Taboes zijn er helemaal niet om doorbroken te worden. Taboes moet je soms juist koesteren.
Soms kunnen moreel-ethische vraagstukken zomaar je hele weekend in beslag nemen. Naast de toch al gewichtige zaterdagboodschappen kan dat een flinke extra ballast zijn. Het gepieker werd vrijdagavond op gang gebracht met de gesproken column van Francisco van Jole in ’De leugen regeert’ (Vara, Nederland 2). Daarin vroeg hij zich af waarom er toch zo’n ophef werd gemaakt over een internetfilmpje waarin te zien was hoe iemand sterft na een steekpartij in Scheveningen. Over het openbaar maken van het amateurfilmpje werd schande gesproken, onder meer door SP-leider Jan Marijnissen. Ook bij het Algemeen Dagblad (dat het filmpje op AD.nl aanbood) was binnen de redactie forse kritiek ontstaan over het plaatsen van de video. De website van het AD zou de ‘afvoerput van de journalistiek’ worden door dit soort beelden te vertonen.
Van Jole vond die houding nogal hypocriet en verwonderde zich erover waarom de dood als taboe wordt gezien. Waarom aan de ene kant moeilijk doen over het tonen van een stervende in een Scheveningse achtertuin terwijl aan de andere kant niemand direct bezwaar maakt als te zien is hoe een Irakese rebel vanuit een Amerikaanse heli wordt doodgeschoten? Het is pas een afvoerput als de dood van de jongeman met een bericht in de krant wordt afgedaan, zo stelde de columnist.
Los van de vraag of de vergelijking die Van Jole maakt wel opgaat (dat er doden vallen in een oorlogssituatie is – hoe vreselijk ook – een vanzelfsprekend gegeven, een stervende door geweld in een land in vrede is dat niet.) was er nog iets waar hij naar mijn idee toch te makkelijk overheen stapte: dat taboe van de dood. Nu ben ik geen ethicus, maar wel een liefhebber van taboes. Die zijn er namelijk niet voor niets. Dood gaan voor de camera registreert niet alleen een feit maar ook een gevoel. Dat is een gegeven waar de journalistiek – soms nog boven de nieuwswaarde – ernstig rekening mee dient te houden. Het zien sterven van een mens raakt zó de privacy van het slachtoffer en van de nabestaanden, dat je dat bij voorkeur buiten het publieke domein moet laten. Dat was althans de overheersende gedachte die mij in de supermarkt nog bijna van mijn routine afhield. Toch (1 pak melk, 1 pak luiers en anderhalf ons salami later) vond ik dat Van Jole ook ergens een punt had. De mensen die in het filmpje voorkomen bijvoorbeeld, zijn niet herkenbaar in beeld. Het shot van de buurvrouw die onverstoorbaar de was ophangt en de passiviteit van een andere buurtbewoner spreekt boekdelen over de manier waarop we omgaan met een geweldsdelict in de nabije omgeving. De stervende man, de vermoedelijke daders op het schuurdakje en de reactie van de omstanders bij elkaar opgeteld brengen sámen het schokeffect teweeg.
Uiteindelijk rest de vraag of je de situatie en de sfeer van deze video niet ook gewoon in letters kunt vangen. Als het antwoord daarop ’ja’ is – en die indruk heb ik – zou ik zeggen: niet doen zo’n filmpje en leve het klassieke krantenbericht. Dat is geen respectloze afvoerput, maar de redding van het doodstaboe. Taboes zijn er namelijk helemaal niet om doorbroken te worden. Taboes moet je soms juist koesteren. Bovendien siert het een serieuze nieuwsbron om het aura van sensatiezucht uit de buurt te houden.
Bij het afrekenen van de boodschappen was de conclusie dat die hele toestand rondom dat filmpje verdraaid weinig aanknopingspunten gaf voor een universele moraal. En dat moet wel, want volgens rechtsfilosoof en voormalig Buitenhof-columnist Paul Cliteur is de toekomst van de wereld pas veilig gesteld als we een ’moreel esperanto’ leren spreken. Losgekoppeld van welke religie dan ook moeten we het op ethisch gebied straks allemaal met elkaar eens zijn. ’Moreel esperanto’ is de titel van het boek dat Cliteur schreef. Hij vertelde erover in het normaal gesproken uitstekende programma ’Boeken’ (Gisteren, 11.30 uur, Nederland 1). Deze keer kwam interviewer Wim Brands echter niet veel verder met zijn gast dan het intrappen van open deuren.
Hij was erachter gekomen dat ‘godsdienst goed was voor de cohesie binnen een bepaalde groep maar dat het de samenleving als geheel uit elkaar speelde’.
Brands ging er smakelijk in mee: „Dus al die sauzen bij elkaar dat wordt een soort patatje oorlog?”
Cliteur vond het jammer dat hij die term niet in zijn boek had opgenomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.