*

 

ephimenco / Interpretatie

Sylvain Ephimenco − 29/12/07, 00:05

Man en paard noemen is niet Beatrix’ sterkste kant. Het is meestal vaagheid troef in haar jaarlijkse kerst-epistel. De boodschap mag dan min of meer begrijpelijk overkomen, maar op wie of wat ze doelt moeten de vogelwichelaars en koffiedikkijkers zelf maar uitmaken. Dat Gekke Geert onmiddellijk in het koninklijke zwarte gat sprong om zijn eigen sterretje aan te steken, moet niemand verbazen.

G.G. voelt zich altijd op zijn best zodra hij zich met de lompen van de martelaar kan tooien. En misschien had hij daar dit jaar wel reden toe. Maar is hij de enige die de koninklijke leemtes en stiltes naar eigen smaak invult? Zo’n tien jaar geleden begon Beatrix haar stokpaardje Verdraagzaamheid met multiculti-zadel te bestijgen. Uit haar kersttoespraak uit 1998: ’Angst en haat vormen ook de voedingsbodem waaruit gevaarlijke denkkaders kunnen voortkomen, gegrond op vals onderscheid tussen wij en zij’. In een ongemeen fel commentaar liet Trouw toen het multiculti-zinnetje aan zich voorbij gaan. De krant lichtte er een ander uit, veel repressiever: ’Wat echt verkeerd is, kan natuurlijk niet worden getolereerd.’ Volgens Trouw moesten de Amsterdamse bestuurders zich de koninklijke kerstberisping aantrekken en zonder pardon ’keihard optreden’ tegen ’Marokkaanse jonge criminelen’. Het commentaar droeg de titel ’stadsterreur’ en moet destijds de instemming van de nog onervaren Wilders hebben gekregen. Er hadden kort daarvoor relletjes in Amsterdam plaatsgevonden. Mijn krant en zijn commentator kregen het schuim op de lippen: ’Worden ze op een delict betrapt, dan mobiliseren ze via zaktelefoons hun trawanten en zetten ze allochtone buurtbewoners tegen de politie op met gelamenteer over discriminatie en redeloos geweld.’ Ik zal me dit jaar maar onthouden van een subjectieve invuloefening van Beatrix’ toespraak. Wel protesteer ik hevig tegen het beeld dat Beatrix van de Nederlandse samenleving heeft neergezet. Een dolende, bijna redeloze samenleving die ’van dag tot dag op de proef wordt gesteld’, waarvan de verdraagzaamheid door ’grofheid in woord en daad’ wordt aangetast. In deze bloedige wereld vol aanslagen was Nederland anno 2007 een oase van rust en geluk. En als er incidenten plaatsvonden, kwamen ze bijna allemaal op het conto van dezelfde groep fanatiekelingen te staan. Een ex-moslim werd op straat afgeranseld, hij moest voortaan onder strenge beveiliging door het leven. Een kunstfotograaf werd uit angst voor represailles de toegang tot een tentoonstelling ontzegd en moest onderduiken. En oud-parlementariĆ«r moest gaan bedelen om tegen haar potentiĆ«le moordenaars te worden beschermd en een aantal politici wordt nog steeds dag en nacht beveiligd. In Slotervaart werden rellen geschopt, auto’s in brand gestoken en een politiebureau aangevallen. Om maar niet te spreken over die walgelijke rapper die, omringd door gewapende criminelen, in een videoclip opriep tot ’schijt hebben aan de overheid’. Maar misschien is het juist dit alles wat Beatrix bedoelde toen ze over ‘grofheid in woord en daad’ repte.

mailIcon print |