(Novum) - Groningse en Limburgse ouders maken zich de meeste zorgen over de veiligheid van hun kinderen. Dat stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Groningers en Limburgers verbieden hun kroost het vaakst ergens heen te gaan omwille van hun veiligheid.
Waar de kinderen niet heen mogen, is door het CBS niet onderzocht. Maar dat kan uiteenlopen van het verbieden naar de overkant van de weg te gaan tot het bezoeken van plaatsen waar zich incidenten hebben voorgedaan, zegt een woordvoerder van het statistiekbureau maandag.
In Utrecht en Zuid-Holland zijn ouders ook erg bezorgd, maar dat ligt volgens het CBS aan de stedelijke gebieden in deze provincies. Die zijn er in Groningen en Limburg niet of nauwelijks. Hoe stedelijker de woonomgeving, hoe vaker ouders hun kinderen een beperking opleggen, licht het CBS toe. In stedelijke gebieden houdt meer dan de helft van de ouders kinderen thuis, tegenover twaalf procent op het platteland.
Ouders van niet-westerse afkomst laten hun kinderen minder vrij dan autochtone ouders, blijkt uit de CBS-cijfers. Van de allochtone ouders legde ruim dertig procent kinderen vaak een bewegingsbeperking op, tegenover een kleine twintig procent van de autochtone ouders. Dit verschil wordt volgens het CBS vooral veroorzaakt doordat allochtonen vaker in steden wonen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.