*

 

Ephimenco / Renoveren, ook in de hoofden

door Sylvain Ephimenco − 24/01/07, 21:47

Ik was net twintig en het plafond lekte voortdurend. Daarom had ik op de zolder boven mijn piepkleine appartement een teiltje gezet, dat na een paar hoosbuien altijd geleegd moest worden.

In het teiltje belandde soms het bevuilde water van de douche, dat de afvoerbuizen negeerde en voor onorthodoxe vluchtwegen koos. Maar dit was meer een zorg voor de benedenbuurman, die zijn waarschuwingkreten dwars door de vloer op ons afvuurde. De enige slaapkamer, zonder ramen, was net groot genoeg voor het licht beschadigde en dus afgeprijsde tweepersoonsbed, dat we bij Ter Meulen op de kop hadden getikt. Overdag werd je door de herrie op straat scherp gehouden en ’s nachts konden we door de muren de Marokkaanse buren horen hijgen in een symfonie van een piepende spiraalmatras. De huur van het appartement bedroeg 95 gulden en Feyenoord was wat je nu een achterstandsbuurt noemt. Net in Nederland aangekomen, verdiende ik mijn karige loon bij uitzendbureaus, die mij heel wat fabrieken van Rotterdam en omgeving hielpen ontdekken. Slecht gehuisvest, slecht betaald en het Nederlands niet echt machtig. Het profiel van een jonge buitenlander, vandaag zou je liever zeggen een achtergestelde migrant. Nu, dertig jaar later, worstel ik nog steeds met de vraag of de mens vooral het product is van zijn sociaal-economische omgeving. Ondanks een moeizaam begin in een achterstandwijk, ben ik nooit in aanraking geweest met de politie, heb ook nooit een uitkering aangevraagd, en heb ook niet met een zak vol frustraties de dienstdoende welzijnwerker lastig gevallen. Een paar jaar terug zag ik dat mijn oude appartement werd gerenoveerd. Voor de gevel hing een reus bord met de tekst: ‘Hier gloort een nieuwe toekomst’. Voor mij was het gewoon verleden. Geen bijzonder verleden, zelfs een beetje saai, maar alles tesamen was het wel zeer leerzaam. Dat woningcorporaties slechte huizen in probleemwijken nu grondig gaan aanpakken, is goed nieuws. Maar we moeten niet gaan overdrijven, zoals de Amsterdamse wethouder Ineke Ketelaar, die gisteren in de Volkskrant zei dat de krappe huisvesting in verpauperde wijken haar ‘aan de Derde Wereld doet denken’. Mevrouw moet eens een tijdje in Nairobi, Rio of Manilla gaan neuzen. Dan zal ze merken dat, ook met dunne wanden en soms een lekkage hier en daar, de huizen in Nederlandse achterstandwijken niet zijn te vergelijken met de krotten in de Latijns-Amerikanse favelas. De vraag blijft of bouw- en renovatiewoede de oplossing vormen voor problemen die voor een aanzienlijk deel zijn gelieerd aan cultuur, mentaliteit of desinteresse van ouders. Met andere woorden: of je met ruime badkamers en moderne keukenblokken, vandalisme, criminaliteit, werkloosheid en schooluitval zult oplossen. Jazeker, de sociaal-economische context kan de ontplooiing en bloei van een mens dwarsbomen. Maar in rijke industrielanden is deze context voor velen hoe dan ook veel gunstiger dan in de landen van oorsprong. Als je dit in ogenschouw neemt, kun je flink bouwen en mooi renoveren maar niet zonder het individu stevig aan te spreken op zijn eigen verantwoordelijkheid.

mailIcon print |