In het gisteren door prins Willem Alexander geopende Sport & Innovatie Centrum op Papendal worden nieuwe stappen gezet in de topsportwedloop.
Erica Terpstra filosofeerde over de ontwikkeling van het geheime wapen voor Peking. Willem Alexander ziet innovatie als ‘een antwoord op doping’. Alsof doping niet ook innovatie is. Met de voorzitter van NOC-NSF en het IOC-lid met koninklijke status is men er op Papendal van overtuigd dat met het Sport & Innovatie Centrum een belangrijke stap is gezet in de topsportwedloop.
Met de daarin voor veel geld verworven kennis kan ook een bijdrage worden geleverd aan de breedtesport en zelfs andere sectoren van de maatschappij. De koelvesten van Peking bijvoorbeeld werden door Jan Willem van der Wal, directeur InnoSportNL, gezien als de oplossing voor kwetsbare bejaarden in extreem warme zomers.
In de nieuwbouw op het nationale sportcentrum zijn drie instituten onder één dak gebracht. ISA Sport doet onderzoek naar en keurt sportvelden. InnoSportNL coördineert en initieert samen met NOC-NSF en TNO wetenschappelijk onderzoek in de sport. En in het tien jaar geleden geprivatiseerde Medisch Centrum Papendal kunnen topsporters, breedtesporters en bedrijfsleven voor keuringen terecht.
In het Sport & Innovatie Centrum wordt kennis en ontwikkeling van de verschillende gebieden gebundeld. Van materiaal, drank en voeding tot trainingsleer. Papendal is op dit gebied volop in ontwikkeling. In 2005 werd de eerste stap gezet met de technisch geavanceerde atletiekbaan en een krachtcentrum. Vorig jaar werd de eerste van de nu gerealiseerde drie semi-permanente trainingshallen geopend.
Daaraan werd gisteren met de opening van het kenniscentrum de klimaatkamer toegevoegd. Daarin kunnen sporters wennen aan extreme weersomstandigheden. Verschillende bestaande technieken zijn in samenwerking met een bedrijf in de kassenbouw samengebracht.
In de ruimte is plaats voor maximaal acht roei-ergometers (de complete Holland Acht kan er tegelijkertijd trainen), loopbanden en fietsen zijn de andere hulpmiddelen om op te trainen. Een wedstrijdparkoers kan exact worden nagebootst. Daarbij kan de temperatuur worden geregeld tussen de 10 en 45 graden en de luchtvochtigheid worden opgevoerd tot 99 procent. Ook kunnen verschillende hoogten worden gesimuleerd, tot maximaal vijf kilometer.
De ruimte kan binnen anderhalf uur op de gewenste omstandigheden worden ingesteld. Daarin is de klimaatkamer aanmerkelijk praktischer dan (mislukte) voorbeelden uit de voormalige DDR en China, waar hele sportzalen als zodanig werden ingericht. De klimaathal is uniek in Europa en zal niet beschikbaar zijn voor sporters uit andere landen. Slechts in Australië en de VS zijn vergelijkbare accommodaties.
Aanpassing aan de weersomstandigheden in Peking (30 graden met een luchtvochtigheid tot 99 procent) vergt veertien dagen. In de klimaatkamer kan die acclimatisering worden verkort door voor vertrek een drie weken durend programma met zes tot tien trainingssessies te doorlopen. Zo kan de tijd in Peking beter worden benut voor trainingen op de olympische locaties.
Van de trainende sporters wordt met hydratie- en zweettesten gemeten hoe hun lichaam reageert op verschillende omstandigheden. De metingen worden geanalyseerd en opgeslagen in een database. Naast de klimaatkamer liggen de meetkamers van het Medisch Centrum.
Voor Peking is een vochtmeetprogramma ontwikkeld. Hierin worden atleten in de klimaatkamer onderzocht en krijgen ze een persoonlijk advies over wat, hoeveel en wanneer ze moeten drinken voor een optimale prestatie. Net als voor de Spelen in Athene zijn koelvesten beschikbaar, zij het in een verbeterde versie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.