*

 

Kabinet mag verlenging missie niet met bezweringen afdoen

Door: redactie − 29/11/07, 01:07

Het kabinet zal morgen naar verwachting het besluit nemen de missie in Uruzgan met twee jaar te verlengen. De belangrijkste vraag is hoe het dit besluit zal motiveren. Dat is een stuk lastiger dan twee jaar geleden, toen een zwaar accent kon worden gelegd op het perspectief van wederopbouw.

Jammer genoeg is daarvan tot nu toe weinig tot niets terecht gekomen. De missie is in het eerste jaar vooral een vechtmissie gebleken, die de beoogde stabiliteit en veiligheid in de provincie nauwelijks dichterbij hebben gebracht. De zogeheten ’inktvlekstrategie’, waarbij het veilige gebied geleidelijk zou worden vergroot, heeft niet gewerkt en het is zelfs aannemelijk dat de aanwezigheid van de Nederlandse (en Australische) troepen in de ’rustige provincie’ Uruzgan oorlogsgeweld heeft aangetrokken. Er zijn twaalf Nederlandse militairen gesneuveld en een veelvoud aan Afghaanse burgers. Zelfs in de directe omgeving van Kamp Holland is de situatie nog altijd niet zonder meer veilig.

Afgezet tegen de verwachtingen vallen de resultaten dus bar tegen. Vermoedelijk waren die verwachtingen te hoog gespannen, mede door het sterke accent dat het tweede kabinet-Balkenende op de wederopbouw legde. Maar het gaat te ver om te concluderen dat we opnieuw, naar het gevleugelde woord van de sociaal-democraat Piet de Visser, ’een oorlog zijn in gerommeld’. Van begin af aan was duidelijk, mede door de bloedige geschiedenis van Afghanistan, dat de missie niet aan vechten zou ontkomen. Zo liet de hoorzitting die de Kamer eind 2006 hield er geen twijfel over bestaan dat het een moeizaam en riskant karwei zou worden.

Door de ervaringen in de eerste zestien maanden kan de werkelijkheid niet langer mooier worden voorgesteld dan zij is. Dat is in zekere zin winst. Het kabinet is nu gedwongen op basis van een barre realiteit het verlengingsbesluit te motiveren. Dat wil zeggen antwoord te geven op de vraag wat we daar te zoeken hebben. Dat antwoord volstaat niet met de enkelvoudige bezwering van premier Balkenende ’dat we de Afghanen nu niet in de steek kunnen laten’. Alleen al het grote aantal slachtoffers onder de burgers van Uruzgan vraagt om een nadere uitleg.

Natuurlijk heeft Nederland zich verplicht tegenover de Afghanen en, als bondgenoot, ook tegenover de Navo. Dat rechtvaardigt verlenging van de missie. Maar Srebrenica (1995) heeft ook geleerd dat elke stap om een geheel eigen afweging en motivering vraagt. Het moet, met andere woorden, glashelder zijn waarom Uruzgan het leven van Nederlandse soldaten waard is.

mailIcon print |