Het staat nu al vast dat de nieuwe president straks zijn functie neerlegt. De premier, Poetin dus, volgt hem op.
De parlementsverkiezingen in Rusland van morgen dienen slechts om de macht van Vladimir Poetin te bestendigen en van de partij van zijn partners in de machtsbusiness. Hetzelfde geldt voor de presidentiële verkiezingen van maart volgend jaar.
Er zijn geen politieke partijen meer in Rusland die niet onder controle van de president staan. Zelfs de ’democratische’ krachten houden bij de keuze van hun kandidaten voor de parlementszetels rekening met de president. Gezien de mate van controle door het Kremlin over de gouverneurs van de regio’s kan men er zeker van zijn dat de partij Een Rusland met president Vladimir Poetin als de lijsttrekker de overwinning behaalt. De communisten zullen op de tweede plaats belanden. Marionettenpartij Rechtvaardig Rusland, opgericht door Sergej Mironov, de volledig aan Poetin loyale voorzitter van de Federatieraad (de Eerste Kamer van het Russische parlement), kan op niet meer dan 10 procent van de stemmen rekenen. Het is waarschijnlijk dat de kiesdrempel ook zal worden gehaald door de ’liberaal-democratische’ partij van de gematigde nationalist Vladimir Zjirinovski die altijd vanaf het Kremlin wordt gestuurd. De twee echt liberale partijen – Unie van de Rechtse Krachten en Jabloko – zullen de barrière van zeven procent niet halen wat de lage populariteit van deze partijen in de Russische samenleving weerspiegelt.
Het is duidelijk dat Poetin van plan is aan de macht te blijven, sterker nog, zich altijd van de toppositie te verzekeren. Na de parlementaire verkiezingen zal hij premier worden en hoogstwaarschijnlijk door politieke kuiperij vrij snel opnieuw de post van president bekleden. Alles wijst daarop.
Zo heeft Poetin in de loop van de laatste jaren een reeks maatregelen genomen die de mogelijkheden om tegen de president oppositie te voeren drastisch verminderen. De verkiezingen van de gouverneurs werden afgeschaft, veel oppositiepartijen werden de facto verboden, de verkiezingsprocedure werd ingewikkelder gemaakt, het schema van het bestuur van rechtelijke en juridische organen werd veranderd. Het enige dat niet veranderde zijn de sfeer en de schaal van de bevoegdheden van de president van Rusland (hoewel juist de opvolger het grootste gevaar voor zijn voorganger kan vormen).
Er is een duidelijke disproportie ontstaan tussen de machtstermijnen van de regionale leiders aan de ene kant en van de president aan de andere kant. Terwijl in de periode van het presidentschap van Poetin veel gouverneurs niet alleen maar herkozen maar ook herbenoemd werden voor de vierde en zelfs voor de vijfde termijn, lijkt het recht van het staatshoofd voor slechts twee aaneengesloten termijnen in strijd met de ’spelregels’ te zijn.
Verder heeft Poetin zich ervan kunnen overtuigen dat de Westerse leiders in hoge mate principeloos zijn. Zij hebben bijvoorbeeld de parlementaire verkiezingen van dit jaar in Kazachstan minder kritisch opgevat dan de voorafgaande verkiezingen aldaar, alhoewel deze keer alle zetels in het parlement aan slechts één partij ten deel vielen en de president het recht kreeg zijn post levenslang te bezetten.
Zij beschouwden de situatie in Wit-Rusland niet langer als problematisch, zodra duidelijk werd dat het dwingen van dit land tot democratie tot een conflict met Rusland zou leiden, en de voorziening van Europa met olie en gas een probleem zou kunnen worden. Onder deze omstandigheden kunnen er geen twijfels over bestaan dat het Westen niet alleen Poetin als premier en vervolgens zijn derde termijn als president zal slikken, maar ook de vijfde en de zesde presidentiële termijn onder de voorwaarde van een ’gas- en oliestabiliteit’.
Een ander aspect is dat er in het presidentiële team geen vanzelfsprekende opvolger van Poetin zit. Het team zelf is verdeeld en de belangen van de functionarissen daarin zijn tegenstrijdig. Als potentiële opvolgers naar voren treden zullen er daarom veel gekrenkte mensen zijn die over maar één wapen beschikken: compromitterend materiaal tegen de personen die tot voor kort hun strijdmakkers waren. De strijd om de macht onder deze omstandigheden zal kolossale schade berokkenen aan het hele team en zijn belangen. Zonder zeker te zijn van de overwinning zal praktisch niemand van Poetins entourage willen streven naar vervanging van de opperste leider.
Ook van de kant van de kiezers is de steun aan de potentiële opvolgers niet groot. Daar speelt de kans mee op instabiliteit in ’post-Poetin’ Rusland. De meerderheid van de bevolking wil deze instabiliteit niet. Daarom is het aantal tegenstanders van de wijziging van de grondwet in de richting van het toestaan van de derde termijn voor Poetin in de loop van maar één jaar bijna drie keer kleiner geworden – tot minder dan 25 procent van de kiezers. De meerderheid van de bevolking zal ook de snelle teruggave van het presidentschap aan Poetin toejuichen.
Tenslotte heeft Poetin zich – in tegenstelling tot Boris Jeltsin – doen kennen als niet zozeer een voorzichtig dan wel als een lafhartig politicus. Hij is bang serieuze besluiten te nemen en publiekelijk op te treden in crisissituaties. Hij ontslaat niemand van zijn onbekwame naaste omgeving, zelfs niet voor ernstige fiasco’s, maar hij schudt ze slechts als kaarten. Het is ondenkbaar dat zo’n man in staat is een risicovolle combinatie te spelen die voorziet in zijn vertrek in 2008 en terugkomst in 2012. Daarom is het hoogstwaarschijnlijk dat de in maart 2008 te kiezen nieuwe ’president’ direct zijn functies zal neerleggen. Volgens de Grondwet zal het presidentschap dan naar de premier gaan, dus naar Poetin.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.