Het zou in dit ruige leven, waarin relaties aan de lopende band worden verbroken, een gulden regel moeten zijn: praat nooit publiekelijk over je eigen scheiding.
Probeer niet je gelijk te halen door sokken en onderbroek van de ex-geliefde aan de grote klok te hangen. Voor je het weet tuimel je in een poel pathetiek met aan de rand ervan, met zijn voet badend in het schuim van je eigen onbeschaamdheid, een publiek met rooie oortjes. Wie ooit de pers opzocht om in een teiltje zijn zure sappen af te scheiden, komt er altijd bekaaid af. En terwijl de ontvanger met perskaart het gevulde teiltje in zijn computer kwijlend overgiet, loopt de gefrustreerde weg, richting zijn welverdiende reputatie van galbakje.
Het zijn overigens niet alleen amoureuze relaties die hier bedoeld zijn. Scheiding is universeel en beslaat alle segmenten van de samenleving. De breuken tussen de loonslaaf en zijn broodheer, de huurder en zijn verhuurder, de koningin en haar volk, het baasje en zijn ongehoorzame hond, ze doen allemaal pijn en kunnen beter rechtstreeks de doofpot in.
Wat heeft in godsnaam columnist Jan Blokker bewogen om in het teiltje van het schandaalblaadje HP/En nog Wat zijn maagzuur te deponeren? Waarom toch proberen de hoofdredactionele hielen die je jarenlang hebt gelikt, nu ineens te bijten? Voor wie de vorige afleveringen heeft gemist, het volgende. Blokker was sinds 1831 of zoiets hoofdcolumnist van de Volkskrant. Vanuit het dakraampje van de stoffige zolder waarin hij relikwieën uit Dolle Dinsdag bewaarde, mocht hij van zijn baas vrijuit schieten op alles wat jong, fris en vooral nieuw was. Het leverde veel tegeltjeswijsheid, sociaal-democratisch leedvermaak en vooral risicoloos proza op.
Maar afgelopen zomer was het plots uit. Blokker mocht een artikeltje meer of minder in de boekenbijlage van zijn krant niet schrijven en zijn ego zwol subiet aan. Hij nam relikwieën, rollator en kunstgebit mee naar het jonge, frisse en vooral nieuwe NRC.Next waar de verbouwereerde redactie gegeneerd wegkeek. Bij de Volkskrant werd Blokker snel vervangen en toen het stof van zijn haastig gegrepen jas weer was gaan liggen, was hij ook snel vergeten.
Misschien daarom ook moeten we nu zijn rancuneuze frustraties in het bovengenoemde boulevardblaadje lezen. Doe dat niet! De Volkskrant blijft heus een goeie krant zonder jou. Waarom nou de hele boekenbijlage van die krant afkraken en zijn zwoegende recensenten neerzetten als onbenullen die ’niks met boeken hebben’? En waarom die arme hoofdredacteur Pieter Broertjes als een loopjongen afschilderen die aan de voeten van de prima donna kroop? ’Pieter smeekte me om te blijven. Hij is zelfs nog een keer bij me thuis geweest. Ik mocht schrijven wat ik maar wilde, op welke plek ik maar wilde. Aan zijn gezicht zag ik dat hij echt wanhopig was. Maar ik was ’klaar’ met de Volkskrant.’ Te gênant voor woorden, deze aandoenlijke verzinsels van het oude gekwetste ego. Ik wil dat niet lezen. Ik wil een rustig beeld houden van voorvader Blokker. Van de tijd dat hij nog niet was wat hij is geworden: de Edwin de Roy van Zuydewijn van de Nederlandse journalistiek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.