Hoe vaker medici fouten of incidenten melden, hoe veiliger de gezondheidzorg. Het leidt tevens tot een grotere openheid in de richting van de patiënt.
Letselschadeadvocaat John Beer liet zich onlangs in Trouw kritisch uit over de recente systemen voor ’veilig melden’ in de gezondheidszorg. Beer typeert deze systemen als een manier om hulpverleners die fouten maken de dans te laten ontspringen.
Dat is niet het geval. Op 1 februari 2007 hebben de landelijke organisaties van artsen, verpleegkundigen, ziekenhuizen en patiënten een gedragscode over veilig melden getekend. Dit zogenaamde ’Beleidsdocument veilig melden’ is bedoeld om het invoeren van meldingssystemen in ziekenhuizen, en later in andere zorginstellingen, te bevorderen en te vergemakkelijken. De gedragscode is een van de resultaten van de sterk toegenomen aandacht voor patiëntveiligheid in de zorg
Het doel van de nieuwe regelingen voor veilig melden is het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Deze richten zich dan ook niet op fouten, maar op het veel bredere begrip ’incidenten’. Het gaat erom dat hulpverleners alles melden wat anders is gegaan dan de bedoeling was, ongeacht de vraag of het ging om een verwijtbare fout of een complicatie. Tot incidenten behoren gebeurtenissen met schadelijke gevolgen voor de patiënt, maar ook situaties die nog net op tijd ontdekt zijn en niet tot schade hebben geleid.
Het meldingssysteem is bedoeld om op basis van een analyse van zoveel mogelijk incidenten de oorzaken van kwaliteitsproblemen op te sporen en te verhelpen. Vaak gaat het daarbij niet om individuele fouten, maar om het falen van organisatorische processen en systemen. Ervaringen uit andere landen en sectoren laten zien dat dergelijke meldingssystemen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de algemene kwaliteit en veiligheid van de zorg. Of aan een incident een zodanige fout ten grondslag lag dat een individuele hulpverlener zich daarvoor dient te verantwoorden, is een vraag die bij de analyse van de melding niet aan de orde komt. Daarvoor bestaan andere procedures zoals het klachtrecht, tuchtrecht en functioneringsgesprekken.
Er wordt wel gedacht dat een veilig-meldensysteem inhoudt dat tegen de melder geen maatregelen kunnen worden getroffen. Een dergelijke vorm van immuniteit is echter mogelijk noch gewenst. De op 1 februari gesloten gedragscode bepaalt dat bij het treffen van maatregelen tegen een individuele hulpverlener geen informatie uit het meldingssysteem mag worden gebruikt. Het treffen van maatregelen tegen hulpverleners die onverantwoorde zorg leveren blijft vanzelfsprekend mogelijk, op basis van informatie die uit andere bronnen of door eigen onderzoek wordt verkregen zoals het patiëntendossier en getuigenverklaringen.
Zou daarvoor ook informatie uit het meldingssysteem worden gebruikt, dan kan de meldingsbereidheid sterk dalen en verliezen we een belangrijk kwaliteitsinstrument. Enkele jaren geleden maakte een voorbeeld uit de luchtvaartsector dat pijnlijk duidelijk. Nadat Justitie op basis van informatie uit het meldingssysteem een luchtverkeersleider vervolgde, nam het aantal meldingen gedurende enkele jaren met meer dan 50 procent af. Om die reden is de gedragscode gebaseerd op een strikte scheiding tussen meldingssystemen aan de ene kant en procedures om maatregelen te nemen tegen individuele hulpverleners aan de andere kant.
Die strikte scheiding wordt niet alleen bepleit door organisaties van zorgaanbieders, maar ook door de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Patiënten/Consumenten Federatie. Ook in recente aanbevelingen van de Raad van Europa en de Wereldgezondheidsorganisatie staat die strikte scheiding centraal. Te verwachten valt dat de rechter in juridische procedures waarmee getracht wordt toegang te krijgen tot meldingssystemen met deze standpunten rekening zal houden.
Het creëren van een veilige meldomgeving door een dergelijke scheiding van systemen is ook in andere maatschappelijke sectoren gebruikelijk. Regels die op een vergelijkbare wijze de melder beschermen zijn bijvoorbeeld te vinden in de wetgeving betreffende de Onderzoeksraad voor Veiligheid, welke raad actief is op vele gebieden. Onlangs is voor werknemers in de luchtvaartsector wettelijke bescherming bij het melden van incidenten geregeld, en ook in de petrochemische industrie komen we dergelijke regelingen tegen. Een vorm van bescherming van de melder wordt dus nationaal en internationaal gezien als een vereiste voor het goed functioneren van meldingssystemen, zowel in de gezondheidszorg als in andere sectoren.
Doen systemen voor veilig melden afbreuk aan het recht van de patiënt op informatie? Er zijn sterke aanwijzingen dat het tegendeel het geval is. Onderzoek naar de ervaringen van de eerste ziekenhuizen die met het nieuwe meldingssysteem werken laat twee belangrijke resultaten zien. Het eerste is dat de meldingsbereidheid onder hulpverleners groot is, en het tweede dat meer openheid rond het melden van incidenten ook leidt tot een grotere openheid richting de patiënt en diens naasten. Om die reden besteedt de onlangs overeengekomen gedragscode veilig melden prominent aandacht aan de rechten van de patiënt. Het op redelijke wijze beschermen van de melder van incidenten kan zeer wel worden gecombineerd met een goede informatie aan patiënten.
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht, Vrije Universiteit en juridisch adviseur bij de KNMG.
De tekst van het op 1 februari ondertekende ’Beleidsdocument veilig melden’ is te vinden op www.minvws.nl.
De bijdrage van John Beer is te vinden op www.trouw.nl/discussie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.