Het is sinds de verkiezingen stil geworden rond de partij van Geert Wilders. De nieuwe fractie houdt zich verre van de pers; ze „proberen gewoon hun werk te doen in de Kamer.”
Voor alles willen ze voorkomen dat de partij een nieuwe LPF wordt. Portret van een fractie in opbouw.
Die eerste dag na de verkiezingen verdringt de Haagse pers zich om de acht nieuwe kameraden van Wilders te zien. Die vergaderen in een raadszaal van de Kamer, want de fractiekamer van de partij is te klein. Martin Bosma, nummer vijf van de lijst en voor de verkiezingen voorlichter van de partij, staat iedereen snel en kort te woord. De boodschap: laat ons de eerste weken nu even met rust, we krijgen het nog druk genoeg.
De PVV wordt vaak de vergelijking opgedrongen met de LPF. Die partij kwam immers ook vanuit het niets de Kamer in, zij het met bijna drie keer zoveel mensen. Ook op ideologisch vlak liggen de partijen dicht bij elkaar. Beide partijen verwoorden de angst voor de islam in Nederland, en de onvrede met de bestaande politieke bewegingen.
Toch houdt de vergelijking daar voor het grootste gedeelte op. Waar de LPF in 2002 na haar overwinning meteen met CDA en VVD aan de formatietafel plaatsnam voor de vorming van een kabinet, wordt Wilders al op de verkiezingsavond duidelijk dat hij niet zal gaan regeren. Verontwaardigd spreekt hij over een ’cordon sanitaire’ dat de partijen rond hem opwerpen, maar dat lijkt meer een reflex dan dat Wilders daadwerkelijk staat te springen om deel te nemen aan een regering. Het loont immers om je buiten de ’Haagse elite’ op te stellen, zo blijkt uit het succes van de SP en eerder de LPF. VVD-leider Rutte gaat er dan ook meteen tegenin: „U doet gewoon mee. Ik sta niet toe dat u buiten de lijnen gaat staan.”
Ook binnen de partij overheerst de overtuiging dat de oppositierol nu het beste is. „Het belangrijkste is dat de partij stabiel blijft en dat we onze kiezers laten zien dat we hun stem waard zijn”, zegt Barry Madlener, de nummer zeven van de lijst. Want de partij kijkt verder dan alleen de komende Kamerperiode, verzekert het gemeenteraadslid van Leefbaar Rotterdam. „Het zou best kunnen dat er over een jaar weer verkiezingen zijn. Dan moeten we zorgen dat de mensen zich in ons herkend hebben.”
Wilders is al sinds zijn vertrek uit de VVD-fractie, in september 2004, bezig zijn partij bij elkaar te krijgen. In januari 2005 kondigt hij zijn ’brede volksbeweging’ aan in Rotterdam, tijdens zijn eerste publieke optreden sinds de moord op Theo van Gogh. Sindsdien bouwt Wilders rustig verder aan zijn partij, en krijgt zo voor de verkiezingen een, op het eerste oog, stabiele lijst voor elkaar. Hij zoekt daarbij vooral mensen die hij kan vertrouwen.
In de twee jaar dat Wilders bouwt aan zijn partij wordt er voortdurend geoefend voor het echte werk. Alle twintig kandidaten van de lijst komen al maanden voor de verkiezingen bij elkaar voor trainingen en om het groepsproces te bevorderen. In die tijd is er ’echt een hechte groep ontstaan’, zegt Dion Graus, nummer zes van de partij. „De sfeer in de partij is heel goed, en daar leggen we veel nadruk op. Je moet dingen met elkaar bereiken.” Graus leerde Wilders kennen toen hij over hem de docusoap ’Wild, Wilder, Wilders’ maakte voor het regionale TV Limburg.
Wilders scoorde tijdens de verkiezingen erg goed in Limburg, mede dankzij het populaire programma, beweren velen nu.
Toenmalig directeur van TV Limburg Wim Claessen zei later in NRC Handelsblad spijt te hebben dat hij Graus dat programma liet maken. „We wisten niet dat hij bij Wilders op de lijst zou gaan staan. De serie met Wilders was een springplank naar de politiek.”
Het grootste verschil tussen de LPF en de PVV is echter Geert Wilders zelf. De LPF viel zonder Pim Fortuyn ruziƫnd uit elkaar en verloor haar sterke positie al na drie maanden. De PVV heeft haar leider nog, en de partij bouwt daarop.
