*

 

Kuitenbrouwer / In de plastic tas zat een literfles Talisker. Zo’n eiland-malt die naar turf, pek en jodium smaakt.

door Jan Kuitenbrouwer − 09/01/07, 22:14

Zoals ik schreef begin november, voor onze Atlantische oversteek, was een van de dilemma’s waar we bij de voorbereidingen mee worstelden: alcohol mee, ja of nee, en zo ja: hoeveel?

Helemaal géén is het simpelst, maar waarom zou je dat doen? Je maakt zo’n reis voor je plezier. Of grijp je de gelegenheid aan om eens een paar weken af te kicken? Maximaal inslaan is misschien ook niet verstandig – dan kán het uit de hand lopen.

De discussie ging door tot aan het wijnschap van de supermarkt waar we de inkopen deden, een grote Carrefour op Tenerife. De reis is 20 tot 25 dagen zeilen. Het kan uitlopen (geen wind, mast weg, diesel op, verkeerde afslag), dus je wordt geadviseerd ongeveer twintig procent extra te foerageren. We deden dus boodschappen voor 30 dagen. Uiteindelijk werden we het eens over een halve fles wijn voor elke potentiële reisdag, oftewel vijftien flessen. Zes wit, vijf rood, vier rosé. Plus één fles whisky, was mijn voorstel – zo’n eiland-malt die naar turf, pek en jodium smaakt en waarvan je niet meer dan één glas drinkt – , precies zoals mijn vriend T. suggereerde toen ik het drankdilemma met hem besprak.

Het voorstel werd aangenomen, maar de Carrefour had geen sterke drank, dus we vertrokken naar La Gomera, waar de echte afvaart zou plaatsvinden, met wijn maar zonder whisky.

Naast ons in de jachthaven lag een zeker zestig jaar oude houten tweemaster in nogal verwaarloosde staat. De bewoner was een Europese zestiger die kribbig zijn bezittingen van de steiger begon te halen toen wij aanmeerden. Ons schip had intussen averij. Op weg naar La Gomara begaf de sleepgenerator het, de dynamo waarmee je onderweg stroom opwekt, aangedreven door een schroef in het water, een belangrijk apparaat bij zo’n lange reis. Het was de tweede keer in korte tijd dat hij vastliep, dus we besloten de oversteek er niet mee te wagen. Toen de nieuwe generator de volgende dag geïnstalleerd was vroeg D. aan onze knorrige buurman of hij misschien geïnteresseerd was in de oude, die na een revisie waarschijnlijk nog wel een tijdje mee zou kunnen. Diep dankbaar nam hij het apparaat in ontvangst. Hij was een Brit, genaamd John.

Mijn veronderstelling dat ik op La Gomera nog wel een mooie whisky kon kopen bleek een tikje naïef en met tal van last-minute benodigdheden – pannensponsjes, tandpasta, wasknijpers – maar zonder single malt keerden we die avond terug bij de boot. Bij het luik stond een plastic boodschappentas. Er zat een briefje aan. ’Thank you. John.’ In de zak zat een fles. Een literfles Talisker. Precies het merk waar ik aan dacht toen T. over die malt met jodium en turf begon. Talisker wordt gemaakt op Skye, een eiland waar ik graag kom en ooit de Talisker distillery bezocht. Meer teer en jodim (en pek!) zul je niet gauw in een whisky aantreffen. Ideaal voor desinfectie bij kleine operaties en waarschijnlijk ook bruikbaar als insecticide.

Het eigenaardige was wel dat hij de hele reis onaangeroerd bleef. Net als de wijn.

Geen behoefte aan.

mailIcon print |