*

 

Burgerjournalistiek / Mensen willen nieuws uit eigen omgeving

door Maaike Wind − 11/02/07, 21:35

Pieter Wester uit Woerden schreef op ’Trouw in de buurt’ over de bus in zijn straat die gevaarlijke situaties oplevert voor de kinderen van de Margrietschool. Volgens mediadeskundige Marcel Broersma zijn dit soort berichten wel nieuws maar geen journalistiek.

Als de Margrietschool in Woerden om twaalf uur uit gaat, stormen de kinderen naar buiten, de sneeuw in. Na het gooien van de nodige sneeuwballen lopen de meeste leerlingen van de christelijke basisschool het schoolplein af. Nog steeds uitgelaten, dat wel. En dat is volgens Pieter Wester precies het gevaar. „Sinds 10 december rijden er geen kleine busjes langs de school maar grote lijnbussen. Vier per uur. En dat terwijl de straat heel smal is.”

Wester, zelf opa van een aantal leerlingen van de Margrietschool, woont tegenover het schoolgebouw en ziet vrijwel dagelijks kinderen nog net aan een ongeluk ontsnappen. En dat terwijl de buslijn volgens hem helemaal niet door de Apenijnenstraat hoeft te rijden. „De bus is meestal leeg! In de ochtend- en avondspits zitten er vaak maar twee mensen in en de rest van de dag is de bus nog leger. Bovendien kan de bus beter door de Bergstraat rijden. Die ligt hier vlak achter en is veel breder dan deze straat. Hier is de bus net een wals. En ook bijna niemand van de buurtbewoners gebruikt de bus. Deze wijk is jong en er wonen veel gezinnen met kinderen. De meesten lopen of fietsen liever naar het station”

De kleine busjes die tot in december gebruikt werden, leverden volgens Wester aanzienlijk minder problemen op. „Die zijn veel wendbaarder dan die grote bussen. Bovendien kenden de chauffeurs de omgeving en hielden ze meer rekening met de kinderen. Ze maakten af en toe een praatje met ons, er was sociaal contact. Nu kennen we de buschauffeurs niet eens meer. Dat kan ook niet omdat deze bussen een veel strakker tijdschema hebben. Ze kunnen niet meer even stoppen. En dat levert nog een extra gevaar op. Als ze achter liggen op hun schema rijden ze vaak harder om de verloren tijd weer in te halen. Dan is het hier nog gevaarlijker.”

Wester schreef een brief naar de gemeente Woerden om aandacht te vragen voor het probleem. „Met 73 handtekeningen van ouders. Ik vind het ergerlijk dat de gemeente tot dusver geen partij kiest. Ik heb nu net een reactie van ze ontvangen. Het onderwerp is op de agenda geplaatst voor de gemeenteraad.”

Vervoersbedrijf BBA meldde eerder dat de route eventueel in december aangepast kan worden. Wester noemt dit late tijdstip ’volkomen onzin’. „Je kunt dit elke dag aanpassen. De BBA heeft er gewoon geen belang bij en wil er geen geld aan uitgeven. Hopelijk gaat de gemeente of de provincie ze dwingen er iets aan te doen.”

Dirk-Peter van ’t Sant, directeur van de Margrietschool, heeft een brief naar de BBA geschreven met daarin het verzoek om iets aan de bussen te doen. „Er gebeuren nog niet direct ongelukken want iedereen let goed op. Maar het bevordert de veiligheid natuurlijk niet. Bovendien komen die bussen hier om iets over twaalf, iets over een en om iets over half vier langs, precies als de kinderen buiten zijn. Kijk, ik snap best dat er een bus moet zijn, maar wat mij betreft hoeft die niet om deze tijden langs de school te rijden.”

Dat Wester dit verhaal op ’Trouw in de buurt’ heeft geplaatst, betekent niet dat hij liefhebber is van regionaal nieuws. „Ik heb er eigenlijk niets mee. Ik las dat Trouw met dit initiatief kwam en omdat deze kwestie mij zo ergert, besloot ik dit verhaal er ook op te zetten. De eerste keer dat ik op de site keek, stond er nog maar één bericht op. En ja, ik verwachtte wel dat het iets op zou leveren. Anders had ik het niet gedaan. Ik hoop natuurlijk dat het gelezen wordt, het is leuk als mensen zeggen: ’Moet je eens bij Trouw kijken!’ En ik hoop dat de mensen van de gemeenteraad het zien. Het zou fijn zijn als ze hierdoor beter naar het probleem kijken.”

