Het beeld dat het kabinet zich slecht op de komende klimaattop op Bali voorbereidt, klopt niet. Alle inspanningen lopen via Europese Unie.
Hoe komt een wereldwijde aanpak van de klimaatverandering tot stand? En vooral: wat doet Nederland op dit gebied? Vorige week uitte Ab Pilgram in Trouw zijn verbazing over het gebrek aan discussie over deze vragen bij het kabinet en de Tweede Kamer. Omdat tijdens het Tweede Kamerdebat over de nota ’Nieuwe energie voor het klimaat’ het internationale klimaatbeleid niet aan de orde kwam, ging Pilgram ervan uit dat er geen aandacht voor deze vragen bestaat. Niets is minder waar.
Mét Ab Pilgram vindt het kabinet dat alleen een wereldwijde aanpak het klimaatprobleem echt kan oplossen. Alle aandacht gaat naar de wereldwijde klimaatconferentie op Bali in december. Nederland, en de EU, willen dat daar wordt besloten dat er een onderhandelingsproces start, gericht op een wereldwijde overeenkomst onder het VN Klimaatverdrag voor de periode na 2012, wanneer het huidige verdrag afloopt. De publieke verwachtingen voor een doorbraak op Bali zijn groot. Internationaal hebben politieke leiders op het hoogste niveau de afgelopen maanden keer op keer de urgentie van het klimaatprobleem onderstreept. Maar dat betekent helaas niet dat wij het er allemaal al over eens zijn hoe die verdere actie moet worden vormgegeven. Daar moeten wij op Bali mee beginnen.
De Europese Unie speelt een sleutelrol in het internationale debat over klimaatbeleid. Met het besluit dit voorjaar om de emissies van broeikasgassen in de EU in 2020 met ten minste 20 procent te beperken, en zelfs tot 30 procent op voorwaarde dat andere ontwikkelde landen zich tot vergelijkbare emissiereducties verbinden en economisch meer gevorderde ontwikkelingslanden een bijdrage leveren, heeft de Unie de internationale discussie in een stroomversnelling gebracht. Door dit besluit kon de Duitse voorzitter de klimaatverandering agenderen op de G8-vergadering deze zomer. Door de druk die daar is ontstaan, mengen de Verenigde Staten zich nu actief in de discussie.
Nederland wil vooral via de EU een bijdrage leveren aan de aanpak van het klimaatprobleem. Dat ons land zelf een ambitieus nationaal programma heeft met vergaande doelstellingen op het gebied van emissiereductie, energiebesparing en hernieuwbare energie, blijkt ons een bijzonder recht van spreken te geven. Op vier manieren speelt Nederland binnen de EU een rol.
Wij willen ten eerste dat er internationale afspraken komen die het lange termijn doel – het voorkomen van gevaarlijke effecten op de natuur, het leefklimaat en de welvaart van de wereldbevolking – binnen bereik houden. De gemiddelde temperatuurstijging op de aarde mag daarom niet groter worden dan 2 graden boven het pre-industriële niveau.
Een internationale klimaatafspraak is alleen effectief als alle vervuilende landen meedoen (dus inclusief de Verenigde Staten en snelgroeiende ontwikkelingslanden) en alle belangrijke emissiebronnen worden meegenomen (dus inclusief emissies door ontbossing en emissies van de lucht- en zeescheepvaart). Wij vinden dat industrielanden als eerste maatregelen moeten nemen, te beginnen door zich te verbinden aan een gezamenlijke vermindering van hun broeikasgasemissies met 30 procent in 2020 (zoals in het coalitieakkoord is vastgelegd). Voor ontwikkelingslanden zal er een gradueel proces moeten komen.
In de derde plaats willen we dat de armste ontwikkelingslanden worden ondersteund bij het verwerven van nieuwe schone technieken en bij het zich aanpassen aan de effecten van de nu al optredende klimaatverandering, bijvoorbeeld door afspraken over fondsen en kennisoverdracht.
Tot slot zien we het instrument emissiehandel als een centrale bouwsteen voor een mondiaal klimaatregime. Onder emissiehandel krijgen bedrijven een grens opgelegd aan hun uitstoot van broeikasgassen. Binnen die grens hebben zij de flexibiliteit om maatregelen in het eigen bedrijf te treffen of emissierechten van andere bedrijven te kopen. Een zo breed mogelijk systeem van emissiehandel geeft bedrijven de ruimte om voor de laagste prijs de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Naast een actieve opstelling bij de VN-onderhandelingen op Bali, werkt dit kabinet aan aanvullende initiatieven. Zo heeft Nederland een leidende positie bij het ontwikkelen van duurzaamheidscriteria voor het gebruik van biomassa voor energieproductie. Wij streven naar een certificeringssysteem, maar werken daarnaast met ontwikkelingslanden aan proefprojecten om die criteria in de praktijk te brengen. Een ander initiatief is om de Nederlandse deskundigheid op het gebied van watermanagement aan ontwikkelingslanden over te brengen. Zo krijgen wij bondgenoten die in de onderhandelingen goed van pas komen.
Kortom, dit kabinet voelt de urgentie, kiest voor ambitieus beleid en voor een slimme aanpak waarin we gebruik maken van de sterke kanten van Nederland. En dat is ook nodig, want nu niet handelen is oliedom!
i Het stuk van Ab Pilgram is te lezen op www.trouw.nl/discussie .
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.