*

 

Winsemius / Denk nog veel groter! (opinie)

Joost van Velzen − 30/01/07, 21:35

Het nieuwe kabinet wacht een forse uitdaging. Het moet met creativiteit en durf aan de slag om Nederland anders in te richten. Dat is bittere noodzaak door de internationale concurrentie en de klimaatverandering.

Hoe zorgen we dat Nederland de concurrentie om werk en investeringen aan kan? Hoe zorgen we ervoor dat mensen prettig kunnen wonen? Hoe zorgen we dat Nederland zijn schaarse natuur en waardevolle landschappen behoudt zonder in een openluchtmuseum te veranderen? En hoe houden we daarbij droge voeten?

Sinds de Nota Ruimte in 2004 is aleen omslag gemaakt. Het motto werd: decentraal wat kan, centraal wat moet. Provincies en gemeenten hebben veel meer vrijheid en middelen gekregen om hun eigen gebied in te richten. Het nationale beleid verdient echter een verdere uitwerking. Dat is méér dan een kwestie van lef en creativiteit alleen. Er wordt – terecht – kritiek geuit op bijvoorbeeld de ’bestuurlijke spaghetti’ die de oorzaak zou zijn van het weinig effectieve ruimtelijke beleid in de Randstad. De Oeso en de commissie-Kok hebben voorgesteld een Randstad-provincie te vormen. Toch, slagvaardige ruimtelijke besluitvorming is belangrijk op het niveau van de vier stadsgewesten.

Hoe om te gaan met de ’ongetemde uitdagingen’? De nieuwe instrumenten zijn er grotendeels al. Nu is het een zaak van goede timmerlui: bestuurders met visie, durf en creativiteit. Een nieuwe agenda zonder plan heeft immers geen zin.

Klimaatverandering is het eerste thema waarvoor durf nodig is. Het is meer dan een kwestie van onvoorspelbare rivieren en een stijgende zeespiegel. Het gaat ook over toenemende regenval en te kleine riolen, verzilting van het oppervlaktewater en over de opwarming van stedelijke gebieden met hittestress van ouderen, nieuwe plagen en verdorrend groen tot gevolg en een verandering van flora en fauna waarvan Darwin nachtmerries zou hebben gekregen.

De meeste mensen wonen in de laagstgelegen delen van ons land. Als we daar meer ruimte willen maken voor water, moeten we ons aanpassen. Niet bouwen op ’verkeerde’ plaatsen. Wel ’goede’ dingen doen. In de Krimpenerwaard bij Rotterdam wordt bijvoorbeeld het grondwaterpeil verhoogd, waardoor er nieuwe mogelijkheden voor natuur- en waterprojecten ontstaan. Er ontstaan daardoor nieuwe kansen voor recreatie en verbrede landbouw. Ook rond Kampen worden spannende initiatieven voor een klimaatbestendig Nederland ontplooid, met een extra watergeul waarlangs prachtig gewoond kan worden.

Maar we kunnen nog veel groter denken. Neem de mogelijkheid om eilanden met duinen voor de kust aan te leggen. Niet omdat onze baggeraars dat in Doebai al met groot succes hebben gedaan. Wel omdat we dan drie vliegen slaan in één klap: bescherming tegen de zee, fantastische mogelijkheden voor woningbouw en een natuurontwikkeling waarbij het behoud van het Naardermeer in het niet valt.

De Gouden Les van de ruimtelijke ordening is: stilstand leidt tot achteruitgang. Dat geldt – letterlijk – voor de massale files op de slagaders van onze economie. Maar het geldt ook op het platteland, waar de landinrichting agrarische vernieuwing en natuurontwikkeling in gang zette. Het geldt vooral in onze binnensteden die in hun maag zitten met verouderde bedrijfsterreinen. We mogen niet broddelen met een spoor- en wegennet dat er in essentie in 1950 al lag, toen de Grote Steden op de aloude Bos-atlas nog rode stippen waren op een groene kaart.

Stilstand is ook achteruitgang in buurten die zich niet vernieuwen, die verloederen. Speciaal in kwetsbare buurten kunnen een trapveldje en een leren bal het verschil maken tussen een hangjongere en een toekomstige Johan Cruijff. Structurele achterstand en frustratie vormen een explosief mengsel dat de samenleving als geheel bedreigt. Degene die de stad van de kansarmen met de stad van de kansen weet te verbinden, verdient een standbeeld op het Hofplein.

Nog een zorg: ons landschap verrommelt. Dat is zichtbaar in een aantal vitale gebieden als het Groene Hart. Waar men eens kon genieten van het uitzicht op weide, waard of wad, schimmelen nu opeenhopingen van bedrijventerreinen en curieuze recreatiewoningen. Ook veel kleinere dorpen en steden van ons land verrommelen door ondoordachte uitbreidingen. Wankelmoedige bestuurders redden nog te vaak de gemeentekas door ’projectontwikkeling’. In een beperkt aantal gebieden (nationale landschappen bijvoorbeeld) hebben bestuurders betere spelregels nodig bij de invulling van hun ruimte.

Er is een offensief nodig om dat te versterken wat onze historische binnensteden, polders en waarden, zo uniek maakt – met harde doelstellingen. Als we openheid nastreven, moet dat meetbaar zijn. Zoals natuurwaarden dat zijn. Dan is er een basis voor een aanvalsplan, niet tegen iets of iemand, maar vóór een toekomstvaste ruimtelijke kwaliteit. Als bestuurders niet over hun schaduw heen stappen, blijven er op de toekomstige Bos Atlas van het Groene Hart hooguit wat groene stippen over temidden van het rood.

Een levend land is – gelukkig – nooit af. In de toekomst zal onze bevolking krimpen, en in enkele regio’s is die omslag nu al gaande. Hoe gaan we daarmee om?

De instrumenten zijn er en er is geld vrijgemaakt. Het Waddenfonds is met 800 miljoen euro goed gevuld. Voor de Nota Ruimte is een miljard beschikbaar. Schoonheid en duurzaamheid kennen hun prijs. ’Zachte waarden’ zijn moeilijk in cijfers uit te drukken. Die moet je soms op de hand wegen en juist daarvoor worden bestuurders gekozen. Maar vooral moet duidelijk zijn wat het Rijk nu écht wil.

Denk maar aan de bereikbaarheid in de Randstad, het Groene Hart, de Mainport Rotterdam of de Eindhovense brainport. De lat ligt hoog, en terecht. Maar ook in kust en rivierengebied valt nog een wereld te winnen. En wat te denken van de koppeling van de verdere groei van de dubbelstad Amsterdam-Almere aan een natuurgebied in het IJmeer dat de Oostvaardersplassen naar de kroon steekt?

Het woord is aan het komende kabinet. Het komt nu aan op lef en creativiteit.

Pieter Winsemius is sinds september VVD-minister van Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu.

mailIcon print |