*

 

Opiniepeilingen / In democratie is mening burger voorname zaak (opinie)

door Joop van Holsteyn, en Christel Koop − 11/01/07, 22:04

De angst dat door peilingen de waan van de dag regeert is overdreven. Politici laten zich daar veel minder door leiden dan veel mensen denken.

Balkenende, Bos en Rouvoet hebben Beetsterzwaag nog niet verlaten, of het oordeel is geveld. Volgens Peil.nl hoopt ruim veertig procent van de ondervraagden dat de poging slaagt een kabinet te vormen van CDA, CU en PvdA. Echter, een grotere groep hoopt op mislukking. Uiteraard is het gegeven dat ook onder PvdA’ers deze groep zo groot is het vermelden waard. Die kan Bos in zijn zak steken! Het politieke spel is na enkele weken relatieve rust in december weer op de wagen. En daarmee de peilingen, die tegenwoordig in de Nederlandse politiek zo welig tieren.

De waan van de dag, is dan de reactie van sommigen. “Want wat anders dan dat weerspiegelen die peilingen? Zo wordt het dus nooit wat.” Aldus Willem Breedveld, politiek commentator van Trouw. Hij heeft gelijk. Nou ja, hij heeft in sommige gevallen een beetje gelijk, maar beduidend minder dan hij, en velen met hem, vermoedt.

Op weg naar 22 november ging er geen dag voorbij of de media gebruikten peilingen. En hoewel Trouw terughoudender was dan andere kranten, werd ook hier welhaast dagelijks een verhaal of analyse gebouwd op of gekoppeld aan een of andere peiling. Alle macht aan de waan van de dag? Nee, dat hoeft niet.

Eerst een open deur: de ene peiling is de andere niet. Dan hebben we het niet over de wisselende kwaliteit van het onderzoek, maar over de gepeilde opinies. We weten dat mensen niet snel aangeven iets niet te weten of geen mening te hebben. Leg een vraag voor en de overgrote meerderheid ‘antwoordt’. ’Als er een regering komt van CDA+PvdA+ChristenUnie hoe lang blijft die regering dan zitten, denkt u?’ Tja. Uiteindelijk levert dat wel percentages op van schattingen van jaartallen of zoveel voor en nog meer tegen, maar dergelijke peilingen betekenen niet veel. De alzo gepeilde publieke opinie kan genegeerd worden, want is niet of nauwelijks een doorleefde mening of gefundeerde opinie. Zelfs de kwalificatie waan van de dag gaat wellicht te ver.

Er zijn echter wel degelijk peilingen die aanboren wat mensen bezighoudt, waarover zij hebben nagedacht en waarover zij een mening hebben. De wijsheid van het volk komt aan de oppervlakte. Het zal bij de huidige overvloed om een minderheid van peilingen gaan, maar om ook dan de publieke opinie weg te zetten als waan van de dag is te gemakkelijk. In de democratie die Nederland pretendeert te zijn, is het serieus nemen van de mening van burgers een voorname zaak. Als een volk niet meer vermag dan eens in de paar jaar eenmalig een mening in het stemlokaal uitspreken, kennen we een karige democratische ordening. Goede peilingen zijn onmiskenbaar een manier om erachter te komen wat de bevolking van een bepaald vraagstuk vindt. Het is zo gek niet om peilingen, soms, serieus te nemen. Of te volgen.

De angst dat de waan van de dag voordurend regeert, in de media maar bovenal in de politiek, is ook om een meer praktische reden ongerechtvaardigd. Het veronderstelt dat politici, bijvoorbeeld Kamerleden, vooral op de peilingen letten bij het invullen van hun rol van volksvertegenwoordiger. Permanent gedreven door peilingen, is de vrees. Spreekt het volk zich bij Maurice de Hond uit voor A en een week later bij TNS NIPO voor B, dan vindt die volksvertegenwoordiger steevast B waar hij een week eerder nog meende dat het A was. Maar zo werkt het niet.

Recent is onderzoek gehouden onder ex-Kamerleden. Kernvraag was wat zij dachten wat ‘publieke opinie’ eigenlijk was en hoe zij die als Kamerlid op het spoor kwamen. Het onderzoek was verkennend en had slechts betrekking op een tiental langdurig ondervraagde volksvertegenwoordigers, maar als er één ding duidelijk werd, dan toch dat het vraagstuk complexer was dan een simpel etiket – waan! – uitdrukt. Niet alleen had elk Kamerlid een eigen opvatting van de volkswil, maar ook de manier waarop men poogde er zicht op te krijgen verschilde. En peilingen werden daarbij niet of nauwelijks genoemd. Men sprak deskundigen, ging op werkbezoek, kende mensen van belangengroepen, legde het oor bij de achterban te luister, en zo verder. Men hield ook de media in de gaten, overigens in het besef dat die kritisch dienden te worden bejegend. Zo peilden volksvertegenwoordigers in functie, gedurende een zittingsperiode van de Kamer, de in hun ogen relevante publieke opinie. Gevarieerd, niet klakkeloos volgend.

De waan van de dag. Het klinkt stoer om peilingen zo te noemen en vervolgens uitdrukkingen van de publieke opinie in de hoek te zetten. Het is echter zaak om per geval te bekijken hoe een peiling gehouden is, waarover die ging, wat dan de betekenis kan zijn, en vooral hoe met de betreffende informatie wordt omgesprongen in politiek (en media!). Anders wordt het nooit wat.

Joop van Holsteyn en Christel Koop zijn respectievelijk hoogleraar en medewerker Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden en doen onderzoek naar peilingen en het politieke proces.

mailIcon print |