*

 

Opstandelingen en hun leider gedood in Najaf

Door: redactie − 29/01/07, 16:46

(Novum/AP) - Amerikaanse en Iraakse troepen hebben sinds zondag in en om Najaf minstens tweehonderd Iraakse opstandelingen gedood, onder wie de leider van een gewelddadige sekte. Dat hebben Iraakse autoriteiten maandag gezegd. Zestig opstandelingen zouden gewond zijn geraakt en 120 gevangengenomen. Onder de gevangenen zouden ook buitenlandse strijders zijn.

De Iraakse troepen vielen opstandelingen aan die van plan waren sjiitische geestelijken en bedevaartgangers aan te vallen tijdens Ashoura, de herdenking van de dood van Imam Hussein in de zevende eeuw na Christus. Met de dood van de imam begon het schisma tussen sjiitische en soennitische moslims. Het hoogtepunt van Ashoura valt dinsdag, met grote optochten in Karbala en andere sjiitische steden.

Tijdens de gevechten stortte bij Najaf een Amerikaanse legerhelikopter neer. De twee bemanningsleden kwamen daarbij om, maakte het leger zondag bekend. Waardoor de helikopter neerstortte was onbekend.

Volgens de Iraakse autoriteiten was het doelwit van de legeracties de terreurgroepering Jund al-Samaa, een sekte die met gewelddaden de terugkeer van de 'verborgen' twaalfde imam van de sjiieten, die verdwenen zou zijn, zou willen doen versnellen. De leider van de groep, de Irakees Ali bin Ali bin Abi Taleb, is gedood. Er zou veel zwaar wapentuig en munitie in beslag zijn genomen. Maandag overdag kon de orde in Najaf worden hersteld.

Abdul-Aziz al-Hakim, de fractieleider van de sjiieten in het Iraakse parlement, zei maandag dat het opdelen van een federaal Irak in regio's voor de diverse bevolkingsgroepen een einde zou maken aan al het onderlinge geweld. Volgens Al-Hakim moet hierover wel worden gestemd. Hij zei ook dat de sjiieten nu op grote schaal worden vermoord, maar dat zij geen geweld mogen gebruiken om slachtoffers te wreken.

De Iraakse sjiieten en Koerden zijn over het algemeen voorstander van een federale staat, maar de soennitisch-Arabische minderheid (twintig procent van de bevolking) vreest dat dat het einde van Irak zal betekenen en dat zij zullen achterblijven in een gebied zonder olie.

Bij een mortieraanval in een sjiitische wijk in de overwegend soennitische stad Jurf al-Sakhar, zeventig kilometer ten zuiden van Bagdad, zijn maandag tien mensen om het leven gekomen en vijf gewond geraakt. Onder de dodelijke slachtoffers zijn vier vrouwen en drie kinderen. Een woordvoerder van de Iraakse politie heeft dit bekendgemaakt.

Zondag sloegen ook enkele mortiergranaten in op de binnenplaats van een middelbare meisjesschool in een overwegend soennitische wijk van de Iraakse hoofdstad Bagdad. Vijf leerlingen kwamen daarbij om en twintig raakten gewond. Een soennitische organisatie, het Algemene Congres van het Iraakse Volk, zei dat de beschieting het werk was van sjiitische milities. De granaten waarmee de school werden beschoten leken volgens de organisatie van Iraanse makelij te zijn.

Maandag vielen in Bagdad bij bomaanslagen minstens vijf doden en acht gewonden. Vier doden en zes gewonden vielen toen een geparkeerde auto werd opgeblazen op het moment dat sjiitische pelgrims in een bus wilden stappen in het noorden van de hoofdstad. De andere aanslag werd gepleegd op stratenmakers in een sjiitische wijk in Oost-Bagdad.

mailIcon print |