Nederland en andere Isaf-landen hebben hun hoop gevestigd op het Afghaanse leger als blijvende stabiele factor. De trainers zijn daarmee begonnen, met horten en stoten.
Midden in de nacht klinken opgewonden stemmen uit de kamer waar de Afghaanse militairen slapen. De wacht moet worden afgelost, maar de opvolgers durven de betrekkelijke veiligheid van het huis niet te verlaten. Soldaten fluisteren dat er taliban-strijders in het Baluchi-gebied zijn gesignaleerd. Daar begin je met z’n tweeën weinig tegen. Sergeant Marco, een van de Nederlandse begeleiders van het Afghaanse peloton, kan op z’n kop gaan staan, maar de Afghanen blijven binnen.
Het is een combinatie van angst en onervarenheid. Het gebied ten zuiden van de Baluchi-vallei was tot voor kort in handen van de taliban. Nog maar een paar dagen geleden lieten Amerikaanse bommenwerpers hier zware bommen vallen om een taliban-waarnemer uit te schakelen. De twintig Afghaanse militairen hebben een basisopleiding gehad, maar de meesten hebben nog nauwelijks praktijkervaring kunnen opdoen. Dan is wachtlopen in het Baluchi-gebied misschien ook wel wat heftig voor een eerste missie.
Het Afghaanse leger (Afghan National Army, ANA) is de sleutel tot een eventueel succes van de Navo in Afghanistan. De Navo-troepenmacht Isaf gaat ervan uit dat vertrekken uit Afghanistan pas mogelijk is als het Afghaanse leger op eigen benen staat. Alleen goed getrainde en bewapende militairen kunnen – met politie en andere veiligheidstroepen – voorkomen dat Afghanistan weer in handen valt van de taliban.
,,We moeten het leger bijna vanaf punt nul opbouwen’’, zegt de Nederlandse adjudant Johann van het Observatie-, monitoring- en liaisonteam (OMLT) tijdens een rondgang over het ANA-kamp naast Kamp Holland. ,,Dat moeten we rustig aan doen. Ze missen discipline. Voor ons is het de uitdaging om Afghanen de klik te laten maken dat ze zelf verantwoordelijk zijn. We proberen ze op hun eergevoel aan te spreken.’’
Met veel getoeter en opwaaiend stof rijden pick-ups van het Afghaanse leger samen met Nederlandse pantservoertuigen naar het complex in Tarin Kowt van de gouverneur van Uruzgan, Assadullah Hamdam. Hij is blij met de opbouw van het leger. Net als met veel andere projecten in zijn provincie is het ’twee stappen vooruit en één stap achteruit’. Hamdam vertelt dat 24 taliban-strijders de beweging hebben verlaten. ,,Dat is heel goed nieuws voor ons. Daardoor gaat de veiligheid in Uruzgan ook omhoog.’’
Bij de toegang tot het kantoor van de gouverneur houdt Mohammed (44) de wacht. Hij zit nu negen maanden in het leger, naar eigen zeggen ’om het Afghaanse volk te dienen’. Het werk op het terrein van de gouverneur staat niet te boek als riskant, maar misschien wordt Mohammed wel overgeplaatst naar Deh Rawod. Daar zijn taliban-strijders behoorlijk actief. Is Mohammed bang? Hij lacht. ,,We zijn niet dom, maar we zijn ook niet bang of laf. Ik zal voorzichtig zijn.’’
Onder leiding van het OMLT vertrekt een peloton van het Afghaanse leger naar het beruchte Baluchi-gebied. De expeditie is de afronding van een onderdeel van de grote Isaf-operatie Spin Gahr (’Witte Berg’) om taliban-strijders te verjagen uit de Baluchi-vallei. Bij de toegang van de vallei bouwt de Australische genie een permanente wachtpost voor het Afghaanse leger. De locatie is volgens Nederlandse militairen ongelukkig gekozen: tegen een berghelling aan, waardoor de post al gauw een makkelijk doelwit kan worden.
Bovendien zouden er ondanks ’Spin Ghar’ nog veel taliban-strijders in het gebied zitten. ,,Zodra de beveiliging weg is, weet ik zeker dat het ANA wordt aangevallen’’, zegt een Nederlandse onderofficier.
Bij het Afghaanse peloton zit de schrik voor de taliban er al goed in nog voordat zich nog maar één strijder heeft vertoond. Van de bravoure die de Afghaanse militairen overdag nog vertoonden, is ’s nachts weinig meer over. Het lukt luitenant Mohammed Jan, commandant van het peloton, niet om zijn mannen te overtuigen dat ze wacht moeten blijven lopen rond het huis waar ze samen met het OMLT bivakkeren. De volgende ochtend is sergeant der mariniers Marco woedend. ,,Bij ons zou je zo uit je snurkzak worden getrokken en dan twintig kilometer moeten stekkeren!’’ De straf voor het Afghaanse peloton blijft beperkt: men moet op de bevoorradingsroute de hele dag voertuigen controleren. Patrouilleren is er even niet bij. De Afghanen lijken er niet echt onder gebukt te gaan.
Marinier Brian controleert of het wapen van een piepjonge Afghaan wel op ’safe’ staat. De Afghanen zijn behoorlijk bedreven in de handgebaren voor stoppen en doorlopen, maar echt structuur zit er volgens begeleider Marco nog niet in. ,,Je ziet dat er binnen het peloton geen command and control is. De sergeant moet ze eigenlijk corrigeren, maar dat doet hij nog niet.’’
In de middag gaat het beter. Het Afghaanse peloton loopt voorop. De sergeant wordt even gecorrigeerd om zijn geweer niet op zijn rug, maar voor zich te dragen. Bij een qala vraagt hij naar de dorpsoudste (malik) van Sajawol, terwijl andere ANA-militairen de wacht houden bij een veld met dromedarissen. De malik vertelt met een strak gezicht over de angst voor de taliban. Hij is al een jaar niet meer naar de bazaar geweest omdat hij niet bij de taliban in de gaten wil lopen. ,,Het is goed als er hier patrouilles van het Afghaanse leger lopen’’, zegt de dorpsoudste.
En verder gaat de patrouille over de bevoorradingsroute naar de Baluchi-vallei, die tot voor kort levensgevaarlijk was. ’Taliban fuck you’, roept een van de Afghanen tot groot vermaak van de anderen. Mohammed is met zestien jaar de jongste van het peloton. Hij probeert onderweg een koe te aaien. Tijdens een pauze gooit Mohammed steentjes in het water.
Korporaal eerste klasse Ger laat het peloton op linie lopen en een bos zuiveren. Het kost moeite om de Afghanen duidelijk te maken wat de bedoeling is, maar ze doen wel serieus hun best. Bij een qala gooit soldaat Ajmal snoep uit een Nederlands gevechtsrantsoen naar roepende kinderen. Het heeft iets ongemakkelijks, maar wordt oogluikend toegestaan. Het maakt Afghaanse soldaten in elk geval populairder bij kinderen. Aan het einde van de patrouille bedankt Ger de Afghaanse militairen voor hun ’medewerking en motivatie’. ,,Vandaag was er geen taliban, maar bedenk dat ze altijd in de buurt kunnen zijn. Dus blijf scherp.’’
Aan het eind van de middag begint het te regenen. Het huis heeft geen dak, maar de ANA-militairen mogen naar een ander leegstaand huis dat wel een dak heeft. Na veel soebatten blijven ze echter in het dakloze huis. ,,De taliban vindt het niet goed dat we in het andere huis gaan zitten.’’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.