Rembrandtpark-zaak. De dader in die zaak volgde slachtoffers vanuit dit Amsterdamse park naar hun woning waar hij hen verkrachtte.

Eén van de slachtoffers eiste in een kort geding voor de burgerrechter dat de verkrachter een hiv-test zou ondergaan. De vrouw in kwestie wilde zekerheid of zij het risico liep door de dader te zijn besmet.

De rechter gaf haar gelijk, maar het gerechtshof dacht daar anders over. Dat vond een bloedtest een te zware inbreuk op de rechten van de verdachte. De zaak werd tot bij de Hoge Raad uitgevochten. Daar kreeg de vrouw gelijk.

Deze zaak, en die van een politie-agent die door een verslaafde verdachte met een injectiespuit was gestoken, gaven de aanzet tot een discussie onder juristen. Ook was er een reeks adviesrondes over de vraag of de verplichting tot het meewerken aan een bloedtest moest worden vastgelegd in het wetboek van strafvordering. In dat wetboek zijn de spelregels vastgelegd voor de strafvervolging van verdachten.

Bij het wijzigen daarvan werd aanvankelijk alleen gedacht aan een hiv-test. Hirsch Ballin breidt het voorstel uit met een test op hepatitis B en C. De rechter-commissaris, die toeziet op het strafrechtelijk onderzoek, beslist of de verdachte een test moet ondergaan.

Hirsch Ballin kiest voor een snelle procedure. Binnen 24 uur na ontvangst van een bloedmonster is de uitslag bekend. Het slachtoffer heeft dan snel duidelijkheid en kan beginnen met preventieve medicatie. Bij (kans op) hiv moet dat binnen 72 uur gebeuren, bij hepatitis B binnen zeven dagen.

Voor een aparte straf op het overbrengen van een besmetting ziet Hirsch Ballin nog geen reden. De minister wil op dit punt afwachten hoe rechterlijke uitspraken zich ontwikkelen.

mailIcon print |