(Novum) - Eén op de acht leerlingen heeft in 2004 het voortgezet onderwijs verlaten zonder minimaal een mbo-2, havo of vwo-diploma. Dat blijkt dinsdag uit het Jaarboek Onderwijs 2007 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voortijdig schoolverlaten komt vaker voor bij leerlingen uit gebroken gezinnen, gezinnen met een lager inkomen, in de grote stad en bij leerlingen van allochtone afkomst.
De voortijdig schoolverlaters hadden toen ze nog op school zaten minder vaak een bijbaan en werden vaker verdacht van crimineel gedrag. Volgens het CBS spelen ook factoren als intelligentie, schoolbeleving en motivatie een rol.
Jongeren zonder een van bovengenoemde diploma's, een zogeheten startkwalificatie, zijn volgens het CBS minder succesvol op de arbeidsmarkt. Twintig procent van hen had in 2005 geen werk. Van de jongeren met startkwalificatie was elf procent werkloos.
Verder is volgens het CBS het aantal allochtonen in het hoger onderwijs toegenomen. Zij gebruiken wel meer tijd om hun studie te voltooien. Dat geldt met name voor niet-westerse allochtonen. Een kleine veertig procent van hen is binnen vijf jaar geslaagd voor een hbo-studie. Onder autochtone studenten is dat ongeveer zestig procent.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.