(Novum/AP) - Bij gevechten tussen het Filippijnse leger en opstandelingen van de extremistische islamitische beweging Abu Sayyaf zijn donderdag tien opstandelingen en drie militairen omgekomen. De gevechten volgden op de dood van de terrorist Abu Sulaiman, een kopstuk van de beweging, die woensdag door het leger werd doodgeschoten
De gevechten vonden plaats in de jungle van het zuidelijke eiland Jolo. Een peloton Filippijnse mariniers vocht daar tegen dertig extremisten die onder leiding stonden van Radullan Sahiron, op wiens hoofd de Verenigde Staten een prijs van 200.000 dollar (155.000 euro) hebben gezet. De militaire druk nam toe in opdracht van de Filipijnse president Gloria Macapagal Arroyo, die na de dood van Sulaiman vastberaden is om de islamitische opstandelingen 'met ijzeren vuist' en met de hulp van de VS de genadeslag toe te brengen.
Abu Sulaiman, die woensdag werd gedood, wordt verantwoordelijk gehouden voor meerdere terroristische acties, waaronder een aanslag in 2004 op een veerboot waarbij 116 mensen om het leven kwamen en de ontvoering van drie Amerikanen en achttien Filippijnen uit een vakantieoord in 2001. Na die laatste gebeurtenis, die slechts een van de Amerikanen overleefde, stonden de Filippijnse autoriteiten toe dat Amerikaanse troepen het Filipijnse leger opleidden en bewapenden om Abu Sayyaf te kunnen bestrijden.
Gracia Burnham, de Amerikaanse overlevende van de ontvoering, zei woensdag in een verklaring dat zij Sulaiman in het jaar dat zij werd vastgehouden van dichtbij had meegemaakt. Ze zei dat hij de gevaarlijkste van alle leiders van Abu Sayyaf was, 'omdat hij vervuld was van haat'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.