Het valt niet te ontkennen dat een restaurerende geest waart over wat nog niet zo lang geleden Het Debat werd genoemd. Minder dwang en een zekere vrijblijvendheid als het gaat om integratie van migranten, lijken de terugkeer van de geschiedenis in te luiden.
Symbolisch hierin is de vorige week in Rotterdam gepresenteerde ’Integratienota’. Het documentje van 10 kantjes, waardoor GroenLinks-wethouder Kaya niet minder dan driekwart jaar in beslag is genomen, is door vriend en vijand nogal lacherig, zo niet geïrriteerd ontvangen. Veel verbalisme, weinig concrete of originele voorstellen en vooral een poging tot semantische herdefinitie van kernbegrippen. Het is de trend: integratie is een verdacht parool geworden en dient in de Nieuwe Ideologische Soep zo snel mogelijk te verdrinken. In zijn nota kiest Kaya dan ook voor termen als ’participatie’ of ’staatsburgerschap’. Hij is overigens zelf wethouder van Participatie en Cultuur. Dat laatste nog net niet in meervoud opgeschreven. Wie de zegeningen van ’participatie’ ten aanzien van het verouderde begrip ’integratie’ wil doorgronden, moet het stuk van Halleh Ghorashi, Ruud Lubbers en Naema Tahir doornemen dat afgelopen zaterdag in de NRC verscheen. Hierin lezen we dat ’integratie suggereert dat de Nederlander beter is en de nieuwkomer inferieur.’ Integratie legt een ’sterke nadruk op (het loslaten van) de religieuze en culturele identiteit. Het versterkt de ongelijkheid, het gevoel van minderwaardigheid en sluit mensen uit.’ Daarentegen betekent participatie, bijvoorbeeld door lid te worden van de buurt- of sportvereniging, ’uitgaan van positieve krachten en zoeken naar gemeenschappelijke gronden.’ Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat achter dat mistige ’participatie’ de oude en vergruisde mantra ’integratie met behoud van eigen identiteit’ schuilgaat. Terug dus naar minimalisme en vrijblijvendheid. Als je participeert, lees: tegen een balletje trapt, bij de Turkse voetbalvereniging waar bijna alleen Turks wordt gesproken, ben je tenminste verlost van de superieure Hollander die je met zijn integratie-prietpraat een minderwaardigheidcomplex bezorgt. Ik ben het volstrekt eens met Nahed Selim die zaterdag in Trouw noteerde: ’Dat is waartoe het veelgeprezen begrip participatie leidt: tot alles behalve integratie.’ Haar stuk in Letter & Geest laat overigens zien dat sinds het vertrek van Jaffe Vink deze Trouw-bijlage weinig van haar vitaliteit (nu onder redactie van Elma Drayer) heeft verloren. Volgens scheidend Trouw-sportcolumnist Matty Verkamman was Letter & Geest de laatste jaren een ’volière’ met veel ’vuige ideeën en wansmakelijke gedachten.’ Abject dus. Het was me niet opgevallen, ik die af en toe in de volière met veel genoegen heb rondgevlogen. In Letter & Geest werd bijvoorbeeld nooit tot haat en geweld tegen een bepaalde politicus opgeroepen. Nooit werd er geschreven dat die politicus in een dark room aids moest krijgen alsmede een trap in zijn kruis. Of dat deze man – met de intelligentie van Hitler – met een biljartkeu bewerkt diende te worden. Wel stond dit allemaal in een vuige en wansmakelijke Trouw-sportcolumn over Fortuyn , enkele maanden voor zijn martelgang.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.