Een vertrouwd beeld in de plenaire zaal van de Tweede Kamer is deze weken: Geert Wilders helemaal rechts voorin met naast zich de woordvoerder voor het debat wat plaatsheeft. Daar vindt het laatste overleg plaats en fluistert Wilders zijn fractieleden soms nog iets in.
De nieuwe Kamerleden zijn enthousiast over Wilders’ betrokkenheid bij hun werk. Dion Graus noemt Wilders zelfs ’een hele goede vriend’. „Geert is fantastisch, hij neemt de hele fractie op sleeptouw.” Ook Barry Madlener noemt Wilders de natuurlijke spil van de partij. „Hij is de coach van de fractie met zijn ervaring als Kamerlid. Daar hebben we enorm veel aan.”
Nu de LPF na de laatste verkiezingen al haar zetels heeft verloren, en andere kleine rechtse partijen als EenNL en Hilbrand Nawijns Partij voor Nederland geen zetels hebben gehaald, ligt de rechterflank in de politiek open voor de PVV. Het gevoelen in de partij is dat dat niet alleen mogelijkheden biedt, maar ook een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Veel kiezers die eerder op Fortuyn stemden hebben nu Wilders gestemd. Ook de SP heeft flink gewonnen onder de proteststemmers, maar de PVV staat wat dat betreft op rechts alleen.
Barry Madlener zit in de fractie van Leefbaar Rotterdam, de oude partij van Pim Fortuyn, en nu dus met Geert Wilders in de Kamer. „Het gevoel dat Fortuyn in Nederland losmaakte is niet verdwenen. Ik heb het idee dat wij de laatste groep zijn die de Fortuynbeweging levend houdt. Er hangt dus veel van af hoe wij het de komende jaren gaan doen. We zullen ons sterk moeten profileren.”
Dat zal de partij dan moeten doen met mensen die in de politiek bijna allemaal nieuw zijn. Alleen Madlener en de nummer twee van de fractie, Fleur Agema, hebben enige politieke ervaring. Agema zat voor de LPF in de Provinciale Staten in Noord-Holland, maar splitste zich na een jaar af om als eenmansfractie door te gaan. De rest van de fractie bestaat vooral uit mensen uit ’de praktijk’.
Martin Bosma was journalist (o.m. bij Veronica Nieuwsradio en Wereldomroep) voordat hij zich aanmeldde bij Wilders. De moord op Theo van Gogh, begin november 2004, deed hem besluiten in de politiek actief te worden. Sinds die tijd werkt hij als woordvoerder van Wilders. Hero Brinkman werkte twintig jaar als politieman in Amsterdam, waar hij een ’vergeefse oorlog uitvocht met krakers en drugsdealers’. De softe cultuur van politie en justitie maken het werken vrijwel onmogelijk, aldus Brinkman. Een week na de verkiezingen omschreef hij de fractie in het Amsterdams Stadsblad als ’een politieke vuist met negen knokkels’. „We zullen de Vaderlandse belangen desnoods tot op de barricaden verdedigen.”
Sietse Fritsma kwam als de nummer negen nog net de Kamer in. Hij werkte zes jaar voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst en kwam daar naar eigen zeggen ’de mazen in de immigratiewetten en de manier waarop daar volop misbruik van wordt gemaakt’ tegen. Hij zal samen met Wilders het woordvoerderschap immigratie en integratie voor de fractie gaan verzorgen. Teun van Dijck, jeugdvriend van Wilders uit Venlo, kwam speciaal over van de Antillen waar hij als headhunter werkte. Hij wordt de financieel specialist van de fractie.
De fractieleden zullen flink de ruimte krijgen om hun gezicht in de Kamer te laten zien, kondigde Wilders vlak na de verkiezingen aan. Zelf ageerde hij flink tegen de Haagse fractiediscipline, waar Kamerleden maar ’laffe grijze muizen’ van zouden worden.
Hij verliet de VVD-fractie in september 2004 omdat hij fel tegenstander is van een EU-lidmaatschap van Turkije, terwijl de VVD vindt dat dat land lid kan worden als het voldoet aan bepaalde criteria (een strikte scheiding tussen kerk en staat). Madlener daarover: „Je bespreekt je teksten natuurlijk in de fractie, maar we bepalen zelf het standpunt. Dat is geen probleem. We zijn het namelijk bijna altijd eens.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.