*

 

Embryodonatie is als adoptie voor de geboorte en roept veel vragen op

Door: redactie − 09/10/07, 16:29

Medisch-technisch is het geen onlogische stap dat een kliniek in Leiderdorp dit najaar begint met embryoadoptie.

Ongewenst kinderloze stellen kunnen zich bij de kliniek melden voor een vruchtbaarheidsbehandeling met restembryo’s die zijn overgebleven bij een ivf-behandeling van andere stellen. Mits die laatsten daar toestemming voor geven, want het is in Nederland sinds 2004 niet meer toegestaan om anoniem zaad- of eicellen te doneren. De kliniek hoopt dat die ouders anderen willen helpen een kind te krijgen.

Voor kinderloze stellen kan het een uitkomst zijn dat er naast ivf en/of zaadceldonatie en eiceldonatie een nieuwe behandeling bijkomt. Helaas blijkt er nauwelijks onderzoek gedaan te zijn naar de bereidheid van potentiële donoren om hun embryo’s af te staan. Uit het buitenland is bekend dat die bereidheid klein is, omdat mensen de beslissing te ingewikkeld vinden. Waarbij nog komt dat de kans op een zwangerschap slechts 20 procent is. Dat roept de vraag op of de Leiderdorpse kliniek niet voorbarig is geweest en valse hoop geeft.

Maar ook als deze kliniek of andere ziekenhuizen beginnen met deze behandeling, zijn er nog wel vragen te beantwoorden. Hoe gaan de ouders, donoren, en artsen om met het gegeven dat het hier in wezen gaat om adoptie vóór de geboorte? Het kind dat geboren wordt, is nul procent biologisch verwant met zijn ouders. En hoe gaan de ouders die een embryo afstaan om met de kans dat het kind zestien jaar later aan de deur staat? Zij zullen trouwens enige garantie willen hebben dat er goed voor het kind wordt gezorgd – een garantie die een arts hun niet kan geven.

Van ’gewone’ adoptie is bekend dat veel geadopteerden vroeg of laat willen weten wie hun biologische ouders zijn. Juist hier zit er in embryoadoptie een kwetsbare schakel. Donoren zijn weliswaar verplicht hun gegevens af te staan, maar de wensouders zijn niet verplicht het kind te vertellen dat het als embryo is geadopteerd. In Groot-Brittannië blijkt tweederde van deze ouders het geheim te houden. Bij gewone adoptie of ivf gebeurt dit zelden.

De kinderen die straks, zeer gewenst, geboren worden na embryodonatie hebben recht op informatie over hun genetische afkomst. Niet alleen op de mogelijkheid om die later te kunnen achterhalen; hun ouders hebben ook een verantwoordelijkheid het kind zelf in te lichten. Ouders die niet van plan zijn dit te vertellen, zouden niet aan embryoadoptie moeten willen beginnen. Misschien is het vooral een taak voor de artsen om hen hiervan te doordringen.

mailIcon print |