*

 

Geen verstikkende Haagse deken over het Nederlandse landschap

Door: redactie − 08/02/07, 22:40

Of ze nou minister zijn, rijksbouwmeester of natuurbeschermer, ze zeggen allemaal hetzelfde: het landschap verrommelt, en het rijk moet zich weer actief bezighouden met de ruimtelijke ordening van het land.

In opmerkelijk eensgezinde bewoordingen hebben Pieter Winsemius, architect Mels Crouwel en de natuur- en milieubeweging de afgelopen weken hun gram gespuid over de schijnbaar aaneengeregen Vinex-locaties, opeengehoopte bedrijventerreinen en ondoordachte stads- en dorpsuitbreidingen. Wie zich ergert, kan zijn klachten – in woorden én in foto's – kwijt bij natuurorganisatie Natuur en Milieu. Conclusie van dit alles: iedereen doet maar wat en Den Haag moet het tij keren.

Vinden deze dames en heren gehoor in Den Haag, dan zou dat een radicale breuk zijn met het ruimtelijk beleid van de eerste drie kabinetten-Balkenende. Onder aanvoering van CDA en VVD werd bij de bebouwing van de open ruimte, de economische ontwikkeling meer bepalend dan de landschappelijke waarde. Daarnaast kregen gemeenten ook nog eens de vrije hand. Want, schreef minister Dekker onlangs nog in deze krant, visies die van onderop komen zijn het meest levensvatbaar. Het gevolg is geweest dat elke gemeente bouwde aan zijn eigen bedrijventerrein en dat het land er nu van Groningen tot Limburg vrijwel hetzelfde uitziet – zowel in de stadscentra als langs de snelwegen.

Het is verleidelijk om het roer nu om te gooien, maar verstandig is het niet. De liberalen hebben in het verleden terecht gewaarschuwd voor een ’Haagse deken’ die zich over het land ontrolt als Den Haag als een ’superwethouder’ de touwtjes in handen neemt. De rijksoverheid zit eenvoudigweg te ver weg om gedetailleerd te bepalen waar gemeenten moeten bouwen. Zo’n knellende band ontneemt lokale bestuurders het initiatief dat zij nodig hebben om wonen, werken en recreëren op een manier te combineren die het landschap behoudt en waar nodig ontziet, door níet te bouwen.

Wethouders hebben dus een zekere vrijheid nodig, maar het gebrek aan samenhang tussen al die bouwers wreekt zich. De samenhang moet van boven komen, en dan ligt vooral de provincie voor de hand: niet te dicht op het lokale bestuur, en ook niet te ver ervan af. Maar zonder een nationale visie op het landschap kunnen ook de provincies niet. Het is nu aan Den Haag die heldere blik te ontwikkelen. Met lef en creativiteit – en ook snel graag.

mailIcon print |