*

 

Drayer / Merkwaardig. Alsof meisjesbesnijdenis pas verwerpelijk wordt als het op grote schaal voorkomt.

door Elma Drayer − 24/01/07, 21:46

De daad is in Nederland net zo strafbaar als pakweg moord, diefstal en het witwassen van geld. Toch is hier nog nooit iemand opgepakt dan wel aangeklaagd op beschuldiging van genitale verminking. Laat staan dat het tot een veroordeling kwam.

Lang domineerde de overtuiging dat het toch maar een marginaal probleem betrof. Hooguit een handjevol meisjes van Somalische of Soedanese komaf zouden jaarlijks de ingreep ondergaan. Te weinig om vergaande maatregelen te bepleiten.

Merkwaardige redenering, trouwens. Alsof een verschijnsel op zichzelf niet verwerpelijk kan zijn, maar dat pas wordt als het op grote schaal voorkomt.

In 2004 probeerde een zeker, nu wereldberoemd oud-Kamerlid het ingeslapen debat rond meisjesbesnijdenis aan te wakkeren. En met succes – al bijten haar zusters alhier zich nog steeds liever de tong af dan dat ruiterlijk toe te geven.

Uiteraard kreeg ze eerst de hele multicultimaffia over zich heen. Genitale verminking was reuze erg, luidde daar de communis opinio. Maar als wij de betreffende bevolkingsgroepen indringend vertelden dat snijden in vrouwelijke geslachtsdelen onfatsoenlijk is, dan zouden ze het nare ritueel geheel uit zichzelf vaarwel zeggen.

Sommigen pleitten zelfs voor het legaliseren van de ’milde’ vorm van besnijdenis: een symbolisch sneetje in de clitoris. Om ergere verminkingen te voorkomen, jawel. Het christelijk opinieblad VolZin schreef in alle ernst: „Mogen moslimouders misschien de vrijheid hebben hun kinderen op te voeden tot kuisheid? Als we alle vormen van vrouwenbesnijdenis op een hoop gooien en verontwaardigd verbieden, moet dat op moslims wel overkomen als de zoveelste westerse aanval op belangrijke religieuze waarden.”

Natuurlijk werd er in de beste Nederlandse traditie een commissie in het leven geroepen die het kabinet over de heikele kwestie moest adviseren. Die stelde in maart 2005 vast dat jaarlijks ten minste vijftig meisjes een besnijdenis ondergaan. De commissie opperde onder meer om artsen tijdens het gebruikelijke jeugdgezondheidsonderzoek óók te laten kijken naar de ’externe genitalia’. Bijkomend voordeel: zo zouden álle vormen van seksueel geweld sneller aan het licht kunnen komen.

Het kabinet legde dat advies naast zich neer. De minister van volksgezondheid schreef dat hij een algemene screening een ’onevenredig zwaar middel’ vond. En een ’meldingsplicht’ voor gezondheidswerkers was hem eveneens een brug te ver. Net als ’specifieke strafbaarstelling’ voor genitale verminking in het wetboek – toch een fraai instrument om te laten zien dat het ons ernst was.

Het zo daadkrachtige kabinet-Balkenende, kortom, doorgaans niet wars van een ferme ingreep hier of daar, bleek ineens een wonder van terughoudendheid. Voorlichting en preventie, dáár verwachtte het vooralsnog alle heil van.

Heeft het geholpen?

Afgelopen zaterdag meldde dit dagblad dat in Nederland woonachtige meisjes ’veel vaker’ worden besneden dan iedereen tot nog toe dacht. Dat is, begrijp ik, ’een publiek geheim’. Ongeveer dertienduizend meisjes lopen het risico. Zo’n tachtig procent van hen wordt daadwerkelijk besneden. En als het niet hier gebeurt, dan wel tijdens hun vakantie in het buitenland.

Je zou denken dat deze toch spectaculaire correctie op tot nu toe bekende gegevens tot enige publieke ophef zou leiden. Maar nee. Twee backbenchers vroegen de minister van volksgezondheid om ’opheldering’. Daar bleef het bij.

De krant liet ook een jonge Somalische aan het woord die tegen alle vormen van besnijdenis is – óók tegen de zo onschuldig lijkende ’milde’ variant. Ze zei te hopen dat Nederland nu eindelijk eens de verantwoordelijken veroordeelt. „Pas dan zal echt tot ze doordringen dat het niet mag.”

Gewoon eens de wet handhaven – het lijkt me een alleraardigste suggestie voor de drie heren die dezer dagen een nieuw kabinet in elkaar timmeren.

mailIcon print |