In de Indonesische provincie Atjeh is in 2001 de islamitische wetgeving ingevoerd. Op de naleving wordt toegezien door de sjaria-politie, die steeds harder optreedt en het vaak voorzien heeft op jongeren en vrouwen.
Elke dag staan ze er tijdens de zonsondergang, de tientallen stelletjes langs het strand bij Banda Atjeh. Ze zitten op brommers, of op het puin dat de tsunami van eind 2004 hier heeft achtergelaten. Maar als de duisternis intreed, zijn ze ineens allemaal verdwenen. Niemand heeft zin in een confrontatie met de WH of sjaria-politie, zoals de Wilayatul Hisbah in de volksmond heet.
De acties van het speciale opsporingsapparaat, dat in Banda Atjeh in oktober 2005 van start ging, hebben hun uitwerking niet gemist. In de avond is het flaneren van voordien voorbij. En ook elders aan zee staan hier en daar borden met de tekst: ’Verboden voor ongetrouwde stelletjes om langs het strand te lopen’.
„Mijn zusje van zestien draagt geen hoofddoek”, vertelt een studente van de islamitische universiteit in Banda Atjeh die zelf wel getooid is met een jilbab, en niet met haar naam in de krant wil. „Zij vindt de hoofddoek een persoonlijke beslissing waar anderen niets mee te maken hebben”, zegt de studente. „Maar ze is wel bang. Als de WH eraan komt, gaat ze een blokje om.”
Andri, bestuurder van een stadsbusje, vindt dat de sjaria-politie „het levensgeluk van anderen verpest” als ze ongetrouwde stelletjes oppakken die elkaars hand vasthouden.
Chef van dienst Bahagija Hadi moet er hartelijk om lachen op het bureau van de WH in Banda Atjeh. „Het is beter eerst gewoon te trouwen, dan mag je elkaars hand vasthouden zoveel je wilt”, zegt hij.
Erg angstwekkend zien ze er niet uit, de dames en heren van de WH. De meesten zijn eind twintig of begin dertig, en afgestudeerd aan de islamitische universiteit, een vereiste voor deze baan. Hier geen lange baarden en zwarte gewaden, maar donkergroene uniformen.
De dienst is opgericht om te controleren op gokken, alcoholgebruik, islamitische kledingvoorschriften en tekenen van seksueel contact tussen ongetrouwde jongeren. Bewijs daarvan moet worden overgedragen aan de reguliere politie. Die verricht de eventuele arrestaties, want daartoe is de WH niet bevoegd.
In Atjeh, waar moslims in het algemeen wel vroom zijn maar weinig radicaal, wordt steeds meer geklaagd over de ruime taakopvatting die de WH zich aanmeet. Zo krijgen ook getrouwde stellen nu een reprimande als ze elkaars hand vasthouden, omdat ze het slechte voorbeeld zouden geven. Ook worden mensen vaker meegenomen naar de WH-burelen, waar ze op een fikse zedenpreek kunnen rekenen.
De denktank ICG oordeelde vorig jaar dat de sjaria-politie een ’slecht gedisciplineerde en geleide macht is die zich meer onderscheid door morele ijver dan door juridische competentie’. „Ze zijn nog wat onervaren”, moet ook professor Yusni Zabri van de islamitische universiteit toegeven. „Ze zouden eigenlijk een speciale training krijgen, maar dat is nog niet gebeurd.” Toch blijft hij voorstander van de WH. „Dronkenschap en gokken in het openbaar komen in elk geval niet meer voor.”
Of de sjaria in Atjeh nog verder doorgevoerd zal worden, zoals de moslimfundamentalisten willen, valt te bezien. De net verkozen gouverneur van Atjeh, de voormalige Gam-rebel Irwandi Yusuf, heeft gezegd een stokje te zullen steken voor een recent voorstel om dieven de handen af te hakken.
De in de VS opgeleide Yusuf stelde de invoering van de sjaria zelfs te willen herzien. Die zou volgens hem in dienst moeten staan van het vergroten van voorspoed in het van corruptie vergeven Atjeh. „In plaats van de kwetsbaarste mensen op de korrel te nemen, zouden we de meest corrupte lieden moeten aanpakken”, aldus Yusuf.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.