*

 

faunabeheer / Gemeenten gaan ganzen diervriendelijk te lijf

door Maaike Bezemer − 10/01/07, 22:53

Stadsganzen kunnen flink wat overlast geven. Grote groepen produceren veel poep en geluid, vreten kanaalranden kaal, hinderen het verkeer of vallen kinderen aan. Maar steeds meer gemeenten ontdekken de diervriendelijke bestrijding.

Op de Valentijnkade in Amsterdam-Oost zijn eind december dertig ganzen gevangen. Inmiddels wonen ze in Almere, lekker in het groen. De gemeente Tilburg kondigde net voor de Kerst beleid aan tegen tweehonderd boerenganzen in twee woonwijken. Maar vangen gebeurt pas in februari. Net als Amsterdam – maar ook Roosendaal, Haarlem, Emmen en Groningen – heeft Tilburg een diervriendelijk bedrijf ingehuurd dat de groepen eerst inventariseert en een beheersplan opstelt.

Nou ja...bedrijf, eigenlijk is het de 23-jarige Martin Hof in zijn eentje, met wat vrijwilligers. Hij loopt al zestien jaar tussen de ganzen in Coevorden en is aan ze verknocht. „Na een dag observeren weet ik precies welke dieren bij elkaar horen en of er agressievere ganzen tussen zitten, die je dus het beste kunt weghalen. Ganzen moet je met respect behandelen. Ze kunnen veertig jaar worden, zijn monogaam en erg gehecht aan hun familieleden. Haal je een populatie zomaar uit elkaar dan krijg je enorme commotie.”

Dat gemeenten nu naar buiten treden met hun ganzenbeleid, betekent niet dat er meer overlast is. Witte, boeren- of soepganzen lopen al sinds de jaren zestig in woonwijken. Wel kiezen meer gemeenten voor een diervriendelijke aanpak, en dat laten ze graag zien, denkt Hof. Volgens Peter van Poelgeest, adviseur en ganzenspecialist bij de Dierenbescherming, wordt er ook nog volop gewerkt met faunabeheerders, die ganzen rigoureuzer van de groep scheiden en vergassen.

Hof: „Daar komen gemeenten niet meer mee weg. De Partij voor de Dieren heeft niet voor niets twee zetels. Sommige stedelingen zetten zich met hart en ziel in voor ganzen. Ze voeren ze en als er één gewond is, verzorgen ze die of bellen de dierenambulance. Tegenover die mensen kun je het niet maken om de dieren zomaar weg te halen.”

De Dierenbescherming heeft het niet zo op die voerende bewoners. „Als je ganzen afhankelijk maakt, krijg je vanzelf overlast”, zegt Van Poelgeest. Maar volgens Hof zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitdijende groepen. „Deze halftamme ganzen hebben nooit geleerd te migreren, je moet nestbeheer toepassen.”

Hof komt ook alleen ganzen vangen als de gemeente dergelijk nestbeheer start. Dat houdt onder andere in dat eieren in een vroeg stadium worden geschud of ondergedompeld in maïsolie, zodat ze niet uitkomen. Beter een ei schudden, dan een gans doden, vindt hij.

Voor elk gevangen ganzenpaar zoekt Hof een geschikt adoptieadres. Elke gans moet minstens 25m2 tot zijn beschikking hebben, liefst grasland. De nieuwe eigenaren tekenen zelfs een contract. Hof: „Als ze op de ganzen uitgekeken raken, moeten ze ze teruggeven.”

De Dierenbescherming heeft nog een lijst van mensen bij wie in 2003 vogels zijn geruimd vanwege vogelpest. En Hof zelf heeft inmiddels ook een aardig bestand ganzenliefhebbers. „Maar nu steeds meer gemeenten me weten te vinden, kan ik nog wel wat adressen gebruiken.”

mailIcon print |