(Novum) - Gedetineerden die zich tijdens hun gevangenschap misdragen, lopen voortaan een groter risico op het verspelen van hun kans op vervroegde vrijlating. Dat staat in een brief die minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin (CDA) dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Nu wordt een voorwaardelijke vrijlating ingetrokken of uitgesteld als de gevangene een misdrijf pleegt waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, zoals mishandeling of beroving.
Volgens Justitie speelt onder de voorgestelde nieuwe regeling het gedrag van de gedetineerde in de gevangenis een grotere rol bij de beslissing over vervroegde vrijlating. Ook is besloten meer aandacht te schenken aan de kans op herhaling. Als dat risico door bijzondere voorwaarden aan de vervroegde vrijlating niet voldoende kan worden beperkt, dan is uitstel of afstel gerechtvaardigd, stelt het ministerie. Zeker als die gevangene tijdens zijn straf niet meewerkt aan programma's die dat risico verminderen.
Als een gedetineerde twee derde van zijn straf heeft uitgezeten, komt hij in aanmerking voor een onvoorwaardelijke vervroegde vrijlating. Dit geldt voor gevangenen die zijn veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van minstens een halfjaar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.