*

 

Wachtlijsten jeugdzorg opgelost

door Froukje Buursema − 24/01/07, 23:33

De wachtlijsten in de jeugdzorg zijn zo goed als opgelost. Dat blijkt uit een rondgang langs provincies en jeugdzorginstellingen.

Begin vorig jaar stonden er nog 5000 jongeren op de wachtlijst. Nu zijn er in het hele land nog ongeveer honderd die langer dan negen weken moeten wachten op hulp. Het gaat om jongeren die na een gesprek bij het Bureau Jeugdzorg zijn doorverwezen naar een zorginstelling.

Staatssecretaris van volksgezondheid Clémence Ross (CDA) stelde 130 miljoen euro beschikbaar om de wachtlijsten aan te pakken. Van dat geld werden bijvoorbeeld extra medewerkers aangenomen.

De provincies, die verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg, zijn blij met de resultaten. „Fantastisch nieuws”, zegt Hans Esmeijer, bestuurslid van het Interprovinciaal Overleg (Ipo). „Ik feliciteer de Bureaus Jeugdzorg en de zorginstellingen. Ze hebben in korte tijd een geweldige prestatie geleverd.”

In Limburg, Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland en Rotterdam bestaan nog korte wachtlijsten. Veel jongeren op die lijsten wachten nog op hulp die niet in een jaar tijd geregeld kon worden, zoals extra opvanghuizen of pleeggezinnen.

Bij de Advies en Meldpunten Kindermishandelingen zijn de wachtlijsten ook zo goed als verdwenen. Staatssecretaris Ross uitte in oktober nog haar zorgen over deze wachtlijsten. Alleen in Limburg en Drenthe moeten nog enkele tientallen jongeren langer wachten op hulp dan is afgesproken.

De vraag naar jeugdzorg blijft stijgen. Noord-Holland hielp vorig jaar bijvoorbeeld ruim vierhonderd kinderen meer dan dat was berekend door het ministerie. In Gelderland werden 1515 kinderen geholpen; bijna drie keer meer dan afgesproken. Veel jeugdzorginstellingen zijn bang dat de wachtlijsten volgend jaar weer terugkomen. „We zijn wel efficiënter en sneller gaan werken, maar of we een stijgende vraag aankunnen is even afwachten”, zegt Moniek Streng van Bureau Jeugdzorg Utrecht. Ook het ministerie van volksgezondheid wacht de situatie nog even af. „Als de vraag blijft stijgen, moet er wellicht geld bijkomen”, zegt woordvoerder Jan Brouwer de Koning.

mailIcon print |