*

 

Jongerencultuur / Hippe jeugdkerken zijn alweer passé

door Froukje Buursema − 11/01/07, 22:03

Onlangs hief de Vereniging Jeugdkerken zichzelf op. Wat een jaar geleden nog ’de toekomst van de kerk’ heette, lijkt nu achterhaald. De jongerencultuur is voor de clubs niet bij te houden. De jeugdkerk trok weinig buitenkerkelijke jongeren.

Het begon een jaar of vijf geleden. Jongeren organiseerden in een sporthal of wijkgebouwtje hun eigen kerkdiensten: de jeugdkerken waren geboren. Met moderne muziek, drama, korte praatjes en een flitsende naam, Engels uiteraard: Heartbeat, Heaventalk, Eternal Differenz. Doel: het evangelie overbrengen aan massa’s ongelovige, zoekende leeftijdsgenoten.

Anders dan bij beatmissen of jeugddiensten ging het initiatief uit van de jongeren zelf en niet van een kerkgenootschap. Door zich ’kerk’ te noemen, namen de jongeren expliciet afstand van de gemeente waar ze vandaan kwamen.

De beweging was aanvankelijk een groot succes. ’Heartbeat’ in Amersfoort trok volle zalen, ’GodFashion’ bracht in Zwolle maandelijks tweeduizend jongeren op de been.

Nog geen jaar geleden meldde de Vereniging Jeugdkerken een kleine honderd jeugdkerken. Op 150 plaatsen in Nederland waren er bovendien plannen voor het oprichten van een eigen kerk.

Die getallen staan nog steeds op de website van de vereniging. Wat de site niet vermeldt, is dat het overzicht verre van actueel is.

In wat vorig jaar nog de toekomst van de kerken heette, zit stevig de klad. De vereniging houdt haar gegevens niet meer bij. Van de honderden mensen die met jeugdkerkplannen rondliepen, heeft er maar een handvol doorgezet.

Onlangs maakte de Vereniging Jeugdkerken bekend ermee te stoppen.

Bestaande jeugdkerken hebben het moeilijk. De bezoekersaantallen lopen terug, het geld raakt op en er zijn steeds minder vrijwilligers. Sommige jeugdkerken waar de site naar verwijst, zijn al opgeheven, zoals het Enschedese ’Godmode’ (zie inzet).

Marcel Gaasenbeek uit Hellevoetsluis stond aan de wieg van de jeugdkerken. De dj en feestenorganisator zette zich na zijn bekering in voor ’de persoon Jezus’. Hij richtte de eerste jeugdkerk op, en, in 2002, de Vereniging Jeugdkerken die een ’opstartpakket’ voor geïnteresseerden aanbood.

Het verwondert Gaasenbeek niet dat zijn initiatief geen lang leven beschoren is. „Bij de oprichting van jeugdkerken is al rekening gehouden met het tijdelijke karakter. Wij hebben het geloof op een flitsende manier neergezet. Maar jongeren hebben niet elke maand behoefte aan een jeugdkerk, ze willen dan ook weer eens wat anders.”

„Jeugdkerken zijn gericht op beleving”, zegt Johan Roeland. Hij onderzocht evangelische bewegingen onder jongeren. „De keerzijde van beleving is dat ze al snel omslaat in verveling. Je moet je als beweging constant vernieuwen, steeds weer meegaan met die jongerencultuur. Dat houdt niet iedereen vol.’’

De schatting is dat de bezoekers van deze jeugdkerken voor negentig procent bestonden uit kerkelijke jongeren. Die kwamen vooral uit de orthodoxe hoek: evangelische jeugd, vrijgemaakte en christelijk-gereformeerde jongeren.

Incrowd, noemt onderzoeker Johan Roeland het. „Jeugdkerken worden georganiseerd én bezocht door een gesloten groep jongeren. Ze gebruiken in de diensten wel moderne communicatiemiddelen, maar de boodschap die ze overbrengen is te moeilijk voor ongelovigen.” Die bereiken ze dan ook niet.

Volgens godsdienstsocioloog Erik Sengers zijn de gelovige jongeren van nu vooral gericht op spiritualiteit. „Ze zijn zeer gelovig, voelen zich betrokken bij de kerk en praten graag over hun geloof. Mensen die niets met het geloof hebben, kunnen dat moeilijk begrijpen.’’

Sengers denkt dat jeugdkerken vooral een uiting zijn van onvrede onder de orthodox-gereformeerde jongeren over hun kerkgenootschappen. Daar zingen ze psalmen op eeuwenoude melodieën, moeten vrouwen zwijgen en wordt er vaak laatdunkend over andere kerkgenootschappen gesproken. „In de jeugdkerk is wél plaats voor moderne muziek, mogen vrouwen hun zegje doen en speelt oecumene een belangrijke rol”, zegt Sengers.

Ook Roeland vindt dat de jeugdkerken een ’moderne aanpak’ hebben. „Het is weliswaar geen avantgarde, maar deze jongeren maken wel gebruik van wat ze via internet en televisie oppikken. Probleem van de jeugdcultuur is dat deze snel verandert en moeilijk is bij te houden.’’

Wie na vijf jaar jeugdkerken de balans opmaakt, ziet dat de massale bekering van ongelovige leeftijdsgenoten is uitgebleven. Oprichter Marcel Gaasenbeek had daar wel op gehoopt, zegt hij. „Maar het is niet gebeurd, en ik ben niet teleurgesteld. Onder kerkelijke jongeren heeft de jeugdkerk wél veel bereikt. Ze zijn enthousiast geworden over hun geloof. Kerken waren in eerste instantie bang dat de jeugdkerk de jongeren van hen weg zou trekken. Maar veel jongeren zijn hierdoor juist bij de kerk gebleven.”

Of dat inderdaad zo is, is niet onderzocht, zegt Johan Roeland. Maar hij denkt dat Gaasenbeek gelijk heeft. „Voor veel jongeren is de hang naar moderne muziek en een groot evenement een fase in de volwassenwording. Als ze ouder worden gaan ze de tradities van hun eigen kerk weer waarderen en voelen ze zich daar weer op hun plaats.’’

Jeugdkerken zijn op hun retour, maar hun kortstondige succes zal de komende jaren wel doorwerken in de traditionele kerken, denkt godsdienstsocioloog Erik Sengers. „De jeugdkerk heeft deze jongeren zelfbewust gemaakt. Het meisje dat nu op het podium een praatje houdt, wil later als jonge vrouw in de kerk ook haar zegje doen.

Ook staan deze jongeren veel positiever tegenover oecumene omdat ze in de jeugdkerk jongeren van andere kerkgenootschappen hebben ontmoet. Hun ervaringen gaan een belangrijke rol spelen in de discussies in de traditionele kerken.”

De manier waarop jongeren dit aan de orde stellen is bijzonder, vindt Sengers. „In de jaren zestig en zeventig brachten jongeren die zaken ook al onder de aandacht. Maar zij hadden een protestmentaliteit en een sociaal maatschappelijk uitgangspunt. Deze jongeren nemen het geloof als basis. Ze zoeken niet het conflict op, maar proberen vreedzaam iets te bereiken.’’

Voor de nieuwe generatie jongeren is het nu wachten op de volgende beweging. Marcel Gaasenbeek: „Ik heb altijd geloofd dat de jeugdkerk Gods werk is geweest. God geeft om jongeren. Hij bedenkt binnenkort wel een nieuw trucje om ze te bereiken.”

mailIcon print |