(Novum) - Leiden herdenkt vrijdag dat de stad tweehonderd jaar geleden werd getroffen door een buskruitramp. Op 12 januari 1807 explodeerde een vrachtschip dat was geladen met 37 ton buskruit. Bij de ontploffing vielen 160 doden. Daarnaast raakten ongeveer tweeduizend mensen gewond en werden 218 huizen verwoest.
Ter gelegenheid van de herdenking is de toedracht van het incident door historici opnieuw onderzocht. Een belangrijke uitkomst van dat onderzoek is dat de schipper van het ontplofte vrachtschip niet schuldig is aan de ramp, zoals gedurende tweehonderd jaar werd aangenomen.
De gangbare verklaring voor de ramp was al die tijd dat de schipper dronken was en hij 'schelvis stond te bakken naast de kruitvaatjes'. Volgens de onderzoekers was de schipper, Adam van Schie, op het moment van de explosie in zijn herberg in Delft. Hoe de fatale vonk het kruit wel heeft laten ontploffen, is nog altijd onduidelijk.
In een herdenkingsboek over de ramp komen volgens de gemeente Leiden nieuwe feiten aan het licht. Verder wordt de gebeurtenis herdacht met een herdenkingsbijeenkomst, een studiedag in het Lipsiusgebouw en twee tentoonstellingen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.