‘De vrouw is de toekomst van de man’ zong de Franse zanger Jean Ferrat. Zou het dan kunnen dat de socialistische kandidate voor het hoogste ambt in de Republiek, Ségolène Royal, de toekomst van Frankrijk belichaamt?
De vrouw die als eerste in staat lijkt te zijn alle haantjes uit het Franse politieke kippenhok te verjagen, heeft me flink betoverd. Kennelijk is de feminist in de machoman nog zo levend, dat ik bereid ben over tal van lastige barrières heen te stappen om Ségolène in mei het Elysée-paleis te zien bereiken.
Los van welke politieke voorkeur droom ik af en toe van een matriarchale wereld. Hillary in Washington, ’Ségo’ in Parijs, Angela in Berlijn. Maar terwijl ik al schrijvend het refrein ’De vrouw is de toekomst van de man’ neurie, hoor ik mijn geliefde de trap af komen. Ter hoogte van mijn werkkamer klinkt het striemend: ’De vrouw misschien, maar Ségolène Royal zeker niet.’
Wat is het toch met dat gebrek aan vrouwelijke solidariteit? Het was me al opgevallen tijdens mijn recente verblijf in Frankrijk: heel wat vrouwen moeten niets van Ségo hebben. En als ik het over het historische moment had, dat je straks in het stemhok niet mag verprutsen, antwoordden ze met een grijns van weerzin op de lippen. Wij mannen zijn blinde wezens. We bezwijken als lomperiken voor het vrouwelijke schoon. Voor de witte mantelpakken van sneeuwwitje Ségolène, haar eeuwige glimlach en haar charmes, maar hebben niet door dat achter dat engelachtige de demon schuilgaat. Dit is ook de teneur van het boekje ’La prétendante’ dat ik vorige maand kocht. Dit pamflet, gepubliceerd onder het pseudoniem Cassandre, is volgens geruchten geschreven door een oud-medewerker en laat niets heel van Ségo. Het vormt een wreed portret van een opportunist, die haar dossiers niet kent en bijna uitsluitend door haar imago in beslag wordt genomen. Madame Royal is volgens Cassandre autoritair, agressief, arrogant, machtswellustig en minacht zowel tegen- als haar medestanders. Maar bovenal: ze geeft nooit antwoord als vragen te complex worden. Zeker als het gaat om economie of buitenlands beleid. Het meest dodelijk is de anekdote uit de pen van een Amerikaanse journalist. Toen hij naar de mening van Ségo vroeg omtrent Irak en het terrorisme, werd ze tamelijk agressief en antwoordde: ’U stelt deze vraag omdat ik een vrouw ben. U zou nooit een mannelijke politicus durven vragen om zijn visie over de wereld binnen vijftien minuten te ontvouwen.’
Ik ben de laatste week gaan opletten en het lijkt te kloppen. Zodra de materie haar niet zint, ontloopt de presidentskandidate de lastige vraag. Of ze belooft ’op zijn tijd’ erop terug te komen. Zou het inderdaad zo zijn dat deze politica niets begrijpt van internationale verhoudingen? Onlangs prees ze tijdens een verblijf in China de snelheid waarmee justitie daar, in vergelijking met Frankrijk, zaken afhandelt. Je moet het durven: in China worden advocaten gemuilkorfd en wordt het aantal uitgevoerde doodstraffen geschat op meer dan 6000 per jaar. De vrouw is natuurlijk nog steeds de toekomst van de man, maar de twijfel is wel in mij geslopen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.