Stephen Grabiner is een tevreden mens, las ik gisteren in de Volkskrant. Twee jaar lang was hij namens de Britse investeringsmaatschappij Apax de meerderheidsaandeelhouder van onze uitgeverij. Hij had er nog jaren mee willen doorgaan, maar de tweede aandeelhouder, de Stichting Democra-tie en Media deed ’een geweldig bod’. Ik begrijp dat als Grabiner niet had toegehapt, hij een dief zou zijn geweest van de portemonnee die de durfkapitalisten aan hem toevertrouwen.
De Stichting Democratie en Media is ook blij; zij heeft het nu weer voor het zeggen in het bedrijf. En het bestuur van de onderneming is evenzeer verheugd: dat hoeft niet meer te laveren tussen tegengestelde krachten.
Met zoveel blijdschap kost het wat moeite journalistiek cynisme te onderdrukken. De vraag is natuurlijk hoeveel al die tevredenheid heeft gekost. Maar daarover willen betrokkenen alleen in algemene termen spreken: natuurlijk heeft Apax (en een legertje advocaten en consultants) er goed aan verdiend, maar PCM, zo wordt ons verzekerd, is nog steeds een financieel gezond bedrijf. Een hele opluchting.
Een tweede vraag is of Trouw en zijn lezers in de vreugde kunnen delen. Om die te beantwoorden moeten we even terug naar 2004, toen Apax met vlagvertoon werd binnengehaald. De Britten waren welkom omdat zij het wat stroperige en onzakelijke PCM zouden opschudden. Zij zouden ook willen investeren in groei en dan vooral in nieuwe activiteiten om financieel minder afhankelijk te worden van de dagbladen, die kampen met ontlezing en conjunctuurschommelingen. Na vier of vijf jaar zou Apax het bedrijf dan naar de beurs brengen en vaarwel zeggen.
Degenen die de vlag niet uitstaken waren bezorgd dat de krijtstreeppakken zich actief met de kranten zouden gaan bemoeien om hun enige doel – winst – veilig te stellen. Maar de Stichting Democratie en Media leverde haar meerderheidsbelang in met behoud van vetorechten om de ideële missie van de onderneming te kunnen bewaken.
Van een afstand heb ik de indruk dat het anders is gelopen dan gehoopt. Het groeiscenario werkte niet; PCM kon geen geschikte aankopen doen om de basis te verbreden. De fusie van het Algemeen Dagblad met regionale kranten leverde geen snelle resultaatsverbetering op. En de hoge winstcijfers van de Volkskrant en NRC Handelsblad kwamen onder druk te staan door dalende oplages en advertentie-inkomsten. Dat kan ertoe hebben bijgedragen dat ook de verhoudingen tussen Apax en SDM stroever werden.
Trouw heeft weinig gemerkt van Apax – het heeft soms voordelen wat kleiner te zijn. De uitgever en ik hebben Grabiner slechts twee keer ontmoet. Bij het kennismakingsgesprek leverde hij fris van de lever kritiek op onze plannen het formaat te verkleinen. De tweede keer mochten wij in de raad van commissarissen zijn felicitaties in ontvangst nemen omdat wij toch hadden doorgezet. Hij voegde er wel blijmoedig aan toe dat de financiële resultaten nog onder de maat waren.
Die conclusie hadden wij zelf al lang getrokken. Sinds 2002 was Trouw goed op weg winstgevend te worden, maar in 2005 gooiden de advertentiecijfers roet in het eten. Het besluit om in de eerste helft van 2006 nog eens flink te bezuinigen, met name op de redactie, hadden wij ook zonder Apax genomen.
Trouw is op de goede weg, maar het is wel de vraag waarheen die wat Apax betreft had moeten leiden. Het maakt nogal verschil of een rendement van twintig procent de norm is of dat je genoeg winst moet maken om een goede krant te kunnen blijven uitgeven. Beide denkbeelden bleken toch moeilijk te verenigen in één bedrijf. Daarom is er ook voor ons en de lezer reden blij te zijn dat dit huwelijk voorbij is..
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.