Wester is zeker niet de enige die ’zijn’ nieuws plaatste op ’Trouw in de buurt’. Naast berichten uit regionale media zijn er nog vele andere verhalen te zien die lezers zelf hebben geplaatst.

Mediadeskundige Marcel Broersma, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, noemt de berichten op ’Trouw in de buurt’ die door particulieren geplaatst zijn geen journalistiek. „Vaak is het wel nieuws in de zin dat het iets is dat we nog niet wisten. Maar de auteur maakt geen journalistieke afwegingen en houdt geen rekening met journalistiek conventies als hoor en wederhoor. De berichten hoeven niet neutraal of gebalanceerd te zijn. Iedereen knalt zijn mening gewoon online. Daar moet je dan ook niet het gewicht van de journalistiek aan hangen. Ik vind de naam ’burgerjournalistiek’ dan ook niet zo gelukkig.”

Volgens Broersma is regionaal nieuws zeer populair. „Uit onderzoek blijkt dat mensen het meest geïnteresseerd zijn in nieuws uit hun eigen buurt. Berichten uit je directe omgeving zijn helemaal niet saai of suf. Als ik thuiskom en de lantaarnpaal voor het huis ligt plat dan wil ik ook weten wat er gebeurd is terwijl ik naar mijn werk was. En bovendien zul je de auteur van het stuk vaak kennen, net als de mensen die reacties plaatsen. De berichten zijn pas saai als je zelf uit een andere omgeving komt. Mensen zijn veel minder geïnteresseerd in nieuws uit een andere wijk of van twee dorpen verderop.”

Kranten kunnen volgens Broersma nog veel beter inspringen op de behoefte van mensen aan lokaal nieuws. „Als kranten – zeker de regionale dagbladen – slim zijn, koppelen ze ook het journalistieke nieuws aan een postcode of plaatsnaam zodat consumenten het nieuws bij hen uit de buurt of stad gemakkelijk kunnen opvragen.”

Een aantal sites waarop iedereen zelf nieuws wereldkundig kan maken, wordt inmiddels enorm goed bezocht. „In Zuid-Korea is OhmyNews heel populair. Ze hebben nu ook een internationale versie (http://english.ohmynews.com). En dan heb je natuurlijk het Amerikaanse YouTube. Het bereik van zo’n bericht op ’Trouw in de buurt’ is vaak niet zo groot. Er zal meestal niet veel mee gebeuren. Maar soms wordt een stuk opgepakt door de traditionele media en komt het onderwerp volop in de belangstelling.”

Broersma waarschuwt voor het gevaar van fouten in de berichtgeving. „Je moet duidelijk aangeven wat door een journalist geschreven is en wat niet. Mensen weten dan wat ze kunnen verwachten wat betreft betrouwbaarheid en deskundigheid. En ja, dat hebben lezers dan wel goed door. Mensen zijn steeds meer ’mediageletterd’. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat jongeren absoluut verschil zien tussen het NOS Journaal en RTL Boulevard. Dat betekent niet dat ze niet graag naar RTL Boulevard kijken maar ze hebben wel door dat het meer entertainment dan journalistiek is.”

Dat de berichten eerst bekeken worden voordat ze op de website geplaatst worden, noemt Broersma verstandig. „Je moet oppassen met grote onjuistheden in de krant. Die zijn schadelijk voor je imago. Mensen betalen bij een krant voor de betrouwbaarheid. Dat geldt ook voor reacties op artikelen in de gewone krant. Mensen kunnen soms schokkende berichten plaatsen. Je piekert er dan niet over piekeren om zo’n stuk in de brievenrubriek te plaatsen maar het staat wel online.”

De Raad voor de Journalistiek, waar Broersma lid van is, houdt zich bezig met de vraag of het medium verantwoordelijk gesteld kan worden voor datgene wat burgers plaatsen. „Het roept allerlei ethische vragen op. Wat als iemand een ander ten onrechte beschuldigt? Of wat als iemand met naam en toenaam belachelijk gemaakt wordt? Ik denk dat als zo iemand een goede kans maakt als hij of zij naar de rechter stapt. Maar dat zal de toekomst moeten uitwijzen, zulke rechtszaken zijn er bij mijn weten tot dusver nog niet geweest.”

mailIcon print |