*

 

12/01/07 - Actie tegen succes van Partij voor de Dieren

Van onze redactie economie − 11/01/07, 22:25

Het debat over dierenwelzijn wordt verkeerd en eenzijdig gevoerd. De productschappen vee, vlees en eieren (PVE) willen daarom tegenactie.

PVE-voorzitter Jos Ramekers staat naar eigen zeggen ’te popelen’ om een tegengeluid te laten horen nu de Partij voor de Dieren zo succesvol dierenwelzijn op de politieke agenda heeft gezet. Volgens Ramekers is daarbij een karikatuur gemaakt van de Nederlandse praktijk. Er is, vooral door de Partij van de Dieren, op suggestieve wijze gebruik gemaakt van ’incidentele misstanden’, onder andere door schokkende beelden te tonen van dierenmishandeling op een veemarkt, vindt hij.

Hij is teleurgesteld dat LTO Nederland noch vleesindustrie in actie zijn gekomen om tegengas te geven. „Als zij het niet doen, dan is dat dus een taak voor ons”, zegt Ramekers. Binnen de productschappen worden nu plannen ontwikkeld voor een tegengeluid. Die plannen moeten dan wel nog met de sector worden besproken. De kans bestaat, dat LTO en de industrie alsnog het initiatief naar zich toetrekken. „Maar als je het me persoonlijk vraagt: ik zou wel in actie willen komen.” 

Want volgens Ramekers is het dierenwelzijn in Nederland juist relatief goed geregeld, met alle toezicht en de controle op de vleesproductie en de (tucht) rechtspraak. „Waar op de wereld vind je dat?” De Nederlandse boer is juist voorloper, meent de voorzitter. „Zo is groepshuisvesting van kalveren al zestien jaar praktijk, terwijl dat in 2004 verplicht werd. En voor de pluimveehouderij gelden allerlei maatregelen die verder gaan dan de wet.” 

Ramekers voelt ook niks voor een door de dierenlobby geopperde verplichting voor boeren om hun dieren bij het dichtstbijzijnde slachthuis aan te bieden. Nu gaan varkens en kippen vaak de grens over, omdat daar slachten goedkoper is. „Maar vier-, vijfhonderd kilometer transport zou moeten kunnen. Niet het vervoer, maar het op- en afladen bezorgt de dieren veel stress”, meent de PVE-voorman.

Hij vindt wel dat de sector de dialoog moet aangaan met de samenleving, actiegroepen en de Partij voor de Dieren. „Maar de discussie moet worden gevoerd met realisme, met oog voor de economische realiteit.” Het Nederlandse vleesproduct moet dus concurrerend blijven.

Een onderwerp als de castratie van biggen – „eigenlijk een situatie waar we toch allemaal vanaf willen” – moet zeker besproken kunnen worden. Maar hoe castratie is te omzeilen, weet Ramekers niet. Het Belgische voornemen om beren voordat ze geslachtsrijp worden te behandeld met een hormoonachtige stof, spreekt hem niet aan. „Ik zou ook graag willen dat de Europese Commissie zich van dit soort onderwerpen over dierenwelzijn meer rekenschap geeft.” 

mailIcon print |