*

 

Met wegwuiven van meldingsplicht is probleem jeugdzorg niet van tafel

Door: redactie − 08/01/07, 23:11

Elk jaar komen in Nederland naar schatting vijftig kinderen om het leven door toedoen van hun ouders. Dat dit kwaad nooit helemaal uitgebannen kan worden maar dat dit wel het streven moet zijn, dringt gelukkig steeds verder door. Zo beloofde minister Verdonk de jeugdzorg gisteren geld, om ervoor te zorgen dat de medewerkers voortaan minder pupillen onder hun hoede hebben. Dat is goed.

Maar ook Verdonk weet dat er meer aan de hand is. De directeur van de Amsterdamse jeugdzorg, Wiel Janssen, wees zaterdag op een ander probleem dat het werk van zijn instelling bemoeilijkt: het medische beroepsgeheim. Artsen moeten in principe alles wat ze weten over hun patiënten, geheim houden. Psychiaters die vermoeden dat hun patiënten hun kinderen wat kunnen aandoen, horen die kennis dus voor zichzelf te houden. Dat moet anders, vindt de directeur jeugdzorg. Hij bepleit een verplichting voor psychiaters om de jeugdzorg te waarschuwen als ze vermoeden dat de kinderen van hun patiënten thuis niet veilig zijn.

Zo’n signaleringsplicht klinkt logisch. Als het leed een kind eenmaal is aangedaan, is vaak de vraag: hoe kán het dat zulke gestoorde ouders hun kind gewoon zelf mogen opvoeden? Had niemand kunnen ingrijpen om dit te voorkomen?

Dat zijn terechte vragen, maar net zo gerechtvaardigd is de vraag of we met het opgeven van het medisch beroepsgeheim niet nog verder van huis zijn. Gezondheidsjurist Legemaate benoemde gisteren de keerzijde van zo'n signaleringsplicht. Als psychiaters verplicht zijn hun zorgen te melden, dan kan dat mensen afschrikken om hulp te zoeken. Ook vreest hij dat hulpverleners zich gaan indekken, en maar alles gaan melden – uit angst voor nalatigheid. ’Emotioneel begrijpelijk, maar onverstandig’, zei de hoogleraar dan ook over de signaleringsplicht.

Maar daarmee is het probleem van de jeugdzorg niet van tafel. Artsen kunnen concrete aanwijzingen van mishandeling al melden bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, maar ze kunnen dat ook laten. Dat is te vrijblijvend. Een verplichte melding aan een AMK als ’tussenpersoon’ zou aan veel bezwaren tegemoet kunnen komen. Ook moet het belang van het kind bij eventuele opname van psychiatrisch zieke ouders zwaar wegen. Misschien zijn er andere oplossingen – maar duidelijk is dat de samenwerking tussen jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg beter moet.

mailIcon print |