Ik heb eerder een column ("Beroeps") gewijd aan het woord 'amateurschrijvers' en nu zag ik het notabene in Trouw: deelnameformulieren voor de verhalenwedstrijd staan op onze website voor amateurschrijvers... grrr! Waarom moet bij schrijvers dit onderscheid altijd gemaakt worden? Noemen ze mij ondanks het bereiden van zo'n 90.000 maaltijden een amateurkok? Ben ik na het berijden van wegen overal ter wereld een amateurchauffeur? Tijdens koken en autorijden ben ik toch kok, chauffeur tout court?
Ik schreef: "Wie zonder schrijven niet kan leven, is een schrijver." Dat zegt niet dat je niets anders doet, wilt, kunt, dan schrijven. Het is zelfs de vraag of dat een goed idee is. Mulisch heeft opgemerkt, dat in veel moderne romans niet wordt vermeld wat de hoofdpersoon voor de kost doet. Dat krijg je als een schrijver alleen een schrijversleven leeft.
Sjoerd Kuyper heeft een schitterend boek geschreven: Hoofden Uit De Mist. Sinds ik moeder ben (amateurmoeder?) is hij mijn favoriete kinderboekenauteur, en in deze bundel over jeugdliteratuur geeft hij àlle schrijvers behartenswaardige tips, vooral in brieven aan kinderen die vragen hoe je schrijver wordt.
"Als jij later schrijfster wilt worden, bedenk dan dat je niet iets bijzonders moet zijn, maar iets bijzonders moet maken. Veel schrijvers vergissen zich daar enorm in, draaien het juist om en lopen als een ontploft circus over straat. Niet doen! Misschien kun je beter dierenarts worden en dan 's avonds mooie boeken schrijven over dieren."
En een paar bladzijden verderop: "Als je verhalen gaat schrijven moet je dan doen omdat je graag verhalen wilt schrijven, niet om beroemd te worden. Als je schrijft om beroemd te worden ga je niet schrijven wat je leuk vindt, en mooi en goed, maar dan ga je verhalen maken waarvan je alleen maar hoopt of denkt dat anderen ze leuk en mooi en goed vinden." Kijk, dàt was nou de definitie van een amateurschrijver.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.