Iemand noemde het een goedkope woordspeling, die zin uit mijn zelfmoordcolumn: de dood is niet het einde maar de bestemming. Iemand zag kennelijk geen verschil tussen onderweg zijn naar een bestemming, een doel, een vervulling – of slechts op weg zijn naar het einde.
In romans zien we dat verschil geïllustreerd. Van de ene zeggen we: leuk boek, slap slot. We kennen ze, die laffe eindes. De man uit de kast, "het was maar een droom", of zo'n slot waaruit blijkt dat de schrijver de moed heeft opgegeven. Hij wist niet door te dringen in het diepste innerlijk van zijn personages; misschien hield hij niet eens van ze, had hij ze alleen maar in het leven geroepen omdat ze zo leuk aansloten bij een heersende trend. Zo van: laat ik ook eens een boek schrijven over een moderne jonge vader in een buitenwijk of een kannibaal in een kelder. Dergelijke verhalen bereiken een einde dat niet meer is dan een punt. Het is af, hier stopt het, en de lezer is het boek al vergeten voor hij het teruggezet heeft in de kast.
Terwijl het andere einde, het goede einde, ons achterlaat met een berg gevoelens. Bewondering, omdat het boek àf is, volmaakt. Spijt, omdat het avontuur voorbij is (dat geldt voor lezer èn schrijver). Vreugde, omdat het verhaal een uitweg bood voor wat in ons leven uitzichtsloos leek. Een schok van herkenning, en van erkenning, dat het alleen maar zó kon aflopen met die mensen met wie we echt meegeleefd hebben.
Etty Hillesum schreef: "Moet men z'n leven niet zó leven, dat men het als een besloten en afgerond geheel in zich draagt, zodat het altijd àf is, iedere minuut opnieuw helemaal af?"
Personages streven naar vervulling, dat is immers hun enige bestaansgrond. Voor mensen geldt precies hetzelfde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.