*

 

Nederland is te passief in het klimaatdebat

Ab Pilgram, politicoloog, oud-NOS verslaggever, volgt sinds 1992 de VN-klimaatconferenties − 29/11/07, 11:00

De Nederlandse politiek keuvelt over groene stroom, maar heeft geen ideeën voor de klimaattop op Bali.

Wie het debat over klimaatverandering en klimaatbeleid al wat langer volgt heeft vorige week met grote verbazing geluisterd naar het parlement in gesprek met milieuminister Cramer. Het ging over de nota ’Schoon en Zuinig’, de uitwerking van de ’duurzaamheidparagraaf’ uit het regeerakkoord. Nederland, aldus de nota, gaat de broeikasgassen in 2020 met dertig procent verminderen, de energiebesparing verdubbelen naar twee procent per jaar en het aandeel duurzame energie vergroten van twee procent nu naar twintig procent in 2020. Heel ambitieus, maar nodig omdat we internationaal het ’goede voorbeeld’ willen geven.

Volgens minister Cramer werkt dat zo: klimaatverandering is een wereldwijd probleem, daarvoor zijn wereldwijde afspraken nodig waaraan alle vervuilende landen meedoen. Om dat te bereiken moeten rijke landen laten zien dat ambitieus klimaatbeleid kan en moet.

Maar hoe komt die wereldwijde aanpak van de klimaatverandering tot stand? En vooral: heeft Nederland op dit gebied wel wat in de aanbieding? De ploeg van Balkenende IV heeft nog maar weinig stappen gezet om de grote duurzaamheidambities vooral internationaal waar te maken.

De tijd dringt: over 4 weken begint op Bali in Indonesië de 13e VN-klimaatconferentie Juist daar moeten wereldwijd politieke doorbraken worden geforceerd. Althans, dat hebben veel regeringsleiders eind september in New York beloofd, onder wie ook premier Balkenende. Nederland wil een voorbeeldfunctie vervullen, zei hij toen. Bali wordt een „unieke kans om een gereedschapskist tegen klimaatverandering samen te stellen bestaande uit: het verminderen van broeikasgassen, landaanpassingen, technologieën en fondsen”.

Je zou zeggen dat Kamerleden tijdens vorige week in het uren durende overleg met de milieuminister daar het naadje van de kous van willen weten. Hoe denkt Nederland met een wereldwijd CO2 aandeel van een half procent, of Europa met een wereldwijd CO2 aandeel van twaalf procent, op Bali die ’voorbeeldfunctie’ te vervullen? En hoe werkt dan dat veronderstelde verband tussen ‘voorbeeldfunctie’ en internationale klimaatafspraken?

Helaas, helaas, geen Kamerlid die het wilde weten. Het uren durende overleg ging slechts over ’tussendoelen’ voor Nederland, groene stroom subsidies voor Nederlanders, straatverlichting voor Nederlandse gemeenten, convenanten voor Nederlandse bedrijven en hoe moeilijk het zal zijn om ’de samenleving mee te krijgen’. Geen enkele vraag over de inzet van de Nederlandse klimaatdiplomatie, geen minister die er iets over te melden had.

Het is nu al te voorspellen dat de internationale gemeenschap op de klimaattop op Bali niet bepaald onder de indruk zal zijn van de Nederlandse maatregelen van minister Cramer. Er komt niets terecht van de voorbeeldfunctie of de gereedschapskist die premier Balkenende toezegde.

Een probleem is dat op de klimaattop in Bali de politieke schaakstukken nog precies zo staan opgesteld als tijdens de twaalf vorige klimaatconferenties.

De Verenigde Staten zijn nog steeds VS de grootste vervuiler, maar weigeren mee te doen aan een substantieel vervolg op het verdrag van Kyoto. Alleen Europa is bereid tot een substantiële vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Derdewereldlanden zien de ’voorbeeldfunctie’ van het (rijke) Westen als het inlossen van oude beloften en voelen zich geenszins aangespoord ook zelf dure economische aanpassingen door te voeren. De steenrijke olielanden weigeren medewerking in alle toonaarden en het bedrijfsleven doet alleen mee als het een mondiaal speelveld voor zich ziet, en is bang voor concurrentienadeel als de Europese landen voorop willen gaan lopen met milieubeleid.

Het is goed dat minister Cramer en premier Balkenende zo optimistisch zijn over de mogelijke doorbraken. Maar dat optimisme is nergens op gebaseerd, of Nederland moet nog verrassingen in petto hebben die alleen de twee politici kennen.

De nota van minister Cramer van milieu spreekt een andere taal. Een van de hoofdstukken draagt de intrigerende titel: ’Europese en Internationale klimaat- en energiediplomatie’. Het blijkt een heel kort hoofdstukje te zijn over een ’beïnvloedende rol’ van Nederland in ‿Brussel! Geen woord over de Nederlandse inzet bij het complexe onderhandelingsproces met derdewereldlanden, China, Afrika en met de grootste vervuiler, de VS.

Vier weken voordat er op Bali opnieuw een historische klimaattop moet beginnen lees en hoor je nergens meer iets over compromissen die in de maak zijn, over coalities met gelijkgestemde landen, over fondsen voor ontwikkelingslanden, over uitgestoken handen richting de VS. Dat is een veeg teken.

Alleen met wereldwijde acties kan het klimaatprobleem worden opgelost. Met eenzijdige Europese ambities redden we het niet. Hoogste tijd dat de kamer daar indringende vragen over stelt.

mailIcon print |