Een moskeebestuurder van het Turkse Milli Görüs weigert een convenant na te leven over de liberale koers van de te bouwen Westermoskee Amsterdam. Religieuze clubs protesteren tegen deze overheidsbemoeienis met religie.
| Klik hier voor het convenant |
Staatsrechtgeleerde prof.mr. Paul Bovend’Eert uit Nijmegen vraagt zich af waarom dit convenant eigenlijk is gesloten.
De zin van de overeenkomst tussen Stadsdeel De Baarsjes, woningbouwvereniging Het Oosten en het moskeebestuur van Milli Görüs ontgaat hem. Zodra afspraken over de koers van de moskee zouden zijn gekoppeld aan het krijgen van een bouwvergunning, zou het convenant een inbreuk zijn op de godsdienstvrijheid. Maar nu het stadsdeel zegt dat de bouwvergunning voor de Westermoskee gewoon wordt verleend, ook als Milli Görüs het convenant opzegt, is het staatrechtelijk een lege huls. Bovend’Eert: „Wat wil het stadsdeel met dit convenant bereiken? Wat is de status ervan, wat heb je er eigenlijk aan? Staatsrechtelijk heeft dit geen enkele betekenis.”
In het convenant wordt gerept van een ’vruchtbare samenwerking’ en een ’vertrouwensrelatie’ tussen het stadsdeel en Moskee Aya Sofia. Nu de moskee van haar liberale koers dreigde af te wijken, gaf dat ’ongerustheid en vrees’. Eerder tekenden de partijen een ’Contract met de Samenleving’, waarin ze stelden te ijveren voor tolerantie en respect. Ook spraken ze af hoe om te gaan met de vrijheid van meningsuiting en extremisme. De bestuurswisseling is een aanleiding die afspraken opnieuw te bevestigen, vonden de ondertekenaars van het convenant.
Bovend’Eert: „Maar waarom zou een moskee een vertrouwensrelatie moeten hebben met een stadsdeel? Onzin. Is er ook zoiets getekend met de protestantse en met de katholieke kerk in het stadsdeel?” Hij vindt het rieken naar ’een slinkse weg om gewenst gedrag van de geloofsgemeenschap af te dwingen.’
De inhoud van wat een religieuze groep belijdt, mag in Nederland niet door de Staat worden bepaald. Dat vloeit voort uit artikel 6 van de Grondwet, waarin de godsdienstvrijheid is vastgelegd. Maar, legt Bovend’Eert uit, die kan in bepaalde gevallen wel door de overheid worden beperkt. Als iemand bij het belijden van zijn godsdienst bijvoorbeeld discrimineert, of als hij of zij in het openbaar beledigt. „Maar afspreken dat je koers liberaal moet zijn, is niet te herleiden tot zo’n wettelijke grondslag.”
De overheid kan soms toch ingrijpen. „In Arnhem maakte Evangeliegemeente De Deur bij diensten zoveel lawaai dat dat grote overlast gaf voor omwonenden. De rechter oordeelde dat de vergunning mocht worden ingetrokken, omdat de gemeente een zorgvuldige afweging had gemaakt en er elders ruimte beschikbaar was.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.