Hoogleraar Carol van Nijnatten reageert in Trouw (3 januari) op de problemen in de jeugdzorg en stelt dat de volkswoede primair is gericht op de jeugdzorg zelf en minder op de ouders van mishandelde kinderen.
Volgens hem wil de mens de confrontatie met zijn/haar tekortkomingen als ouder te weinig aan gaan.
Van Nijnatten houdt een mooi betoog maar verliest volgens mij iets uit het oog: het gesprek met de kinderen. Hulpverleners en professoren kunnen prachtige dingen bedenken over supervisie, professionalisering en projectmatige jeugdzorg. Maar vaak komt het kind pas in beeld als het te laat is.
In mijn contacten met pleegouders komt telkens weer naar voren dat jeugdzorg, pleegzorgbegeleiders en voogden de (pleeg)gezinnen die zij bezoeken, veelal ontmoeten op een tijdstip dat de kinderen naar bed zijn of op school zitten. Het contact met de (pleeg)ouders kan goed verlopen, iedereen tevreden, zo lijkt het. Maar naar het kind informeert men vooral via die (pleeg)ouders. Zo kan het plaatje van een gezin vertekend zijn. De ruimte voor het kind om zijn of haar gevoelens te ventileren, ontbreekt.
Er wordt te weinig gepraat over het voorkomen van problemen aan de basis: het functioneren van gezinnen. Professionals en regering hebben de mond vol van samenwerking, regelgeving, aanpak van probleemgezinnen en bijsturing van probleemjongeren. Maar we horen veel te weinig over de oorzaak van veel problemen. Wanneer realiseert men zich dat een kind gedijt in een stabiele omgeving zonder armoede en met ouders die tijd voor hem of haar hebben? Dat kinderen een schoolklimaat nodig hebben waar de leerkracht tijd en aandacht heeft, ook voor kinderen die misschien extra aandacht nodig hebben? Dat we een Jeugdzorg zonder wachtlijsten nodig hebben. Nee, een heksenjacht op wankelende ouders is niet nodig. Open ogen, maar vooral open oren zijn nodig.
Een eerste stap richting preventie is meer tijd en aandacht besteden aan de gevoelens van kinderen. Met empathisch inzicht en daadkracht. Daarbij is een ruimere financiering van sommige gezinnen, meer ruimte voor een persoonlijke indeling van het gezinsleven en een ruimere financiering van onderwijs en jeugdzorg broodnodig.
Hanneke van Harten-Hoogendam is (pleeg)moeder, begeleider van pleegoudergespreksgroepen en zorgboerin.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.