*

 

armoedebestrijding / Het kan niet op in het ’millenniumdorp’

door Roman Baatenburg de Jong in Sauri, Kenia − 28/01/07, 23:48

In zogenoemde voorbeelddorpen test de VN of met een speciale aanpak een uitweg uit armoede mogelijk is.

Sauri is een plaats zoals er zo veel zijn in het westen van Kenia. Smalle paadjes van keiharde rode aarde kronkelen over heuvels en maisvelden. Lemen hutjes, her en der verspreid, geiten en kippen die kris kras over de erven scharrelen. En natuurlijk de bewoners, eeuwig vriendelijk. Maar er is een groot verschil met andere dorpen: Sauri is uitgekozen als voorbeelddorp om op kleine schaal, in een openlucht laboratorium als het ware, de Millennium Ontwikkelingsdoelen (MDG’s) te verwezenlijken.

„Sinds het millenniumproject krijgen onze kinderen op school een gratis middagmaaltijd en soms is er vlees”, zegt de tweeëntwintigjarige Karen Akalongo. „Ook medische zorg is gratis, net als de medicijnen”.

In vloeiend Engels vertelt Karen dat ze in de provinciestad Kisumu heeft gestudeerd en is opgeleid tot ’business manager’. Sinds ze is getrouwd, woont ze met man en kinderen in het voorbeelddorp en doet ze ’niks’. „Mijn familie zegt dat ik een enorme bofkont ben. Ze bidden dat het project wordt uitgebreid naar hun dorp”.

„Er is héél veel veranderd, de afgelopen twee jaar. Een tijdje terug konden de zieken nergens terecht, nu staat er een kliniek. Mensen komen van heinde en verre om hier behandeld te worden”.

Patrick Muhoja, conciërge van de kliniek in Sauri, is er blij mee. Geïmpregneerde netten tegen malariamuggen worden uitgedeeld, urgente gevallen worden met de ’millenniumauto’ naar het ziekenhuis in de streekstad Yala gereden. „Voordat ’ze’ kwamen, leden de mensen honger. Nu zijn de akkers bemest en is er eten, mensen zullen sterven als het project stopt”, aldus de conciërge.

Het kan niet op voor de bewoners van het dorp. Koeien zijn hen zelfs beloofd door de projectleiding, maar daar wachten ze nog op. Ze voelen zich gezegend, alsof de hoofdprijs van de postcodeloterij in hun straat is gevallen. Dorpelingen uit de directe omgeving hoeven niet jaloers te zijn op hun buren uit Sauri, want het ’experiment’ is vorig jaar uitgebreid met tien andere plaatsen.

Huizen van weduwen worden gerepareerd met projectgeld. Weeskindertjes krijgen een kans naar de middelbare school te gaan, normaal gesproken vrijwel ondenkbaar. „Wij zijn de organisatie erg dankbaar maar wat gebeurt er als de stekker eruit wordt getrokken?” Milka Anyango, die op haar vrije zaterdag helpt om de kliniek schoon te schrobben, vraagt het zich hardop af.

Vrijwilliger Anyango is niet de enige die die vraag stelt. Om te voorkomen dat het straks weer armoe troef wordt in Sauri, zijn comités opgericht voor gezondheidszorg, landbouw, energie, water, en infrastructuur. Die comités worden bestuurd door de bevolking zelf.

Shadrack Ajode is lid van het energiecomité. Aan de voet van een reusachtige tweehonderd jaar oude boom strekt zich een veldje uit waarop een speciale plant groeit. „Nu krijgen we nog mest en chemicaliën. Straks zijn het de zaden van deze plant die onze grond vruchtbaar zullen maken”, zegt Ajode. Hij vertelt dat ze met hulp van een non-gouvernementele organisatie (ngo) energie efficiënte mini-oventjes hebben ontwikkeld. „We hoeven daarmee maar heel weinig brandhout te verbruiken”.

Of het ooit zover komt en de boeren zonder steun hun akkers zullen bemesten, zal nog moeten blijken. „Mijn hele leven heb ik gegraven en gespit. We hadden geen geld dus moesten we al onze krachten aanspreken”. Aan het woord is Semail Ochieng Ooko. Vijfentachtig jaar oud hanteert hij nog altijd de jembe, een traditionele schop. „Als ik niet werk zal ik verzwakken”. Nog nooit hebben ze profijt gehad van welke regering dan ook, zegt de oude man. Eindelijk gaat het ze nu een beetje voor de wind. En de boeren twintig kilometer verderop? „De verschillen zijn daar”, geeft Ochieng Ooko toe. „Sommigen komen hier om te smeken of ze in het project mogen participeren”.

mailIcon print |